Al doende leert men!

Lieve bloglezers,

Het is wel erg lang geleden dat ik een blogje schreef, maar vandaag waag ik een nieuwe poging.
Mijn hoofd had rust nodig, en ook de lust om te schrijven was er niet. Het was voor mij een duidelijk signaal dat ik even stoppen moest.
In deze tijd dat het Coronavirus rondwaart had ik dit achteraf gezien voor de duidelijkheid beter met jullie kunnen delen. Er waren mensen die zich zorgen om mij maakten. Gelukkig gaat het goed met mij, ik hoop het de volgende keer wel anders te doen.  Maar al doende leert men.

Jullie betreuren het natuurlijk ook dat het virus de kop weer op steekt. Er werd al wel steeds over gesproken dat het vermoedelijk zou oplaaien, maar in mijn optimisme hoopte ik dat het virus niet meer zo ernstig zou terug komen. Helaas, het virus is weer volop aan een nieuwe opmars begonnen en dat stemt tot grote zorgen.

Met het uitzonderlijk warme weer dat we hebben, en het nog steeds betrekkelijk rustige vliegverkeer, waan ik mij soms in vroeger jaren. In mijn kinderjaren waren er ook enkele  snikhete zomers, ik herinner ze mij nog al te goed. De lange afstand naar huis lopen na een snikhete schooldag, ik vergeet het nooit. Maar die zomers halen het echter niet bij nu.

Ik weet dat ik in herhaling verval, maar mijn verlangen naar stilte wordt steeds groter.
Bij het ouder worden dringen jeugdherinneringen zich steeds meer op. Ik heb, zoals bekend, in mijn kinderjaren op het platteland gewoond en daar ervaren wat stilte met je doet en wat het je geeft.

Op mijn leeftijd kan ik voor een groot gedeelte mijn tijd zelf invullen en dat is een verworvenheid van het ouder worden waar ik gretig gebruik van maak.
Zo ben ik een paar weken geleden weer naar een meditatiegroep gegaan. In ons kerkkrantje las ik dat een groepje mensen iedere woensdagochtend bijeen komt om te mediteren. Ik zocht al een poosje naar een plek waar werd gemediteerd, en zie: het lag binnen handbereik. Ik kan vlak bij de deur blijven en dat is het gemakkelijkst als je lid ergens van wordt.
Tegenwoordig wordt er ook in protestantse kringen veel gemediteerd.

Ik ben jaren geleden begonnen met Zenmeditatie. In die vorm gaat het vooral om door middel van het tellen van je adem, van één tot tien, tot rust en verstilling te komen.
In de meditatievorm van nu gaat het om het herhalen van een woord, een Mantra genoemd.

We beginnen met een tekst die wordt voorgelezen en die dient als inleiding op de meditatie.
Daarna zoeken we naar een houding die goed voelt om lang stil te kunnen zitten. We zitten met rechte rug op een stoel, onze voeten raken de grond.
Het woord dat we tijdens de meditatie herhalen is: Maranatha, Jezus komt! Het woord komt uit het Nieuwe Testament. Ik vind het een prachtig woord om op te mediteren.
Als beginneling kan het tijd kosten eer het wat rustiger in je wordt. Alle begin is moeilijk. Maar vroeg of laat ga je de stilte “ervaren.”  Ik mediteer al vele jaren en dat is een steun om tot rust te komen hoewel het desondanks ook mij soms toch niet lukt. Het blijft een geschenk als je deze stilte mag ervaren.
Door met aandacht het woord Maranatha te herhalen, treden je gedachten min of meer op de achtergrond, zodat het stiller in je wordt. Tot je soms na verloop van tijd het woord niet meer hoeft te herhalen of uit te spreken, maar het woord zelf in je gaat klinken.
Of er daalt een diepe stilte in je waarin niets meer gezegd hoeft te worden, omdat in die stilte alles aanwezig is en alles besloten ligt. Het halve uur in diepe stilte zitten is voorbij eer je er erg in hebt

Het is steeds opnieuw een bijzondere ervaring dat vijftien tot twintig mensen in aandachtige, diepe stilte bijeen zitten. Er zijn momenten waarin de stilte bijna hoorbaar zindert in de ruimte.
Iedere keer is nieuw en iedereen ervaart het op zijn/haar eigen manier. Soms wordt dat uitgesproken, maar het hoeft niet. Doordat je met hetzelfde bezig bent, naar hetzelfde verlangt, ontstaat er een sterke verbinding.

Nu we het over stilte hebben. Ik verbaas mij erover dat we altijd lawaai om ons heen willen hebben. Als we onze hond uitlaten, als we achter de kinderwagen lopen, op de fiets zitten, met elkaar wandelen, we moeten contact met iemand hebben.
Als mensen bij elkaar zijn, lijkt de smartphone vaak belangrijker dan het gesprek dat met elkaar wordt gevoerd.
Dit is geen originele gedachte van mij, want er zijn veel meer mensen die zich erover verwonderen.
Het voortdurend met iets of iemand bezig zijn heeft bezit van onze samenleving genomen. Mijn pleidooi tot bewustwording hierover zal geen zoden aan de dijk zetten, en iets veranderen zal het ook niet, maar ik wil het gewoon kwijt.

De eerlijkheid gebiedt mij erbij te vertellen dat ik ook mijn eigen gedrag hierover eens onder de loep heb gelegd. En het resultaat was niet om over naar huis te schrijven. Ook ik pakte op de meest onmogelijke momenten mijn smartphone om te gluren of er nieuws op was.
Waarmee dus weer overduidelijk bewezen wordt dat niets menselijks mij vreemd is.
Het spreekwoord: Verbeter de wereld begin bij jezelf  staat daarom hier op de juiste plaats!

Tja, en wat heb ik verder nog te melden? Dat mijn balkon er prachtig uitziet. Voor Moederdag verraste mijn dochter mij met de toezegging dat ze mee wilde helpen mijn balkon op te vrolijken.
Samen togen we naar een groot tuincentrum en kochten daar hangpotten. De kar was groot genoeg om hem met een bonte kleurmengeling van geraniums te vullen. Voor de variatie ook nog wat andere planten ernaast. Thuis zetten we alles in de hangpotten. Het resultaat is een lust voor het oog.

Helaas kan ik geen foto’s plaatsen omdat ik het nog niet goed onder de knie heb. De kinderen of kleinkinderen helpen altijd met de foto’s en dan staan ze er in een zucht op.
De bedoeling is dat ik het ga leren, zodat ik het zelf kan doen. Maar soms vind ik het welletjes met al dat nieuwe en geef ik de brui aan het nog meer leren.

Op dit moment zijn de kinderen en kleinkinderen elders met een project bezig. Of op vakantie, of aan het verhuizen.
En nu komt de smartphone dus toch weer om het hoekje kijken en blijkt het een prachtig medium.
Zo kan ik ’s ochtends even appen dat ik weer wakker werd en kunnen we elkaar een goede dag wensen. Even vragen hoe het met de verhuizing gaat. Of skypen met de kleinkinderen. Een bedankje op de app dat de gekookte maaltijd, die diepgevroren werd aangeleverd, weer heerlijk smaakte.
Eventjes bijkletsen, het kan allemaal. En natuurlijk uitwisselen hoe lang het allemaal duurt eer het leven weer zijn gewone gang zal gaan.

Die foto van mijn balkon hoop ik de volgende keer alsnog te plaatsen!

Dit blogje schreef ik weer met veel plezier. Het voelt goed en gezellig om weer wat uit te wisselen net elkaar. Maar de blogjes zullen in de toekomst wat spaarzamer verschijnen, vrees ik.
Ik word een dagje ouder en ook het warme weer speelt mij soms parten. In ieder geval staat dit blogje weer op papier.

Lieve groet van deze blogster!

Geplaatst in nu | Getagged , , , , , , , , , , , , , | 7 Reacties

” Buurvrouw, ze hebben je varkentje gestolen! “

Een volk dat voor tirannen zwicht,
zal meer dan lijf en goed verliezen,
dan dooft het licht.

Hendrik, Mattheus van Randwijk 1909 – 1966
Verzetsman

 

Wat later dan de planning was, maar het verhaal stond klaar en post het daarom gewoon nog.

