Ons eigen kerkje

Als ik in het donker naar buiten kijk zie ik de knipperende lichten van vliegtuigen die gaan landen op Schiphol. De komende dagen zal het luchtruim alleen maar voller worden vanwege de Kerstdagen.
Vanochtend was het op het stadsplein ook al loeidruk. Het grote haasten om alle boodschappen, kerstgroen en wat al niet, op tijd binnen te krijgen lijkt ieder jaar vroeger te beginnen. De aangelegde ijsbaan is druk bevolkt.
Het is nu bijna anno 2o20 en de wereld om ons heen lijkt een heksenketel te worden.

Mijn verhaal van vandaag gaat over hoe wij rond 1952 in huiselijke kring ons Kerstfeest vierden. Ik was 13 jaar. De wereld en de gebruiken zijn sinds die tijd enorm veranderd. Tegenwoordig worden er op kerstavond  in veel kerken kerstdiensten gehouden. Die diensten zijn dan overvol. Vroeger was dat niet zo. Alleen in Rooms Katholieke kerken ging men op kerstavond naar de kerk.

Het verhaal gaat over ons grote gezin met negen kinderen. Twee broers waren eerder overleden. Hoe mijn/ons leven er toen uitzag en hoe alles was. De soberheid en rust van die jaren staat mij nog helder voor ogen.

Er kwam zoveel boven dat het twee verhalen zijn geworden.

Ons eigen kerkje

Ik loop vanuit de keuken naar buiten. Het waait zo hard dat ik de deur met moeite kan vasthouden. Het is nog vroeg in de ochtend.
Achter ons huis, tegen de muur, staat het konijnenhok met twee konijnen. We hebben een vrijstaand huis met veel ruimte er omheen.  Achter het huis staat ook nog een grote kippenren met kippen en een haan.

Ik ben zo vroeg omdat ik de konijnen nog een keer wil zien. Vóór ze worden meegenomen.

De konijnen komen meteen naar mij toe.
Met één vinger door de tralie aai ik voorzichtig over hun neusjes en zachte velletjes. Verder aaien gaat niet, mijn vinger wordt tegen gehouden door de tralies. Hun neusjes gaan snel op en neer als ik ze aai. Het lijkt een beetje op het kwispelen van ons hondje als hij blij is.

Wat waren ze schattig klein toen we ze kregen.
Ze zij nu dik en welgedaan door het vele eten. En precies goed om te verkopen volgens mijn broers.

Daar komt mijn broertje Leo al aan met twee juten zakken.
Ik wil het niet zien en ren naar binnen. Vorig jaar was ik er wel bij toen Leo ze meenam, ik weet nog goed dat ze in de juten zakken moesten.
Leo neemt ze mee naar de veiling. Leo is de jongste van de vijf broers. Hij is boven mij, ik ben de jongste. Ik heb ook nog drie oudere zussen.

De veiling is dichtbij, ons huis staat op het veilingterrein en onze tuinderij grenst aan het veilingterrein. Het is druk op de veiling met marktkooplui en tuinders die hun groenten willen veilen. En er is altijd wel iemand die konijn wil eten met kerst

Vorig jaar aten wij ook konijnenbout.
Vlak voordat moeder het konijn braadde zag ik het konijn in de schuur aan een haak hangen. Zijn velletje was er af. Ik vond het zielig en heel eng dat het konijn, nu zonder velletje, met zijn kopje naar beneden aan een haak hing.

“Dit jaar eten wij kippenbout,” zei moeder.

Op kerstavond lijkt het een beetje zaterdagavond. Moeder heeft alles klaar en zit aan tafel. De geur van gebraden kip hangt nog in de keuken. Ik moet deze avond nog op gewone tijd naar bed. Maar dat is niet erg want dan is het snel morgen.

Eerste kerstdag ben ik vroeg wakker. Het fladdert in mijn buik. Ik voel mij blij omdat het kerstmorgen is. Kerstfeest is het fijnste feest van het jaar, vind ik. Het is altijd heel gezellig en het duurt twee dagen lang. En als we vanmiddag gaan eten zijn we er allemaal.

Bij mijn vriendinnetje is het huis versierd en er staat een kerstboom met kaarsjes. Moeder vindt je huis versieren en een kerstboom met kaarsjes heidens, zegt ze. Ons huis is niet versierd maar dat kan mij eigenlijk niets schelen. Het is bij ons zonder versiering al heel gezellig!

Als ik de achterkamer binnen kom, zit bijna iedereen al aan de ontbijttafel. Moeder zit aan het hoofd van de tafel en wacht tot iedereen er is. Ik ril, het is nog vroeg in de ochtend en de kamer is koud. Het duurt lang voordat de grote hoge kamer is verwarmd. Als iedereen zit kunnen we gaan ontbijten. Maar eerst bidt moeder. Sinds onze vader 13 jaar geleden is overleden, is het moeder die bidt voor het ontbijt.

 

 

 

Mijn ouders in de jaren twintig van de vorige eeuw.

 

 

 

Na het eten zingen we, als voorbereiding op de kerkdienst, een psalm. Ik luister, terwijl ik meezing, naar de stemmen. Het voelt een beetje zoals de kerk, maar nog meer als ons eigen kerkje. We zijn heel dicht bij elkaar als we zingen.

