Fladderende nylonkousen

 

Dat het nu stil is op de terrasjes, en in de restaurants geen kip gezien wordt, bracht mij aan het denken. Mijn ouders zouden nu 122 en 128 jaar zijn geweest.
Het kwam in hun hoofd niet op om buiten de deur iets te eten of te drinken.
Dat deed men niet.
Trouwens, restaurants waren heel zeldzaam, zeker op een dorp.
En zij konden hun geld wel beter gebruiken dan verspillen in een etablissement.
Wel was er tegenover het veilingterrein een groot café waar tuinders een biertje dronken. Men kon er zelfs nog iets eten.
Maar luxe overdekte terrasjes, met in de winter een warm straalkacheltje boven je hoofd en een  dekentje op je stoelleuning, hoorden bij een verre ondenkbare toekomst.

De wereld onderging in honderd jaar een ware metamorfose. Ontwikkelingen volgden elkaar razendsnel op.
Zo zullen de oudere dames zich misschien nog herinneren dat er vroeger nylonkousen werden gedragen. Ze kwamen na de tweede wereldoorlog in zwang.
Ze waren een voorloper van de huidige panty’s.

Ik herinner ze mij tenminste nog heel goed. Toen ik ze op mijn veertiende jaar voor het eerst ging dragen, vond ik het een ramp.

Fladderende nylonkousen

Het is Maart 1953. Een week geleden ben ik 14 jaar geworden.

Ik kijk naar mijn witte sokken. Staan eigenlijk wel een beetje kinderachtig nu ik al veertien jaar, en bijna een bakvis ben.
Er zijn maar weinig meisjes van mijn leeftijd die nog sokken dragen. De meesten dragen al nylonkousen, of een lange broek onder hun jurk
Moeder zei gisteren ook al: “Ga morgen maar naar Corstanje voor nylonkousen, je bent er  nu groot genoeg voor.”
Ik vind het leuk, want het betekent dat ik bij de groten ga horen, maar het is ook eng.
Hoe zullen ze mij staan? En wil ik het wel echt?
Ik ga dit weekeind van zaterdag tot maandag bij Netty in Puttershoek logeren.
Netty is mijn vriendinnetje, zij logeert ook vaak bij ons in de weekeinden. Maar het is nu mijn beurt om naar Netty te gaan.
Misschien ga ik ze daar dan maar  voor het eerst aandoen naar de kerk. Daar kom ik geen vriendinnetjes tegen.

Op zaterdagmiddag sta ik bij de halte aan de Voordijk te wachten op de boemeltram naar de Hoekse Waard. Hij is weer eens veel te laat. Hij had er om drie uur moeten zijn en het is nu al tien over drie.
Hè, hè daar komt hij dan toch aan in de verte. Hortend en stotend komt hij tot stilstand.
Met mijn tas in de ene hand, kan ik met mijn andere hand de steunstang vastgrijpen en  mij zo in de tram hijsen.
Mijn tas zet ik naast mij op de houten bank, de nieuwe kousen zitten er ook in.
Ze zitten nog keurig ingepakt in het papieren zakje.
Met een snerpende fluittoon laat de machinist weten dat de tram vertrekt.
Op naar de Hoekse Waard.
Ik ga lekker zitten, want het duurt wel even eer we naar Puttershoek gewaggeld zijn.

 

Vóór we de Barendrechtse brug oprijden, laat de machinist weer met een schelle fluittoon horen dat iedereen uit de weg moet gaan.
Na een lange rit zijn we eindelijk bij het station van Puttershoek. Is het echt waar? Staat Netty me daar nu op te wachten?
Wat aardig dat ze me komt afhalen, hoef ik gelukkig niet dat hele eind naar haar huis alleen  te lopen.


Als we gezellig samen wandelen, vertel ik: “Gisteren heb ik nylonkousen gekocht. Ik trek ze morgen aan naar de kerk.”
“Ik ben benieuwd hoe ze je staan” zegt Netty. “Over 3 maanden maanden word ik veertien en dan trek ik ze ook aan. Dan vind ik sokken dragen ook kinderachtig. Ze liggen al klaar in mijn kast.”

“Wat ruikt het hier lekker” zeg ik tegen Netty als we bij haar huis zijn. Ik snuif de heerlijke geur nog eens extra op.
“Mijn moeder is een cake voor morgen aan het bakken” zegt ze.
Als we naar binnen lopen, komt Netty’s moeder naar ons toe en geeft mij een knuffel.
“Gezellig dat je er weer bent kind” zegt ze en kijkt mij vrolijk aan. “Vanavond krijgen jullie een heerlijke plak cake bij de koffie.”