In de maand maart van 1945 werd ik 6 jaar

Een paar maanden later vierden we de bevrijding maar daar heb ik geen herinneringen aan. Van de oorlog zelf kan ik mij nog wel aardig veel herinneren

Volgens overlevering liep mijn oudste zus, die ik mij herinner als immer breiend, op die vijfde mei 1945 ’s morgens vroeg, breiend op de dijk. Daar hoorde zij het geweldige nieuws dat Nederland weer vrij was.
Ze kwam opgewonden naar huis gerend en riep : “We zijn bevrijd!  De oorlog is voorbij! We zijn vrij!”

Toen ik kind was werd de tijd nog ingedeeld in vóór en ná de oorlog.
Maar dat is al lang niet meer zo. De ouderen zijn weggevallen en onze kinderen hebben de oorlog niet meegemaakt.

Toch leeft de oorlog nog altijd in ons voort, ook zonder dat wij hem benoemen.
Dat zei de koning nog in zijn laatste toespraak op De Dam bij de dodenherdenking: “De oorlog zit nog in ons.”
Zolang er mensen zijn die hem meemaakten, zolang er verhalen worden verteld, leeft de oorlog in ons voort. Het maakt voor altijd deel uit van onze geschiedenis.

Er is in deze tijd weer een honger naar de verhalen. Er zijn nu nog ooggetuigen:

“Buurvrouw, ze hebben je varkentje gestolen.”

Het is vijf uur in de ochtend
In ons huis is alles nog in diepe rust, alleen moeder is zoals gewoonlijk al even uit uit de veren en aan het redderen.
Het is laat in de herfst, maar het belooft een prachtige dag te worden.
In de huiskamer heeft moeder het hoge schuifraam naar boven geschoven om de eerste zonnestralen op te vangen. En de keukendeur, waardoor iedereen naar binnen loopt, staat wagenwijd open.

Het is nu nog stil, maar straks als iedereen uit bed is, barst de drukte hier los.
Het is een hele heisa eer iedereen gegeten en gedronken heeft en klaar is om naar school of het werk te gaan.
Voor de oudere kinderen geldt dat zij niet zomaar naar school kunnen. Vóór ze vertrekken moet de veestapel worden verzorgd en iedereen heeft daar een eigen taak in.
In deze barre oorlogstijd valt het niet mee om 11 kindermonden te voeden.
Onze vader stierf vlak voor de oorlog, in 1939, en sinds die tijd staat moeder er alleen voor.
En nu wordt, na vier moeilijke oorlogsjaren, de toestand steeds nijpender.
In de grote steden slaat de honger steeds harder toe. Terwijl de winter nog moet komen.

Er is om ons vrijstaande huis veel ruimte om dieren te houden.
We hebben van alles: een koe, geiten, kippen, konijnen. En ook nog een varken.
Vroeg of laat komen ze allemaal in de braadpan terecht.

Ik vind het leuk als de kippen, genoeglijk tokkend, over het erf lopen en de geitjes in de voortuin grazen aan een lang touw. Dan vergeet  ik soms even dat het oorlog is en dat ze worden opgegeten.
Soms vraagt moeder : “Mieke, wil jij even de eieren gaan rapen?”
Ik ren dan, omdat ik het zo leuk vind, met een leeg mandje naar het kippenhok.
Maar het is ook moeilijk, ik moet heel voorzichtig zijn want er mag geen barst in het ei komen.

Moeder kijkt op de klok.
“Het is zeven uur”, mompelt ze, “ik ga ze maar eens uit bed trommelen.”
Ze roept onderaan de trap: “Jongens komen jullie eruit ? Het is zeven uur.”

Ik schud mijn zus wakker: we moeten eruit, moeder heeft al geroepen.
“Waarom laat je mij nou niet”, zegt ze slaperig, “ik lig juist zo lekker.”

Als ik even later in de huiskamer kom, is het er al een drukte van belang.
Moeder is in de keuken met broer Leo bezig aan het voer voor het varken.
Ze roert in een grote emmer tot het voer een klein beetje vloeibaar wordt. Dan kan het varken het opslurpen.
Het varkenshok staat niet op het erf bij ons huis maar in een stil, verborgen hoekje op onze tuinderij want de Duitsers mogen het beslist niet weten. Dan weet je zeker dat je varken door hen wordt meegenomen en opgegeten. Het hok staat tegen de houtzagerij van de buurman aan.

Soms loop ik met Leo mee als hij met de emmer voer naar het varken loopt.
Ik vind het leuk om het varken te horen knorren en te zien hoe blij hij met zijn eten is.
Het voer is nu bijna klaar.

Feeding pigs in extensive production: Part 1 - Pork

Opeens staat de man van de houtzagerij in de deuropening en zegt: “Buurvrouw, ze hebben je varkentje gestolen.”
“Wat? Dat kan niet. Gisteravond stond hij nog zijn hok”, roept moeder.
“Ik liep vanochtend even naar het hok om naar het varken te kijken en het stond er niet, het was weg”, zegt de buurman.
Moeder gaat zitten. Ze is verdrietig, gaat bijna huilen en roept: “Waarom hebben ze ons varken gestolen?
Hoe kom ik aan een nieuw varken, en hoe lang duurt het wel niet eer het weer groot genoeg is voor de slacht? De winter komt eraan, we hebben eten nodig.”
Ze g
De buurman luistert stil naar moeder, hij vindt het ook heel erg wat er is gebeurd.

Moeder staat op en zegt tegen de buurman: “Ga even zitten, dan zet ik een kopje koffie, dat heb ik even nodig, en jij ook.”
Zo breken ze samen het hoofd erover. Hoe konden de Duitsers het weten dat daar, in zo’n stil hoekje op het land, een varken stond? Iemand moet het hebben doorgegeven. Zou iemand uit de buurt het hebben verraden? Iemand die met de Duitsers heult?
Maar wie dan?

Als de buurman weer naar zijn werk is, blijft moeder piekeren: Hoe wisten de Duitsers het varken te vinden? Wie heeft hen verraden om een goede beurt bij de Duitsers te maken en er zelf beter van te worden?

Het wordt winter en het is ontzettend koud. Het vriest dat het kraakt.
Er is bijna geen brandstof meer te vinden. Overal zijn mensen op zoek naar hout.
’s Nachts als niemand het ziet worden stiekem bomen afgezaagd.
En het eten is zo schaars geworden dat er, vooral in de grote steden, vreselijk honger wordt geleden.

Moeder heeft in de zomer aan de winter gedacht en van alles ingemaakt.
Er staat een grote voorraad aardappelen klaar om de winter door te komen.
En de weckpotten met allerlei etenswaren staan in de kelder te wachten om te worden opgegeten.
Gelukkig komen we zo in die laatste vreselijke hongerwinter van 1945 niets tekort.
We hebben genoeg eten, zoveel dat anderen ook nog mee kunnen eten.
Zie ook: /hongerig-en-koud/

 

In deze lastige coronatijd hoor je wel eens zeggen: “Het lijkt wel oorlog.”
En al is het voor veel mensen een zorgelijke, angstige tijd, de oorlogstijd was toch iets heel anders.
Als het donker werd, moesten de ramen worden verduisterd. Er mochten zo weinig mogelijk lichten aan. Als er vliegtuigen overvlogen, konden ze gaan bombarderen.
Je buren konden je vijanden zijn en je nauwlettend in de gaten houden om je aan te geven.

Ook al heb ik in de oorlog, ogenschijnlijk, niet zoveel schokkends meegemaakt, de oorlog heeft mij nog jarenlang achtervolgd in vreselijke angstdromen.

In die laatste oorlogswinter is er immens geleden. De beelden van uitgehongerde mensen die eten kwamen vragen, draag ik nog altijd mee. En tot overmaat van ramp was het die winter vreselijk koud.
En tot de dag van vandaag heb ik nooit begrepen hoe wereldleiders een oorlog kunnen ontketenen. Waarom ze oorlog voeren.

Kunnen we ooit dankbaar genoeg zijn dat we al 75 jaar lang in vrijheid mogen leven?
Laten we hopen en bidden dat dit nog lang mag voortduren!
En, laten we vooral hopen en bidden dat er vrede komt in landen waar nu de vreselijkste oorlogen plaats vinden

 

Dank voor jullie reacties. Ik vind het fijn dat jullie nog steeds reageren op de verhalen.
De reacties worden meegelezen en ik weet dat mensen ervan genieten, evenals ik.
Het zijn altijd weer mooie, fijne toevoegingen op mijn verhaal.