Moeder heeft haast. Ze zet haar zwarte hoed op. Alle kleren die moeder aan heeft zijn zwart. Ik zet ook mijn hoedje op want meisjes in onze kerk dragen een hoed tijdens de kerkdienst. Op eerste kerstdag loopt moeder naar de kerk want dan is het zondag en is fietsen zondig, zegt ze. Morgen, tweede kerstdag, gaat zij wel op de fiets want dat telt niet als zondag.

Ik loop altijd met moeder mee, mijn broers en zussen gaan op de fiets. Het is best een eind naar de kerk. Wel drie kwartier lopen.

Even later lopen we over de nog stille Gebroken Meeltijd naar de kerk aan de Voordijk. Het waait nog steeds en het is koud. Af en toe grijp ik naar mijn hoedje het waait bijna af.

Wordt dv vervolgd op tweede kerstdag.

 

 

 

Oude Christelijk Gereformeerde kerk aan de Voordijk.

 

 

 

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in vroeger met de tags , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

5 Reacties op Ons eigen kerkje

  1. Engelien schreef:

    Wat een fijne en bijzondere herinneringen van u.
    Heel mooi om te lezen, verlang nu al naar het vervolg.
    Liefs, Engelien

  2. Elly schreef:

    Mooi tijds- en sfeerbeeld Maaike. Alhoewel dit alles mij, als Amsterdams “meissie” geheel vreemd is, waande ik mij even deel uitmakend van zo’n grote familie, en met moeder ter kerke gaand.
    Ik ken dat allemaal natuurlijk niet, maar daarom is het mooi om erover te lezen.
    Het leven zal overigens daar waar jij opgroeide, ook wel erg veranderd zijn.
    Jammer? De nieuwe tijd heeft natuurlijk ook voordelen op velerlei gebied, maar toch… ja, wel jammer.

  3. Anoniem schreef:

    Dag Maaike,

    Wat hebben we op onze leeftijd toch een veranderingen meegemaakt. Dit verhaal is er weer één van en het is goed dat iemand dat nog eens laat weten in zo’n mooi verhaal. De kerst is echt een tijd van nostalgie, mooi of minder mooi, maar zeker rustiger.
    Allen wens ik mooie kerstdagen en een gezond jaar.
    Nelleke

  4. Wilma schreef:

    Ja die dagen zijn vervlogen. Hier hebben we maar een Kerstdag. 2 keer kerk en dat is gelukkig nog mogelijk in deze wereld.
    Ook voor u gezegende dagen!

    Groet,
    Wilma

  5. Tineke schreef:

    Dag Maaike,
    Wat een mooie herinnering die je deelt. En wat lijkt dat allemaal zo ontzettend lang geleden.

    Hierbij mijn herinnering, zo uit de jaren ’60:
    Kerstavond: Midden in de winternacht. Was het nu 04.00 uur of 06.00 uur? Dat kan ik me niet meer herinneren. We werden door vader uit ons bed geplukt om naar de Kerstnachtdienst te gaan. Het was donker en meestal koud. Er waren jaren dat het sneeuwde en dat maakte alles nog mooier. Nee, eten voor die tijd deden we niet, dat zou pas gebeuren als we weer thuis zouden zijn. Als oudste dochter en samen met broertje en zusje gingen we naar buiten. Moeder bleef thuis, want er waren altijd wel een aantal kleine broertjes en zusjes, die nog te jong waren. In totaal kwamen er 8 kinderen. De katholieke kerk stond naast ons huis, dus was het maar een klein stukje. In de kerk was het een feest, want Jezus was geboren. Allemaal kaarsen en lichtjes.
    In de tijd dat wij in de kerk zaten vond er thuis een ware KERST-metamorfose plaats. Nee, er was toen nog geen kerstboom. Die kwam pas vele en vele jaren later.
    Moeder was zeker druk in de weer en maakte het gezellig door de tafel te dekken met een mooi tafellaken, servies en lekker kerstbrood.
    Ze maakte van “grotpapier” een mooie kerststal op een dressoir. De oude beeldjes werden in de stal gezet met in een kribbe het kindje Jezus. De drie koningen werden op afstand gezet, want die moesten nog reizen.
    Het rook ook zo lekker als we weer in huis kwamen. Er waren verse dennentakken in een mooi kerststukje. Er stonden stoofperen op een petroleumstelletje. En er werd bouillon getrokken van een mergpijpje.
    En het enige licht dat er was, was van kaarsen.

    Vader had dagen voor de kerst wel een konijn of een kalkoen geslacht. De dieren die we hadden waren klein gekocht en “vetgemest” voor de Kerst. Vlees kregen we niet elke dag en als we het kregen was het een halve gehaktbal of een stukje speklap of een stukje kip (omdat er eentje opgeruimd moest worden)In de dieren die we groter zagen worden, zagen we ons stukje vlees op ons bord groeien. Nee, de beestjes waren niet om mee te knuffelen of te spelen.
    Vader was ook degene die het vlees aansneed en verdeelde.
    Als toetje was er altijd “sneeuwpudding” En nu nog steeds is het recept in de familie bekend. Echt zo’n Kerst-traditie.
    Dit alles om te koesteren en levend te houden.

    Fijne kerstdagen voor jou en alle lieve mensen om je heen.
    Liefs van Tineke.

Laat een reactie achter op Wilma Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Loading Facebook Comments ...