Het is snel avond en alweer bedtijd. De heerlijke cake zit veilig opgeborgen in mijn maag.
Netty loopt voor mij de trap op naar haar slaapkamer.
Ik zet mijn tas op een stoel naast het tweepersoonsbed.
“Ik hang even mijn kleren voor morgen over een stoel,” zeg ik tegen Netty.
Mijn nieuwe kousen haal ik uit het papieren zakje. “Kijk dit zijn ze!”
Netty inspecteert de kousen en zegt: “Ik heb precies dezelfde in mijn kast liggen”.

’s Ochtends om 8 uur klopt Netty’s moeder op de deur: “Komen jullie eruit? Het is hoog tijd hoor.”
Netty springt meteen uit bed. Ik wil nog wel lekker blijven liggen, maar stap er ook maar uit want eigenlijk ben ik heel benieuwd hoe mijn nylonkousen staan.

Nadat ik mij gewassen heb, ga ik het karwei ondernemen: mijn nieuwe kousen aandoen.
“Je moet ze heel voorzichtig aandoen,” zei mijn zus Greetje gisteren. “Er zit zo een ladder in en dan moet je ze weer wegbrengen om op te laten halen, en dat is heel duur.”

Als ik ze heel voorzichtig, met handschoenen aan, heb aangetrokken, maak ik ze vast aan de jarretels. In de spiegel bekijk ik het resultaat. Hoe staan ze? Ik schrik.
Ik dacht het al toen ik ze aantrok: ze zijn veel te groot! Het is geen gezicht, de naad zit schots en scheef en vliegt alle kanten op.
Netty  ziet het ook: “Ze zijn veel te groot, joh. Waarom heb je geen kleinere gekocht?”
“Dit was de kleinste maat” roep ik wanhopig. ” Ze hebben ze niet kleiner. Moet je zien, als ik loop. Ze fladderen rond mijn benen. Wat een belachelijk gezicht!
Ik durf zo niet over straat. Maar ik heb ook geen andere kousen voor de zondag bij me”.
Moedeloos plof ik op bed. “Hoe moet dat nou? Ik loop voor gek zo.”
“We komen bijna niemand tegen als we naar de kerk lopen, het is dan nog heel vroeg,” troost Netty.

Als we een uurtje later naar de kerk lopen, lijkt het even of Netty gelijk heeft.
Maar dan komen er mensen achter ons lopen die naar dezelfde kerk gaan.
“Laten we wat langzamer lopen, dan gaan ze ons wel voorbij” zeg ik tegen Netty.
Het helpt maar  even.
Want hoe dichter we bij de kerk komen, hoe meer kerkgangers er op de been komen.
En bij de huizen staan mensen met elkaar te praten. Zij zien het vast ook.
Ik voel de kousen rond mijn benen fladderen. Ik wil wegkruipen, maar hoe en waar?
Ik kan wel huilen van ellende en schaamte.

Als we na drie kwartier in een bocht van de weg de kerk zien staan, kan ik wel juichen.
We zijn er!
Als een haas loop ik de kerkzaal binnen. Iedereen heeft zijn vaste plek, ik weet inmiddels wel de bank waar Netty zit.
We zijn heel vroeg, het duurt nog een kwartier eer de dienst begint. Ik vind het allemaal prima. Ik zit en dan is er tenminste niets aan de hand.
Dat de kerkdienst lang gaat duren, bijna twee uur, is juist fijn.
Aan de terugweg ga ik nu nog niet denken. Die is van later zorg.

Die nylonkousen van toen waren lastig om te dragen. Je moest precies de goede maat hebben, anders zaten ze vervelend en zat de naad niet recht.
Er was voor mij, toen ik ze ging dragen, geen goeie maat omdat ik te dunne benen had.
En als onzeker meisje denk je dat iedereen naar je kijkt en op je let.

Het was een ramp als er een ladder in kwam. Weggooien was er natuurlijk niet bij.
Maar er was iets aan te doen.
Er waren speciale punten, zoals een lingeriezaak waar je de ladder op kon laten halen.
Soms was er ook als bijverdienste aan huis een “ladderophaalservice.” waar je je ladders op kon laten halen.
Als ik het mij goed herinner werd er per ladder afgerekend. Het was niet goedkoop, daarom was het zo schrikken als je een ladder had.
Hoeveel het per ladder kostte, is mij ontschoten. Misschien is er iemand die het nog weet?

Begin zestiger jaren kwamen de panty’s in de mode. Die waren meer elastisch en pasten veel beter. Wat een gemak ineens, een verademing na die kousen met jarretels. En zoveel gemakkelijker in het dragen.