 

Geplaatst in nu, vroeger | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , | 7 Reacties

Het leven nu!

Als ik nu naar mijn titel “In quarantaine zijn” kijk, vind ik het geen goed woord meer.
Ik kan gewoon naar buiten, als ik de regels maar in acht neem. Nee, echt in quarantaine zijn behelst iets anders.

Hoe gek het ook klinkt, langzaamaan begin ik te wennen aan de situatie. En al blijft de coronacrisis met alles wat het aan leed meebrengt een grote ramp, de natuur om mij heen doet uitbundig zijn best en vertelt mij dat het leven meerdere kanten heeft.

Ik  zag een poosje geleden dat overtreders van de lockdown in India door de politie strafregels kregen opgelegd.

In mijn jeugd deelde de meester op school nog strafregels uit, die je thuis dan moest maken. Wisten je ouders ook meteen dat je ondeugend was geweest.
Die strafregels werden, samen met een zoen van de juffrouw en een griffel, afgeschaft.
Tenminste, onze kinderen hebben ze nooit  gekregen op school.
Hoe zouden de kinderen van nu op strafregels reageren, vraag ik mij af.

Onze kinderen kwamen vroeger in een gezin waar de vader nog wel strafregels uitdeelde.
Ze  vonden het belachelijk, omdat ze verder geen ouder kenden die dit deed.
En nu zag ik dat  volwassen mensen in India, omdat ze zich niet aan de  lockdown hielden, op het strand strafregels zaten te schrijven. Ik keek mijn ogen uit.

Ik maak mijn wandelingetjes soms met de kinderen of een vriendin, met de nodige voorzichtigheid, en op gepaste afstand.
In mijn enthousiasme kan het gebeuren, dat ik het even vergeet en dichterbij wil gaan lopen. Maar mijn mede-wandelaars houden mij bij de les. Waarvoor mijn dank!

Een paar weken geleden maakte ik op zaterdag, vroeg in de ochtend, met een vriendin een wandelingetje door mooi Amstelveen. Het was net geen dauwtrappen meer, maar het kwam er heel dichtbij.
Tot onze verbazing kwamen we veel mensen tegen en dat hadden we helemaal niet verwacht. Zoveel mensen, zo vroeg al op de been?
En weer viel het mij op dat mensen ons vriendelijk toelachten, en vriendelijker dan ooit begroetten. En het bleef niet bij begroeten, we zagen elkaar.  Er was contact.
Niet haastig of vluchtig,  maar echt wezenlijk contact. We hadden tijd voor elkaar!

We zijn nu weer een paar weken verder en de stilte is “helaas” al aan het vervliegen.
Die stilte om mij heen, wat vond ik dat een weldadige bijkomstigheid in het nare coronatijdperk. Ik weet nu pas echt hoe ik daar als kind van genoot.

Mijn lieve schoonzoon brengt nogal eens een op de kop getikte verrassing voor mij mee.
Hij weet dat hij mij blij maakt met oude, vergeelde boeken.
En nu heb ik alle tijd om zo’n boek, waarin oude tijden herleven, weer eens op te pakken en in te zien.
Een poosje geleden bracht hij een boek voor mij mee uit de “Goud Elsje” serie.
In christelijke gezinnen werden ze veel gelezen. De serie omvatte maar liefst vijf boeken.

bol.com | Riet Berkhout, Max de Lange-Praamsma | 9789026639111 ...

Toen ik het boek in mijn handen nam, trad het verleden met rasse schreden binnen.
Terwijl ik het las, zag ik weer hoe de wereld veranderde. En hoe ook de manier van schrijven is veranderd. De zinnen waren vaak heel langdradig.
Heel andere dingen waren toen zeer belangrijk.
Ik las over keurig gedekte tafels met wit damasten kleden met messenleggers en vingerdoekjes en stoffen servetten. Al vind ik het nog altijd feestelijk om aan een mooi gedekte tafel te eten.
Over de toetsen van piano’s en orgels lag een stoffen tegen het stof. Het liefst uitgevoerd in borduurwerk met gouddraad. En misschien is zo’n doek ook wel beter voor het instrument.

Piano runner keyboard key key cover for piano key ceiling 100% | Etsy

Zouden deze boeken zoals de ” Goud Elsje ” serie nog gelezen worden, vraag ik mij af?
Of staan de boeken van Max de Lange -Praamsma, evenals van veel andere schrijvers, op de plank van “vergeten schrijvers”
Ik denk vaak terug aan al die schrijvers, en aan de boeken die ik in mijn kinderjaren las.
Later kwamen daar nog andere schrijvers bij waarvan ik de naam nooit meer hoor noemen.
Ik denk dat iedereen wel schrijvers uit vroeger jaren kent die opgegaan zijn in de tijd.

Het vergaat bijna alle schrijvers, zoals het met alles in het leven gaat: het is opgaan blinken, en verzinken. Slechts een enkeling trotseert de tijd.

Frederik van Eeden: De kleine Johannes

Frederik van Eeden - De kleine Johannes, een boekverslag

Multatuli: Max Havelaar

bol.com | Max Havelaar, Multatuli | 9789046813560 | Boeken

Ik vraag wel eens aan mijn kleinkinderen of ze die en die schrijver hebben gelezen.
Dan kijken ze mij met grote ogen aan : “Nooit van gehoord oma!” is het antwoord.
En zo gaat het niet alleen met schrijvers. Ook zangers en bekende liedjes van toen kennen ze niet. Ze zijn vergeten en stoffig geworden door de tijd.

Welke veelgelezen schrijvers van nu worden straks nog door mijn kindskinderen gelezen?
En dan rolt er vanzelf een psalm uit de “oude berijming” uit mijn pen:

Als een kleed zal ’t al verouden
Niets kan hier zijn stand behouden
Wat uit stof is neemt een end 
Door de tijd die alles schendt
Psalm 102 vers 15

Maar ik leef nu! En ik  heb weer met veel genoegen dit epistel geschreven, voor mensen van nu die het fijn vinden om het te lezen!

 

Geplaatst in nu, vroeger | Getagged , , , , , , , , , , , , , , | 9 Reacties

” Waar ben je toch geweest?”

Dit keer een “oud verhaal’ opnieuw bewerkt.

Ik blog nu al weer zeven jaar. In het begin kwamen er nog weinig bezoekers.
Daardoor zijn die eerste verhalen wat onbekend gebleven. Mijn plan is, om na bewerking, af en toe zo’n vroeg verhaal opnieuw te posten.
In deze tijd van recycling niet eens zo gek.

De tijd verandert razendsnel, daarom voeg ik aan het begin of einde van het “vroege verhaal” soms een stukje toe, waardoor het actueler wordt.

Voorwoord

Onze kinderen groeiden op met huisdieren. Gijs en ik wisten niet beter dan dat dieren erbij horen.
Een huisdier hoefde zijn plaatsje niet te veroveren of waar te maken. Of het nu een hamster, een konijn, een hond of een poes was, ieder huisdier werd met warmte begroet en kreeg bij binnenkomst meteen een eigen plaats in het gezin.

Ik vond het heerlijk om te zien hoe onze kinderen van onze huisdieren hielden.
Het was een genot om te zien met hoeveel plezier, enthousiasme en geduld er iets werd aangeleerd.
En natuurlijk werd het nieuwe kunstje getoond en herhaald. Dat de poes en het hondje niets liever wilden dan de kunsten tonen, was de kers op de taart!

Dit verhaal speelt zich af in de lange, snikhete zomer van 1976.
De landerijen lagen er droog en uitgemergeld bij. Het gras was vergeeld, de hele natuur, alles zuchtte en schreeuwde om water!

“Waar ben je toch geweest?”

Poes Mickey is een dame van regelmaat!

Ze staat ’s avonds klokslag 10.00 uur bij de keukendeur te wachten of iemand haar wil uitlaten. Vooraf neemt ze wel even nauwkeurig het weer in ogenschouw of het goed genoeg is voor haar nachtelijke strooptocht.

’s Ochtends vroeg keert zij terug naar huis, met of zonder buit.
Het liefst bewaart zij de buit tot wij ook wakker zijn. Of erger, brengt zij het in haar bek mee naar binnen.

