Van eenvoud en geluk.

Mijn grote zus rijdt haar fiets uit de schuur. Moeder en ik wachten buiten bij de deur. Naast mij op de grond staat mijn tasje met kleren. Ik ga logeren. Clazien gaat mij op de fiets wegbrengen. Als de fiets buiten staat geeft moeder mij een zoen: “Lief zijn bij oom Ad, hè. En goed luisteren”. Ik knik. Natuurlijk, bij oom Ad is het veel te leuk. Als ik op de bagagedrager zit, roept Clazien: “zit je goed? Je benen niet te dicht bij de spaken houden hoor, dat weet je hè”. Ik knik, maar dat ziet ze niet. Oom Ad woont in de ‘lege bordenbuurt’. Het is niet ver van ons huis, misschien vijf minuten fietsen. Hij is voogd van ons omdat mijn vader er niet meer is. Oom Ad was getrouwd met een zus van moeder, maar zij is ook dood. Nu woont hij alleen. Hij heeft één zoon, maar die is niet thuis. Die is soldaat in Nederlands-Indië, net als mijn broer Johan. We hebben nog een voogd: oom Arjaan. Hij is een broer van onze vader. Die twee ooms letten een beetje op of alles goed gaat bij ons.

“Zo, we zijn er,” zegt Clazien. Ik spring van de bagagedrager, blij dat ik er vanaf kan. Wat is die bagagedrager hard! Clazien zet haar fiets achter het huis. Oom Ad komt al aanlopen. Hij kijkt vrolijk: “zo, dat is gezellig. Komen jullie maar gauw binnen, daar is het warm. Ik heb een lekker kopje thee voor jullie gezet.” Door de keuken lopen we naar de achterkamer. De kamer ziet er nog precies hetzelfde uit als de vorige keer. Er is niets veranderd. Clazien gaat aan de tafel zitten die in het midden van de kamer staat. Ze schuift een stoel naar achteren voor mij. Het is lekker warm in de kamer, de kachel brandt. Maar in de keuken is geen kachel. Daar is het heel koud, dat weet ik nog van vorig jaar.
Oom Ad draait de theemuts, die op tafel staat, open en schenkt thee voor ons in. Hij zit altijd in de hoge leunstoel die naast de kachel staat. Hij trekt zijn stoel bij de tafel. Zo zit hij toch in zijn eigen stoel. Achter de theemuts staat een schaaltje met biscuitjes. Het wordt een klein feestje. Clazien vindt het ook heel gezellig, dat zie ik. Maar zij gaat weer snel naar huis, want thuis is het heel druk. Jammer, het is juist zo gezellig met zijn drieën. Clazien geeft mij een zoen en geeft oom Ad een hand. Ze zwaait als zij voorbij het raam loopt, en weg is zij.

Het is stil bij oom Ad in huis. Heel anders dan thuis. Daar gaan overal deuren open en hoor je stemmen. De een gaat weg, een ander komt thuis en allemaal praten ze met moeder. Hier is het heel anders. Hier ben ik alleen en verder is er niemand. Morgenochtend om negen uur komt tante An. Ze komt iedere dag werken en koken voor oom Ad. Ik zeg gewoon tante tegen haar, dat vindt zij goed.
Oom vraagt hoe het op school gaat. En of ik het fijn vind dat ik kerstvakantie heb. De kerstvakantie is het leukst van alle vakanties. Ik ga dan vaak eerst een paar dagen bij oom Ad logeren en daarna komt het kerstfeest van de zondagsschool nog.

Oom Ad blijft een hele poos zitten en praat gezellig. Hij heeft het nooit druk. Moeder zegt dat oom Ad renteniert. Wat dat precies betekent weet ik niet, maar in ieder geval hoeft hij nooit naar zijn werk. Als het half vijf is zegt hij: “kom, het is weer tijd voor mijn borreltje”. Met een zwaai zet hij een glaasje op tafel en schenkt er jenever in. “Jij lust zeker een glaasje ranja?” Hij loopt al naar de keuken om het te halen. Ik zit nog steeds aan de hoge tafel en ik kijk door het raam naar buiten. Zou Clazien al thuis zijn? Oom Ad zet de ranja voor me op tafel. Hij heeft er veel siroop in gedaan. Het is heel, heel zoet geworden. Lekker? Eigenlijk niet. Ik kijk naar oom Ad. Hij is altijd heel vriendelijk. Ik ben helemaal niet bang van hem.

Als we gaan eten is het al donker. De lamp boven de tafel is nu ook aan. Gelig licht. Het licht valt op de tafel. Op alle lekkere dingen die oom Ad heeft neergezet: worst, gesneden plakjes kaas, appelstroop, jam, hagelslag en pindakaas. Ik eet een boterham meer dan thuis. Maar mijn buik is nu wel heel dik, en dat voelt niet lekker.