Met een hartelijke groet van Maaike, nog steeds vanuit mijn quarantaine.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in vroeger. Bookmark de permalink.

6 Reacties op Fladderende nylonkousen

  1. L van Garderen schreef:

    Dag Maaike, wat zul je je opgelaten hebben gevoeld met die te grote kousen! En je had je er nog zo op verheugd dat je ze voor het eerst aan mocht. Ik kan me die kousen met naad en jarretelles nog goed herinneren. Ik zat in de verpleging en als leerling moest je zwarte kousen aan, ook als het snikheet was!Inderdaad, vroeger was uit eten gaan hoge uitzondering wel herinner ik me Rutecks in Utrecht daar gingen we wel eens koffie drinken met iets erbij dat was al heel wat maar erg gezellig. Zo komt er weer van alles boven van vroeger he. hartelijke groet van Lucie

  2. Anoniem schreef:

    Dag quarantaine-meisje. Zo zie je maar: cafe’s, restaurants en zaaltjes leeg. Dan is er niets aan. Mijn “uitgaanstijd “ begon vanaf 1955. Toen was ik van school af, en WERKTE en VERDIENDE. Toen kocht ik inderdaad ook nylons, opgehouden door zo’n jarretelgordeltje. Je had de (lelijke rose kleur), maar ook had ik er 1 van zwart kant. En dan met zwarte nylons. Onder een zwarte strakke rok (wel tot ver onder de knie) of onder zo’n fijne cirkelrok, die zo lekker om je benen zwaaide. Het voelde zo VOLWASSEN, en dat wilde je graag zijn. P.s. Bij mij fladderden ze overigens niet zo. Had zeker dikkere benen. Maar…weer een uitstapje naar vroeger. Mooi! Elly

  3. Tineke schreef:

    Wat een “spanning” in je verhaal. Het was dan ook wel iets waar je heel erg naar kon uitkijken. De eerste nylonkousen aan en dan ook nog met een naad.
    Van mezelf weet ik dat ook nog wel. Zo’n gordeltje met jarretels en dan zo’n nylonkous. Wat een gedoe. En dan ja zondags naar de kerk. Die duurde dan bij ons wel niet zo heel erg lang, voor mij echter té lang. Het bleek dat ik allergisch voor nylon was en dat gaf me een jeuk. Zodra we thuis waren gingen de kousen dan ook heel snel uit. Later met de panty’s had ik hier minder last van gelukkig. Nog steeds zijn kousen en ik geen “vrienden” Het blijft gevoelig. Uit eten gaan, nee dat zat er vroeger niet in. Toen mijn ouders 25 jaar getrouwd waren, gingen we naar een Chinees restaurant. En meer situaties kan ik niet herinneren. Wat leuk die oude foto’s van de trein. Zijn die uit je eigen archief?
    Lieve groet,
    Tineke.

  4. sonja schreef:

    Hallo Maaike, ja je verhaal is heel herkenbaar,. Omdat mijn moeder veel jurkjes voor mij naaide, en ik van mijn vader geen lange broeken mocht dragen, had ik al op mijn 13e nylonkousen. Er zat echter geen naad in, dat scheelde al en ik had nogal flinke kuiten dus ze zaten mooi strak. En dan die jarretels, en als je ongesteld was moest je nog een ander gordeltje om..
    De eerste dag dag ik ze droeg, was er een vriend van mijn broer op bezoek, zij waren 6 jaar ouder dan ik. Ik kwam trots de trap af en daar stond hij onder mijn rok te gluren. Wat schaamde ik mij!

  5. Gerlien schreef:

    Goedemorgen Maaike,
    Dat een mens toch zo vrolijk kan worden van herinneringen, wat heerlijk! Ook ik ken de tijd van kousen (gelukkig zonder naad) met jarretels. Het grote probleem waren idd de ladders, ik viel altijd in de prijzen ;(. Dat laatste is nog steeds het geval, ondanks de panty ben ik grootverbruiker. Mede omdat ik in een winkel werkte en we ook zomers panty’s moesten dragen. Dat ligt al heel lang achter mij, maar de panty ben ik nog steeds trouw! Voor de komende tijd het allerbeste, blijf gezond en voor iedereen (ondanks de beperkingen): Fijne Pasen

  6. Janie van Rijswijk-Hak schreef:

    Dag Maaike,
    Ik ben 70 jaar en toen ik “jong” was kostte een ladder ophalen 10 cent per ladder. Niet goedkoop, maar een nieuwe kousen waren nog veel duurder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Loading Facebook Comments ...