Om niet in alle vroegte uit bed gemiauwd te worden, heb ik bij het huis een kattenbak voor haar ingericht als slaapplaats. En ook water en brokjes staan klaar, zodat ze na de zware nacht kan gaan slapen.  Ze wacht altijd keurig tot ze ons hoort.

Maar op een dag komt Mickey niet blij mauwend aanrennen als we beneden zijn.
Ik kijk rond of ze misschien ergens loopt, maar nee hoor. We vinden het vreemd, de kinderen worden ook ongerust.
“Wacht nog maar even” troost ik, “ze komt straks vast aanlopen.” Maar als het schooltijd is heeft Mickey zich nog steeds niet gemeld. Ongerust stappen de kinderen op hun fiets.

Soms denk ik haar te horen en loop ik naar de deur, maar nee, ze staat er niet.
Ik word er niet blij van. Waar blijft ze?  Straks komen de kinderen uit school en is ze er nog niet!
De kinderen komen uit school snel naar huis. Ze kijken bij hun binnenkomst verwachtingsvol de kamer rond.
“Is ze nog niet thuis?” roepen ze angstig. Ik schud verdrietig mijn hoofd : “Nee, ze is er nog steeds niet.”

Mickey komt niet opdagen. Ook niet als het avond is. Hoe we ook zoeken om het huis, ze is nergens te vinden. We moeten zonder dat ze er is naar bed.

Ik kan niet slapen en denk iedere keer dat ik Mickey hoor. Maar als ik door het raam de tuin inkijk, is ze nergens te bekennen.
Ze staat vast morgenochtend gewoon weer voor de deur,  zeg ik in mezelf.

Helaas ook de volgende ochtend staat ze er niet
Als de kinderen beneden komen kijken ze mij hoopvol aan.
Ik schud mijn hoofd: “Nee, ze is er nog steeds niet, ik hoopte ook dat ze voor de  deur zou staan.”

De  kinderen willen niet naar school, maar ze moeten wel. Tenslotte gaan ze heel verdrietig weg.
“Misschien komt ze vandaag wel terug” zeg ik. Maar ik krijg steeds minder hoop.

De dagen verstrijken. De kinderen blijven hopen dat ze terugkomt.
Ik bel alle mogelijke instanties. Na de beschrijving van Mickey, overal hetzelfde antwoord: “Nee er is niets aangegeven, ze is nergens gezien.”
Ook na meerdere keren bellen, is er geen glimp of levensteken van Mickey.
De kinderen stappen op hun fiets en gaan zoeken. Ze fietsen langs de parallelweg van de Rijksweg om te kijken of ze ergens ligt. Ze zoeken in de bermen van eenzame wegjes, alles, alles zoeken ze af.
Maar Mickey is en blijft weg. Ze blijkt spoorloos.

Tenslotte raken, na weken zoeken, ook de kinderen de moed kwijt dat Mickey nog wordt gevonden. Ze weten niet wat ze verder nog kunnen doen. Ze zijn erg verdrietig.
Nu kunnen ze Mickey nooit meer aaien, op schoot nemen en horen spinnen.

Het eten wat er nog staat van Mickey breng ik maar naar de buren. Hun poes weet er wel raad mee.

Als we nu we aan de keukentafel ontbijten, komt er geen Mickey blij aanrennen omdat we wakker zijn. Helaas, dat is verleden tijd. We moeten er ons mee verzoenen.
Maar het allermoeilijkst is dat we nog steeds niets van Mickey weten. Wat is er met haar gebeurd, dat ze nergens is opgemerkt, gezien of gevonden?

Op een ochtend zitten we weer in de keuken te ontbijten. De kinderen kletsen met elkaar.  Ik luister, hoor ik nou miauwen?
Het is mij al vaak overkomen dat ik iets hoor maar er niets van waar blijkt te zijn.
Ik sta toch even op om buiten te kijken. En daar staat een poesje!
Ik durf nog niets te zeggen. Vol twijfel kijk ik naar het dunne, uitgemergelde, fragiele poesje dat voor onze deur staat. Is ze het wel? Is het onze Mickey? Tot ze mij aankijkt.
Ik roep: “Jongens, jongens kom eens kijken, Mickey staat voor de deur!”
De kinderen gooien hun stoelen omver en komen aanrennen, uitzinnig van vreugde.
Ze gaan op hun knieën zitten om dichter bij haar te zijn en kunnen niet ophouden met aaien.
“ Wat is ze klein geworden! Hoe komt ze zo mager?” blijven ze maar roepen.

Mickey heeft zelf slechts één brandend verlangen: eten en drinken!
We geven haar snel water, ze slokt het op. Daarna gaat ze voor het aanrechtkastje staan waar haar eten altijd stond. Ongeduldig krabt ze aan het deurtje. En dan pas geloof ik het echt dat dit onherkenbare poesje, Mickey is.
Ze krabt harder aan het deurtje. Komt er nog wat van?
Gelukkig, ze is haar felheid nog steeds niet kwijt. Maar het kastje is leeg.
Ik hol naar de buren met het nieuws. Zes buurkinderen kijken mij ongelovig aan en willen het zien. Verwondering en ongeloof alom.
Ik geef Mickey haar brokjes en ze knabbelt er ongelooflijk veel weg.  Ze is uitgehongerd en helemaal op.

Als Mickey verzadigd is wil ze nog slechts één ding :  slapen, slapen, slapen.
Ze is te moe en uitgeput om blij te zijn over haar thuiskomst.
Ze slaapt dagen achter elkaar, doodvermoeid en geradbraakt is ze.
Haar huid is uitgedroogd, de schubben vallen er van af.
Mickey is dagen in shock.

Ze herstelt heel langzaam en raakt stukje bij beetje weer bij alles betrokken.
We koesteren en verzorgen haar om het hardst en zijn zó blij.
We kunnen het bijna niet bevatten dat ze weer bij ons is.

En nog altijd vragen wij ons af : “Mickey, waar ben je toch geweest?  Wat heb je allemaal meegemaakt?

En Mickey? Zij zweeg in alle talen!

 

Mickey was heel nieuwsgierig. Zou haar nieuwsgierigheid haar misschien noodlottig zijn geworden? Heeft ze een kijkje genomen in een geopende kofferbak, die na het inladen werd dichtgegooid? Is ze toen de kofferbak werd geopend eruit gesprongen en op weg gegaan naar huis?

Ze had een feilloos richtingsgevoel. Waar ik ook op bezoek ging, ze kwam mij altijd achterna en sprong dan op het raamkozijn om te laten zien dat ze er was.

Heeft ze misschien in een schuur vastgezeten toen mensen op vakantie gingen? We kunnen alleen maar gissen.

Waar is ze geweest? Hoe ver heeft zij moeten lopen om na 8 weken weer boven water te komen? Helaas, we zullen het nooit weten.

 

 

 

Geplaatst in dieren | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , | 4 Reacties

Fladderende nylonkousen

 

Dat het nu stil is op de terrasjes, en in de restaurants geen kip gezien wordt, bracht mij aan het denken. Mijn ouders zouden nu 122 en 128 jaar zijn geweest.
Het kwam in hun hoofd niet op om buiten de deur iets te eten of te drinken.
Dat deed men niet.
Trouwens, restaurants waren heel zeldzaam, zeker op een dorp.
En zij konden hun geld wel beter gebruiken dan verspillen in een etablissement.
Wel was er tegenover het veilingterrein een groot café waar tuinders een biertje dronken. Men kon er zelfs nog iets eten.
Maar luxe overdekte terrasjes, met in de winter een warm straalkacheltje boven je hoofd en een  dekentje op je stoelleuning, hoorden bij een verre ondenkbare toekomst.

De wereld onderging in honderd jaar een ware metamorfose. Ontwikkelingen volgden elkaar razendsnel op.
Zo zullen de oudere dames zich misschien nog herinneren dat er vroeger nylonkousen werden gedragen. Ze kwamen na de tweede wereldoorlog in zwang.
Ze waren een voorloper van de huidige panty’s.

Ik herinner ze mij tenminste nog heel goed. Toen ik ze op mijn veertiende jaar voor het eerst ging dragen, vond ik het een ramp.

Fladderende nylonkousen

Het is Maart 1953. Een week geleden ben ik 14 jaar geworden.