Na het eten, als de tafel is afgeruimd, komt het allerleukste van de hele logeerpartij. “ Eerst nog even naar de nieuwsdienst luisteren en dan gaan we beginnen hoor,” zegt Oom Ad. Na de nieuwsdienst loopt hij naar de kast, zet de deuren open en vraagt: “wat gaan we doen vanavond?” Ik spring van mijn stoel en loop vlug naar de kast om alles eerst nog eens goed te bekijken. Het dominospel is altijd heel leuk. Maar de vorige keer hebben we vooral met het vlooienspel gespeeld. Oom Ad kon er niets van. Alle schijfjes vlogen naast het potje. We hebben heel hard gelachen. Nu ik het toch voor het zeggen heb, wijs ik op beiden. “Eerst het dominospel en dan het vlooienspel,” zeg ik vlug, voordat oom Ad iets kan zeggen. Het leukste het laatst, denk ik bij mezelf. Oom pakt de spellen en gaat terug naar zijn stoel. “Waar gaan we mee beginnen?” Hij heeft het dominospel al in zijn handen. “Eerst dominoën” zeg ik. “Maak jij alles maar klaar,” zegt hij, “dan gooi ik nog een beetje kolen op de kachel.” In de zwarte kolenkit zit nog een klein beetje kolen, dat laat hij uit de kit in de kachel glijden. “Ziezo,” zegt oom, “de kachel heeft ook eten en nu kunnen we rustig spelen”. De kachel laait een beetje op met de nieuwe kolen. De kachel snort en bromt. Door het rode mica zie ik de vlammetjes flikkeren.                                                            Ik doe heel goed mijn best. Er liggen al een heleboel dominostenen op een rij op tafel. Nu ga ik een bocht maken met de stenen zodat het een figuur wordt, dat vind ik leuk. We spelen twee spelletjes. Ik win één keer.

Nu is het vlooienspel aan de beurt. Alleen die gekleurde ronde schijfjes zijn al heel leuk, vind ik. Het potje waar we de schijfjes in moeten schieten wordt op het pluche tafelkleed gezet. En nu kijken wie de schijfjes het eerst in het potje heeft. Oom Ard begint. Hij pakt een grote, gele schijf, zet die op het randje van een klein schijfje, en probeert door druk het kleine schijfje in het potje te wippen. Ik kijk heel even nieuwsgierig toe. Ik zie het al, het gaat weer net als de vorige keer. Alle schijven vliegen hoog in de lucht over – en voorbij – het potje. Oom Ad gaat steeds harder drukken op de schijfjes en dat helpt natuurlijk geen snars. Ze vliegen al hoger over het potje. Ik heb nog twee schijfjes die in het potje moeten. Ploep, ploep, ze zitten er in! “Dat is niet leuk,” zegt oom Ad, maar hij lacht er bij. Na het tweede potje zegt oom Ad: “nog één potje hoor en dan naar bed.” En dat potje verlies ik. Waren we maar eerder gestopt. “En nu vlug naar je bed, jij!” Zijn vinger wijst naar de deur.

Ik loop voor oom de trap op naar mijn kamertje. Het bed staat al klaar. Dat heeft tante gedaan. Na mijn avondgebedje stopt oom mij in. “Welterusten, morgen gaan we verder spelen en dan ga ik alles winnen,” zegt hij. Als hij weg is droom ik van het vlooienspel. Ik wip de schijfjes met een grote boog allemaal stuk voor stuk in één keer in het potje. Oom Ad kijkt met grote ogen toe en schudt maar met zijn hoofd.

Dit bericht is geplaatst in vroeger met de tags , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

4 Reacties op Van eenvoud en geluk.

  1. wilma schreef:

    vlooienspel vond ik ook altijd erg leuk. Of mens erger je niet!! Spelletjes kunnen best leuk zijn. We doen het hier ook nog wel!
    Groet uit de sneeuw!!
    Wilma

    • Mee op de wind schreef:

      Ha Wilma, Misschien is spelletjes spelen erfelijk? Ik heb het veel met mijn ( opoe) gedaan. Zij was dan weer helemaal een kind en dat was zó leuk. Als volwassenen doen wij het ook nog graag. Ook met vrienden. Mens erger je niet doet echt zijn naam eer aan, ach leuk toch? Brr nu al weer sneeuw bij jullie? Het is zeker ook al koud? Ik ben geen fan van kou maar ook hier wordt het herfstig en kouder.
      De loop van de seizoen zowel hier als bij jullie! Mijn hartelijke dank voor je reactie.Altijd weer fijn om wat van je te horen en te weten dat het goed gaat. Groetjes van Maaike

  2. wilma schreef:

    ik moet denk ik opnieuw opgeven bij je?? Had geen berichtje gehad. Ga ik dus morgen even doen, want ik vind het jammer om te missen.
    Groet, WIlma

    • Mee op de wind schreef:

      Wat vervelend Wilma dat je geen bericht krijgt. Ik moet eens even mijn zoon vragen te kijken naar de lijst van abonnees. Ik ben bang dat de fout ook hier kan zitten want een vriendin van mij had ook geen bericht gehad. Ik doe mijn best om het uit te zoeken voor mijn volgend schrijfsel komt. Je hoort het nog of ziet hoe hoe het afloopt met het nieuwe stuk. Graag even een berichtje van je. Goed dat je even reageert zodat ik het weet. Bedankt en tot gauw!Groetjes Maaike

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Loading Facebook Comments ...