Ik kijk naar mijn witte sokken. Staan eigenlijk wel een beetje kinderachtig nu ik al veertien jaar, en bijna een bakvis ben.
Er zijn maar weinig meisjes van mijn leeftijd die nog sokken dragen. De meesten dragen al nylonkousen, of een lange broek onder hun jurk
Moeder zei gisteren ook al: “Ga morgen maar naar Corstanje voor nylonkousen, je bent er  nu groot genoeg voor.”
Ik vind het leuk, want het betekent dat ik bij de groten ga horen, maar het is ook eng.
Hoe zullen ze mij staan? En wil ik het wel echt?
Ik ga dit weekeind van zaterdag tot maandag bij Netty in Puttershoek logeren.
Netty is mijn vriendinnetje, zij logeert ook vaak bij ons in de weekeinden. Maar het is nu mijn beurt om naar Netty te gaan.
Misschien ga ik ze daar dan maar  voor het eerst aandoen naar de kerk. Daar kom ik geen vriendinnetjes tegen.

Op zaterdagmiddag sta ik bij de halte aan de Voordijk te wachten op de boemeltram naar de Hoekse Waard. Hij is weer eens veel te laat. Hij had er om drie uur moeten zijn en het is nu al tien over drie.
Hè, hè daar komt hij dan toch aan in de verte. Hortend en stotend komt hij tot stilstand.
Met mijn tas in de ene hand, kan ik met mijn andere hand de steunstang vastgrijpen en  mij zo in de tram hijsen.
Mijn tas zet ik naast mij op de houten bank, de nieuwe kousen zitten er ook in.
Ze zitten nog keurig ingepakt in het papieren zakje.
Met een snerpende fluittoon laat de machinist weten dat de tram vertrekt.
Op naar de Hoekse Waard.
Ik ga lekker zitten, want het duurt wel even eer we naar Puttershoek gewaggeld zijn.

 

Vóór we de Barendrechtse brug oprijden, laat de machinist weer met een schelle fluittoon horen dat iedereen uit de weg moet gaan.
Na een lange rit zijn we eindelijk bij het station van Puttershoek. Is het echt waar? Staat Netty me daar nu op te wachten?
Wat aardig dat ze me komt afhalen, hoef ik gelukkig niet dat hele eind naar haar huis alleen  te lopen.


Als we gezellig samen wandelen, vertel ik: “Gisteren heb ik nylonkousen gekocht. Ik trek ze morgen aan naar de kerk.”
“Ik ben benieuwd hoe ze je staan” zegt Netty. “Over 3 maanden maanden word ik veertien en dan trek ik ze ook aan. Dan vind ik sokken dragen ook kinderachtig. Ze liggen al klaar in mijn kast.”

“Wat ruikt het hier lekker” zeg ik tegen Netty als we bij haar huis zijn. Ik snuif de heerlijke geur nog eens extra op.
“Mijn moeder is een cake voor morgen aan het bakken” zegt ze.
Als we naar binnen lopen, komt Netty’s moeder naar ons toe en geeft mij een knuffel.
“Gezellig dat je er weer bent kind” zegt ze en kijkt mij vrolijk aan. “Vanavond krijgen jullie een heerlijke plak cake bij de koffie.”

Het is snel avond en alweer bedtijd. De heerlijke cake zit veilig opgeborgen in mijn maag.
Netty loopt voor mij de trap op naar haar slaapkamer.
Ik zet mijn tas op een stoel naast het tweepersoonsbed.
“Ik hang even mijn kleren voor morgen over een stoel,” zeg ik tegen Netty.
Mijn nieuwe kousen haal ik uit het papieren zakje. “Kijk dit zijn ze!”
Netty inspecteert de kousen en zegt: “Ik heb precies dezelfde in mijn kast liggen”.

’s Ochtends om 8 uur klopt Netty’s moeder op de deur: “Komen jullie eruit? Het is hoog tijd hoor.”
Netty springt meteen uit bed. Ik wil nog wel lekker blijven liggen, maar stap er ook maar uit want eigenlijk ben ik heel benieuwd hoe mijn nylonkousen staan.

Nadat ik mij gewassen heb, ga ik het karwei ondernemen: mijn nieuwe kousen aandoen.
“Je moet ze heel voorzichtig aandoen,” zei mijn zus Greetje gisteren. “Er zit zo een ladder in en dan moet je ze weer wegbrengen om op te laten halen, en dat is heel duur.”

Als ik ze heel voorzichtig, met handschoenen aan, heb aangetrokken, maak ik ze vast aan de jarretels. In de spiegel bekijk ik het resultaat. Hoe staan ze? Ik schrik.
Ik dacht het al toen ik ze aantrok: ze zijn veel te groot! Het is geen gezicht, de naad zit schots en scheef en vliegt alle kanten op.
Netty  ziet het ook: “Ze zijn veel te groot, joh. Waarom heb je geen kleinere gekocht?”
“Dit was de kleinste maat” roep ik wanhopig. ” Ze hebben ze niet kleiner. Moet je zien, als ik loop. Ze fladderen rond mijn benen. Wat een belachelijk gezicht!
Ik durf zo niet over straat. Maar ik heb ook geen andere kousen voor de zondag bij me”.
Moedeloos plof ik op bed. “Hoe moet dat nou? Ik loop voor gek zo.”
“We komen bijna niemand tegen als we naar de kerk lopen, het is dan nog heel vroeg,” troost Netty.

Als we een uurtje later naar de kerk lopen, lijkt het even of Netty gelijk heeft.
Maar dan komen er mensen achter ons lopen die naar dezelfde kerk gaan.
“Laten we wat langzamer lopen, dan gaan ze ons wel voorbij” zeg ik tegen Netty.
Het helpt maar  even.
Want hoe dichter we bij de kerk komen, hoe meer kerkgangers er op de been komen.
En bij de huizen staan mensen met elkaar te praten. Zij zien het vast ook.
Ik voel de kousen rond mijn benen fladderen. Ik wil wegkruipen, maar hoe en waar?
Ik kan wel huilen van ellende en schaamte.

Als we na drie kwartier in een bocht van de weg de kerk zien staan, kan ik wel juichen.
We zijn er!
Als een haas loop ik de kerkzaal binnen. Iedereen heeft zijn vaste plek, ik weet inmiddels wel de bank waar Netty zit.
We zijn heel vroeg, het duurt nog een kwartier eer de dienst begint. Ik vind het allemaal prima. Ik zit en dan is er tenminste niets aan de hand.
Dat de kerkdienst lang gaat duren, bijna twee uur, is juist fijn.
Aan de terugweg ga ik nu nog niet denken. Die is van later zorg.

Die nylonkousen van toen waren lastig om te dragen. Je moest precies de goede maat hebben, anders zaten ze vervelend en zat de naad niet recht.
Er was voor mij, toen ik ze ging dragen, geen goeie maat omdat ik te dunne benen had.
En als onzeker meisje denk je dat iedereen naar je kijkt en op je let.

Het was een ramp als er een ladder in kwam. Weggooien was er natuurlijk niet bij.
Maar er was iets aan te doen.
Er waren speciale punten, zoals een lingeriezaak waar je de ladder op kon laten halen.
Soms was er ook als bijverdienste aan huis een “ladderophaalservice.” waar je je ladders op kon laten halen.
Als ik het mij goed herinner werd er per ladder afgerekend. Het was niet goedkoop, daarom was het zo schrikken als je een ladder had.
Hoeveel het per ladder kostte, is mij ontschoten. Misschien is er iemand die het nog weet?

Begin zestiger jaren kwamen de panty’s in de mode. Die waren meer elastisch en pasten veel beter. Wat een gemak ineens, een verademing na die kousen met jarretels. En zoveel gemakkelijker in het dragen.

Met een hartelijke groet van Maaike, nog steeds vanuit mijn quarantaine.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in vroeger | 6 Reacties

In quarantaine zijn

Ons wordt aangeraden nog langer in quarantaine te blijven. En die raad volgen we dan ook op.

Ik denk dat de meeste mensen wel verwachtten dat ons langer huisarrest zou worden opgelegd/aangeraden. 
En hoewel het er, naarmate de tijd verstrijkt, niet gemakkelijker op wordt zit er niets anders op.

Tijdens het nieuws en in praatprogramma’ s valt mij op dat het woordje ‘als’ aan de lopende band wordt gebruikt. 
Niet alleen nu, maar altijd al. En veel van die geopperde ‘alzen’ komen nooit uit.
Zoals ik vaak voor niks een paraplu meeneem voor ‘als’ het gaat regenen.

Maar als het de komende week heerlijk weer wordt kunnen we fijn buiten wandelen. En als het zonnetje ons dan vriendelijk toelacht nemen we een thermoskannetje met koffie mee en vlijen we ons heerlijk neer op een bankje.
Trouwens dat op een bankje zitten met een lekker bakkie koffie, wordt nu ook al veel gedaan  hoor ik, vooral door ouderen.
Als we dit niet meer kunnen, hebben we misschien thuis een balkon of tuin waar we van het zonnetje kunnen genieten en ons verpozen.
De zon wordt ons door de weermannen een beetje beloofd.

Ik spreek nichtjes waarvan de kinderen nu thuis zijn. Zij dromen niet van heerlijk op een bankje in de zon zitten. Het is voor hen aanpoten geblazen en weinig rust.
Het is regelen, ploeteren en improviseren om de boel draaiend te houden, en zeer vermoeiend allemaal.

Ik hoorde ook – want er komen altijd wel berichten vanuit de buitenwereld mijn kant op – dat de kringloopwinkels overladen worden met spullen. Blijkbaar wordt er opgeruimd dat het een lieve lust is.
Zo zijn we ook massaal laatjes aan het opruimen, die anders niet aan de beurt kwamen.
Tja, zo proberen we ieder voor zich, ruimend of schrijvend of op een andere manier, er wat van te maken.

Als het nodig is, troost ik mezelf en zeg:  Kijk eens om je heen, Maaike. Je hebt een warm huis, eten en drinken. Een heerlijk bed om in te slapen, en een geduldige computer om te schrijven. Warm en koud stromend water. Je mag gezond zijn, en daarbij heb je ook nog lieve mensen om je heen.  Dan wordt het ineens heel veel wat ik allemaal wel heb.

Het leven op aarde is altijd onvoorspelbaar. Wie had dit nou verwacht? 
Hoewel sommige virologen vertellen dat ze dit zagen aankomen. Om de zoveel jaar, stellen zij, duikt er een virus op dat vele, vele mensenlevens zal kosten.

Mijn/ons wereldje wordt kleiner en de dagen rijgen zich aaneen.
Ik ben benieuwd hoe de wereld er uit gaat zien na deze coronapandemie.
Dat vragen velen met mij zich af.
Het kan best dat de wereld er straks totaal anders uit gaat zien. Misschien wordt er in de toekomst nog veel meer digitaal geregeld.
Ineens blijkt dat veel werknemers thuis kunnen werken. Soms kost het wat nadenken om het op de rit te zetten, maar veelal lukt het.
En in het onderwijs gaan ze misschien ook wel nadenken wat ze meer digitaal kunnen gaan doen.
Misschien wordt na deze pandemie ook in de politiek veel heroverwogen.  Zou zo maar kunnen allemaal.
Het zijn zomaar wat overwegingen en gedachten van mij. Maar eerst moeten we nog door een zware moeilijke tijd.

Voor de afwisseling en omdat ik het leuk vind, ben ik voor volgende week een nieuw nostalgisch verhaal aan het schrijven.
Deze kortere stukjes zijn impressies, gewijd aan, en geschreven vanuit mijn quarantaine.

Aan iedereen een hartelijke groet vanuit mijn luxe quarantaine.
Sterkte, moed en vertrouwen gewenst.

Maaike,

 

 

Geplaatst in nu | Getagged , , , , , , , , , , , | 5 Reacties

In quarantaine zijn

Vanochtend hebben wij via een inlogcode de uitvaartplechtigheid van onze schoonzus bijgewoond. Het was heel fijn om er op deze manier bij te kunnen zijn.

Ik wekte de vorige keer de indruk dat er niemand bij de plechtigheid aanwezig mocht zijn.  De regel voor nu is dat bij een begrafenisplechtigheid maximaal 3o mensen worden toegelaten.
Omdat onze familie oud is en het gevaar op besmetting te groot is kon niemand van ons de dienst meemaken.
Wat bijzonder en en mooi is het dan dat we digitaal kunnen meeluisteren.
Het weten dat er nog meer familieleden meeluisteren, gaf iets heel speciaals aan de dienst. Dat we desondanks met elkaar waren, voelde wonderlijk goed.
Hoe fijn is het voor mijn broer en de kinderen dat zij met ons, die niet lijfelijk aanwezig waren, kunnen terug kijken en praten over de voorbije dienst.

Het is allemaal veel om te verwerken en zo heel anders dan het normaal gaat.

Verder slijt ik mijn dagen in betrekkelijke stilte. Het is echt niet zo dat ik mij verveel. Het tegendeel is eerder waar, ik heb het gewoon druk. Allereerst post ik meer blogjes.

En de inmiddels, voor veel mensen, ouderwetse telefoon is weer van stal gehaald.
Het indringende geluid van de telefoon, die veel overgaat, brengt mij terug naar vroeger tijden.
Mijn moeder bracht vroeger vele uurtjes door aan de telefoon. En ik kon er ook wat van. Mijn moeder lardeerde haar spreken altijd met veel spreekwoorden. Maar dat gemak de mens dient paste ze tijdens die lange telefoongesprekken niet toe. Ze pakte nooit een stoel maar bleef altijd staan.
Tegenwoordig heeft een snel mailtje, of een app, het gebruik van de telefoon drastisch verdrongen.
En nu herrijst die aloude telefoon weer in volle glorie.Want het is nu eenmaal veel gezelliger om een stem te horen, dan een app. te lezen

En dat vinden veel mensen met mij. We willen elkaars stem horen elkaar ondersteunen en sterken. We beleven het allemaal op onze eigen manier deze crisis. Het is fijn van anderen te horen hoe zij het doen.
Skypen vind ik ook fijn maar vermoeiender, het  blijft toch een hele onderneming voor mij.
Tot ik ook dat weer helemaal onder de knie heb. Dus nu nog alle hulde aan de de oude telefoon.

Er worden allerlei telefoonlijnen geopend voor mensen die eens met iemand willen praten. Verlangen naar een luisterend oor. Ik hoop dat mensen niet schromen om te bellen.
Toevallig hoorde ik dat de telefoonlijnen roodgloeiend staan.  En ook dat de problemen rond de ouderen groot en intens zijn.
Er komt van alles op ouderen af, en er spookt van alles door ons hoofd. Ik weet er alles van, ben ook oud.

Eigenlijk vliegen de dagen. Het lijkt alsof ik het druk heb met niks. Maar dit is dus niet waar. Ik kan het alleen niet tastbaar en zichtbaar maken wat ik presteer.

Gisteravond is mijn zoon op bezoek geweest. Hij zat in de vestibule, ik in de hal. De deur op een kiertje een kopje koffie erbij: gezelligheid kent geen tijd.
Dit keer heb ik alleen maar gevráágd, of hij iets wilde bij de koffie.
Het koekje dat ik de kinderen al jaren tevergeefs aanbied bleef dit keer in de kast.
Ik zal het toch wel eens leren dat ze niet van zoetigheid houden? En hen daarmee niet kan verwennen?

Mijn schoonmoeder gaf, toen de kinderen nog klein waren, met veel liefde en groot enthousiasme  snoepjes voor hen mee. Ik vond het te sneu en te bot om haar vreugde van het iets meegeven af te wijzen. En ach, ik wist dat de snoepjes hun weg wel vonden. We hadden een gezin met 6 snoepers naast ons wonen.

Aan iedereen die het nodig heeft, sterkte gewenst en een lieve groet!
Een groet aan alle moedige, onderwijzende ouders, die de hele dag hun kroost om zich heen hebben. En nu duizendpoten moeten zijn. Over helden gesproken!

Liefs van Maaike

Ik plaatste dit gedicht al eerder, maar omdat het zo past in het nu, vandaag nog een keer. Misschien vinden jullie het net zo prachtig als ik:

DE MOERBEITOPPEN RUISCHTEN

‘De moerbeitoppen ruischten;’
God ging voorbij;
Neen, niet voorbij, hij toefde;
Hij wist wat ik behoefde,
En sprak tot mij;

Sprak tot mij in de stille,
De stille nacht;
Gedachten, die mij kwelden,
Vervolgden en ontstelden,
Verdreef hij zacht.

Hij liet zijn vrede dalen
Op ziel en zin;
‘k Voelde in zijn’ vaderarmen
Mij koest’ren en beschermen,
En sluimerde in.

De morgen, die mij wekte
Begroette ik blij.
Ik had zo zacht geslapen,
En Gij, mijn Schild en Wapen,
Waart nog nabij

Nicolaas Beets 1814-1903

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in nu | Getagged , , , , , , , , , , , , , | 3 Reacties

In quarantaine zijn.

Als oude tijden herleven.

Iedere dag probeer ik voor mijn gezondheid een wandeling te maken. Soms lang, soms ook wel eens kort. Ik knap er geweldig van op als ik de frisse buitenlucht opsnuif en het windje zo vriendelijk om mij heen waait.

De natuur in dit jaargetijde is adembenemend mooi! Het dierenrijk maakt zich langzamerhand weer op voor de jaarlijkse voortplanting. Een zwanenpaar neemt daar vast een voorschot op.

Zwanen die aan het minnekozen zijn.

Bij alle ellende en treurigheid die het coronavirus veroorzaakt, is ook iets anders gaande.
Ik waan mij weer in vroeger tijden. Het luchtruim boven mij is uitgestorven alsof er geen vliegtuigen bestaan.
Ik weet dat het erg is voor de wereldeconomie. Maar hoe heerlijk is het voor ons om even verlost te zijn van het gezoem en gebrom boven ons. Om weer eens even schone, zuivere schone lucht op te snuiven. Een ware verademing.
Het hielp geen draad dat veel mensen belden naar de klachtenlijn van Schiphol voor de overlast die het vliegverkeer geeft. Niets bood soelaas.

De stilte om mij heen als ik wandel is zó verkwikkend.
Ik wil normaal lijken en doe het dus niet, maar het liefst zou ik mijn armen in een wijd gebaar omhoog heffen en willen uitroepen: “Heerlijk, wat een rust!”

Ik wijk uit als ik mensen tegenkom op mijn pad. Ze glimlachen vaak saamhorig en begrijpend terug. En zo zijn we toch gewoon even dicht bij elkaar.

Als ik al schrijvend naar buiten kijk, zie ik de gewoonlijk drukke laan stil en verlaten.
Er rijdt  af en toe een auto voorbij. Verder kuiert er nog een eenzame wandelaar.
Een vader is aan het hardrennen met zijn kinderen. De kinderen draven blij en lachend mee en willen winnen van hun pa. Een heerlijk tafereeltje. Ik hoor hun vrolijke lach.

Zoonlief vertelde gisteren dat hij naar de binnenstad van Amsterdam was gefietst. Het was er stil, je kon er weer ademhalen en genieten van de bouwwerken.
“De stad is weer van ons. We hebben de stad weer terug” zei hij blij.
En dochterlief zei:  “Ja, zo was de stad 30 jaar geleden. Op die stad zijn we verliefd geworden en er blijven hangen.”

Het wordt een gezellige middag. Judith, mijn dochter komt straks langs om boodschappen voor mij te doen. Ook samen wandelen staat op de agenda. Natuurlijk rond de twee meter uit elkaar.
Als het pad te smal wordt lopen we achter elkaar. We gedragen ons als gehoorzame burgers. De regels zijn opgesteld voor de veiligheid van onszelf en voor de mensen om ons heen. Daar houden we ons aan.

Ik vind het heerlijk buiten en geniet met volle teugen van de stilte en de vrede die ik proef.
Maar het abnormale eraan voelt tegelijkertijd ook beklemmend, onrustig en dreigend omdat  er meer aan de hand is dan deze vredige stilte.

En daar kwam ik deze week pijnlijk achter. Een schoonzusje van mij is woensdagavond, na een ziekte van één dag, overleden. Het is schokkend om weer een dierbare aan de dood te moeten afstaan.
Mijn schoonzusje werd 88 jaar, en dat is een gezegende leeftijd, maar het is vreselijk voor mijn broer. Ze kenden elkaar 72 jaar. Het was hun eerste liefde.
En zo heel erg dat niemand van ons naar haar uitvaart kan. En we nu geen afscheid kunnen nemen van ons lief schoonzusje
Gelukkig kunnen wij, via een inlogcode, digitaal bij de plechtigheid aanwezig zijn. Dit is dan weer een voorrecht van de moderne techniek
Ik kan mijn broer nu niet omhelzen en hem van dichtbij troosten. Wij, Gijs en ik trokken altijd veel met hen op. We zijn vaak met elkaar weg geweest.
Gelukkig is de telefoon er nog. Ik bel hem regelmatig, en hij heeft het niet druk zoals normaal in deze omstandigheden het geval is. Een treurige bijkomstigheid, die ik nu benut om hem op afstand te troosten, voor zover dit kan.

De volgende keer, Deo volente, vertel ik verder over het “in quarantaine zijn”.
Want ik heb het zowaar gewoon druk.

Een lieve groet van Maaike, vanuit mijn quarantaine.
Sterkte allemaal.

 

 

 

 

Geplaatst in nu | Getagged , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

In quarantaine jarig zijn.

Dit weekeind was ik jarig. Dit jaar werd het een heel ander gebeuren.
Allereerst was er dit jaar geen Gijs die mij bij het ochtendgloren feliciteerde, met steevast de vermelding hoeveel jaar ik nu weer was geworden. Geen bloemetje.
Heel vreemd en verdrietig.

Ik had mij ingesteld op geen bezoek deze dag. Je bent in quarantaine of niet.
Voor mijn verjaardag gold geen uitzondering.

Ik verwachtte niet dat deze dag zonder aandacht zou verlopen.
Op de piano had ik de prachtige verjaardagskaarten neer gezet. Ze stonden te prijken, alleen voor mezelf.
Een mens zou er egocentrisch van worden, van dat alleen zijn.
Maar daar bleef het niet bij. Er werd gebeld en geappt. Ik had het gewoon druk.
Zelfs een schoonzusje die haar man vorige week onverwacht verloor, belde.
Hoe lief en attent!

Dochterlief zou namens de familie in de middag even langskomen. Er was geen sprake van om mijn verjaardag zomaar voorbij te laten gaan.

Als de kinderen boodschappen doen zet ik in de vestibule een stoel klaar, en reik ik van ver koffie aan. We spreken elkaar dan door dichte deur. Dit zouden we nu ook zo doen.
De stoel stond al klaar, en de verwarming op zijn hoogste stand.
Maar eerst werden de cadeautjes nog naar binnen gesjouwd.

Ineens stonden de kleinkinderen met de kleine Kilian voor het keukenraam. Ze pakten hun muziekinstrumenten, en gingen spelen en zingen.
Sprakeloos en totaal verbouwereerd keek ik door het keukenraam naar het tafereel voor mij. Het koste mij veel moeite om niet in huilen uit te barsten. En ze speelden en zongen maar door.

Even viel de beperking van het in quarantaine zijn mij heel zwaar. Hoe graag gaf ik ze allemaal een lieve knuffel! Hoe graag ze iets aangeboden.

Maar ach ze snapten het natuurlijk volkomen, en zagen mijn blijdschap en ontroering. Even later vertrokken ze weer blij en voldaan naar huis.
Ze hadden iets gedaan wat mij ontzettend blij maakte. En zij hadden hun liefde op een wel heel speciale manier kunnen tonen!

En zo werd het dit jaar onverwacht een uitzonderlijke, zeer speciale verjaardag.

Een beetje vaag deze foto, maar geeft het gebeuren goed weer.

Door de afzondering van nu vinden er heel ongewone, bijzonder mooie en fijne dingen plaats.
Het leven is nu, voor veel mensen min of meer stil gelegd. Daarom wil ik proberen om af en toe, tussen de verhalen door, een kort of langer blogje te gaan schrijven.

Er is wellicht meer tijd om te lezen, en ik kan mij nu meer wijden aan mijn hobby.

Een lieve groet van Maaike.

 

Geplaatst in nu | Getagged , , , , , , , , , | 11 Reacties

Mijn moeders cliva

Lieve bloglezers, eindelijk weer een berichtje van mij.  Moest even bijkomen van een fikse blaasontsteking.

Het corona virus trekt een zware wissel op iedereen. Het lijkt alsof er niets anders meer is.
Zoals de meeste ouderen ben ook ik aan huis gebonden en daardoor wordt het stil en eenzaam om ons heen. De kinderen zijn heel voorzichtig en dat is natuurlijk lieve zorg. Maar het leven is ineens totaal anders.
Een paar blogjes terug schreef ik over de Spaanse griep. Niet wetend dat dit nu ons zou overkomen, een nieuw virus dat een wereldwijde pandemie veroorzaakt. En zo komen wij er pijnlijk achter dat we met al onze kennis niet alles in de hand hebben, en niet alles beheersbaar is.

Misschien kan een verhaal over vroeger wat afleiding geven, en de pijn wat verzachten?

Als ik aan aan mijn kinderjaren denk, dan zie ik uitgestrekte landerijen.
Ik zie ons huis staan met rondom het erf en de groene wei die door een greppel aansluit aan onze zijtuin. De koeien zijn tevreden aan het grazen, of liggen loom voor zich uit te staren.
In de voortuin staan geitjes aan een lange lijn.
Hoe anders was het leven toen, hoe overzichtelijk en rustig nog. Mensen gingen zaterdagsavonds bij elkaar “kortavonden” zoals dat werd genoemd.


We hadden geen radio of tv. En toch verveelden we ons niet. We lazen veel en er werd monopoly en andere spellen gespeeld. Of we kuierden over de tuinderij.

Mijn moeder had met elf kinderen niet heel veel tijd voor nostalgische terugblikjes. Maar als zij iets vertelde over haar jeugd, luisterde ik er nieuwsgierig naar. Ik hoorde ook aan die verhalen dat de wereld voor haar veranderd was sinds haar kinderjaren.
En zo zal zal het altijd blijven. We draaien met zijn allen mee in de tijd.

Mijn moeders clivia

Moeder en ik zitten samen aan de grote tafel. Ik rijg knopen aan een ketting. Een hele lange. Er zijn knopen genoeg, de bus zit helemaal vol.
Ik heb knopen uitgezocht die mooi bij elkaar staan. Ze liggen in gesorteerde groepjes voor mij op tafel. Het wordt vast een heel mooie ketting want de knopen hebben allerlei kleurtjes.

Ineens staat moeder op, en zegt: “Het voorjaar komt er aan. Ik ga vandaag de clivia maar eens naar beneden halen. Daar is het nu onderhand wel de tijd voor.”

Terwijl moeder naar de trapdeur loopt, roept ze: “ik laat de trapdeur even open staan hoor, want ik heb straks mijn handen vol. Niet de deur dichtdoen.”
Even later komt moeder met de clivia voor haar buik, voorzichtig naar beneden. Ze zet de plant  vlak voor mijn neus op de tafel.
“Kijk eens,  zegt moeder,” en wijst naar de clivia: “hoe mooi hij er bij staat. Hij heeft dit jaar zelfs twee knoppen.” Ze gaat op een stoel bij de tafel zitten en inspecteert de knoppen.
“Dat is voor het eerst dat hij twee bloemknoppen heeft.” Moeder kijkt heel blij.
“Hier zitten ze. We moeten even geduld  hebben tot de knoppen groot genoeg zijn om uit te komen. We gaan hem heel goed verwennen.”

Moeder pakt de clivia en loopt naar de voorkamer.
“We zetten hem eerst even in de voorkamer om te wennen dat het hier warmer is dan op zolder, na een poosje mag hij in de kamer. De voorkamer heeft precies de goeie temperatuur voor de knoppen.”
“Wil jij de deur  even opendoen?”
In de voorkamer krijgt hij een ereplaatsje. Vlak voor het raam want de knoppen moeten wel genoeg licht krijgen om uit te komen. Het tafeltje staat al klaar.

Ieder voorjaar gebeurt het opnieuw. De clivia wordt naar beneden gehaald en als een kind vertroeteld.
Ik vind het een wonderlijk gebeuren en volg op de voet hoe de de dikke bloemknop langzaam naar boven groeit. En ik begroet met evenveel vreugde als moeder het openen van de knop.
Dan ineens staat onze clivia, in al zijn glorie, uitbundig te bloeien.
Moeder weet precies hoe zij de clivia moet verzorgen, want ieder jaar bloeit hij weer.
Als ik naar de prachtige bloem kijk voel ik mij helemaal blij.

Op het raamkozijn in de voorkamer staan, tussen de opgetrokken gehaakte gordijnen, sanseveria’s. Sommige mensen zeggen vrouwentongen, maar ik vind sanseveria,s veel mooier klinken.
Ze staan er heel lang en groeien niet zo hard. Bij de buren aan de overkant staan ook sanseveria’s. Bijna iedereen heeft sanseveria’s. Maar niet iedereen heeft een clivia.
Moeder verzorgt de sanseveria’s ook goed, maar ze vindt de clivia veel mooier, geloof ik.
En waarom ze ook vrouwentongen worden genoemd weet ik niet.
Toen ik het moeder vroeg zei ze dat ze scherpe bladeren hebben en dat sommige vrouwen een scherpe mond hebben. Dat zou ik nooit bedacht hebben.

Als moeder terug is gaat zij verder met sokken stoppen. In sommige sokken zitten hele grote gaten. Als het zwarte sokken zijn doet moeder de lamp boven de tafel aan om het beter te kunnen zien.

Het regent vandaag heel hard, ik kan niet naar buiten. Zelfs de poes blijft binnen.
Ze ligt heerlijk te slapen in de rookstoel. Maar straks als de groten binnen komen wordt ze weggejaagd en moet ze ander plekje zoeken. Niet leuk voor de poes.
Maar als straks de groten binnen komen en ik in de rookstoel zit moet ik er ook uit en een ander plekje zoeken.
Moeder zegt dan: “de jongens zijn moe, ze hebben hard gewerkt.”
Dus zoek ook ik een ander plekje. Net als de poes.

Zomaar even een sfeertekening met woorden hoe het vroeger in ons gezin er naar toe ging.

Op dit  moment hebben oude gerechten en vergeten planten weer alle aandacht bij de jongeren. Leuk toch dat zo oude tijden herleven.

Ik ben altijd benieuwd hoe andere mensen terugkijken naar vroeger. En als ik in de loop van de tijd naar de  reacties kijk, is er veel blijde herkenning.
Het is nu eenmaal zo dat bij het ouder worden vroeger gaat herleven.
Het is ook heel leuk om het verhaal over vroeger van anderen te horen. Want hoe gelijkend ook, iedereen heeft weer een eigen verhaal. Klim daarom gerust in de pen.
Wij ouderen zijn nu aan huis gebonden, er is alle tijd om verhalen te vertellen.

Ook jongeren zijn welkom met hun verhalen. Hoe gaan zij in deze tijd met alles om? Hoe houden ze de gezinnen draaiend in deze zware tijd.
Ouders die soms in de zorg werken waarvan de kinderen thuis zijn van school.
Hoe lossen ze dit allemaal op? Naast hun werk hebben zij nu zorg over het schoolwerk van hun kinderen die thuis zijn. Wat een organisatie en geregel om het op de rit te houden.
En dan daarbij vaak ook nog de zorg over bejaarde ouders die alleen thuis zitten.
Hoe gaat het met hen? Vereenzamen ze niet? Het is voor iedereen een belastende, zware tijd.

De coronacrisis maakt ook vindingrijk. Ik hoor dat mensen weer aan een legpuzzel beginnen. Mensen worden creatief. Gaan nadenken wat ze voor elkaar kunnen betekenen. En wie weet wat er allemaal nog meer naar buiten gaat komen van dingen  waar we anders niet aan toe komen.

Bij ons hangt beneden hangt in de hal een uitnodiging van een gezin dat aanbiedt om boodschappen voor ons te doen.
Een crisis brengt mensen in beweging, roept mensen op tot naastenliefde. We moeten lijfelijk afstand houden maar de vele initiatieven die er nu al zijn brengt ons dichter bij elkaar.
Misschien is het goed om ook die kant van deze crisis op te merken.

Ik wens in deze tijd alle mensen gezondheid en inzicht hoe zij met alles om moeten gaan.
Heel veel kracht en sterkte voor iedereen!

 

 

 

Geplaatst in nu, vroeger | Getagged , , , , , , , , , , , | 6 Reacties