Niet alleen Belgen voelen zich eenzaam

Het is al weer wat jaartjes geleden dat ik op bezoek ging bij een oudere dame in een bejaardenhuis, met wie ik al jaren bevriend was. Bij binnenkomst bleek één van haar dochters er ook te zijn.
We zaten gezellig te keuvelen en opeens, schijnbaar uit het niets, zei mijn vriendin tegen haar dochter: “niemand begrijpt mij”. Het klonk als een eenzame aanklacht.

Ik las dat bijna de helft van de Belgen zich soms, tot bijna altijd, eenzaam voelt.
En ook dat het niet ongewoon is om je soms eenzaam te voelen. We maken van alles mee in ons leven. En we vinden het vaak moeilijk om te praten over dingen die niet lekker lopen of ons dwars zitten. En zo sjouwen we alleen met onze problemen rond.

Bij mijn vriendin was het anders. Zij wilde wel praten maar haar dochter hield de boot af. Ik luisterde naar het gesprek tussen moeder en dochter en ook ik hield mijn mond.
We schrokken beiden van haar directheid, denk ik. Het is niet zo onze gewoonten om onze gevoelens op tafel te leggen. En zeker niet als het gaat over zielenpijn zoals eenzaamheid, onbegrepen gevoelens en angsten.

Mijn vriendin woonde in een toen nog bestaand bejaardenhuis.
Ze had kinderen die haar trouw opzochten en toch sprak zij over eenzaamheid. Haar dochter antwoordde : “Ik begrijp u pas als ik zelf oud ben”.
En dat was eigenlijk een mooi en waar antwoord. Maar wat mijn vriendin dwars zat bleef zo wel in de lucht hangen.
Was ze eenzaam ondanks veel mensen om haar heen? Viel het proces van ouder worden, aftakeling en loslaten haar zwaar? Miste zij juist nu haar lang geleden overleden echtgenoot? Was zij angstig?

Haar dochter was nog jong. Hoe kon ze voelen wat haar moeder nu meemaakte?
Daar moest zij eerst zelf oud voor worden.
Achteraf vond ze het wel jammer dat ze niet had doorgevraagd maar vluchtte voor wat haar moeder zei, bang voor een moeilijk gesprek.

Ze had willen vragen wat haar moeder zo eenzaam maakte en wat zij zo moeilijk vond. En waarin zij dan niet begrepen werd. Ze noemde het een gemiste kans om te praten

We zijn jaren verder in de tijd. Alleen mijn grijze haren vertellen het al: ik ben ouder geworden. En anders zie ik het wel aan mijn ouder wordende kinderen.
Ik weet nu hoe het voelt om oud te zijn. Pas zei een lotgenoot tegen mij: “ik wist niet dat oud worden zo moeilijk was.” Ik vrees dat meer ouderen dat zeggen.
Ook al staan onze kinderen om ons heen, dragen zij zorg voor ons, oud worden is van jezelf.

Het leven van onze kinderen is druk en gevuld. Ze krijgen zelf kinderen en kleinkinderen en staan daardoor nog in het volle leven. Zo is het altijd geweest en zo zal het altijd zijn!
We zijn in ons leven op de plaats waar we nu zijn.

Het is fijn, en ik denk goed, als we naast ons gezin andere contacten en vriendschappen hebben. Want misschien, nee niet misschien, hebben we elkaar nodig. Het helpt als wij als ouderen er met anderen over kunnen praten.
Als we kunnen delen hoe het voelt om ouder te worden. Dat alles wat moeizamer gaat en dat ons lichaam soms krakkemikkig is. En dat we bijna allemaal pillen slikken.
We mopperen met elkaar over de maatschappij die zo snel verandert. Dat we buiten adem raken om alles bij te benen. En het helpt we zijn tenslotte lotgenoten!
En hoewel we onze kinderen lief en goed vinden praten we over onze eenzaamheid die bij het ouder worden om de hoek komt kijken.

Maar we weten ook dat er meer is dan oud voelen, oud zijn.
Er zijn gelukkig zijn ook veel fijne dingen om met elkaar te doen.

Het zou heel kortzichtig, bijna dom, zijn om te denken dat alleen ouderen eenzame gevoelens kennen. Want eenzaamheid komt op alle leeftijden voor.
Ik herinner mij nu weer hoe ontzettend eenzaam ik mij voelde toen ik een bakvis was. (de tegenwoordige puber)
Ik voelde mij onbegrepen en opgesloten in mezelf. Het was een heel naar gevoel.

Niemand die het aan mij zag. Ik was er bijzonder goed in om het te verbergen. Schaamde mij ervoor en dacht dat ik dit alleen voelde.

Er zijn vandaag de dag heel veel jongeren die zich eenzaam en onbegrepen voelen. En dat is geen wonder lijkt mij in deze tijd van smartphones, digitale contacten en het alom druk hebben.

Er wordt veel over gesproken. En er worden allerlei acties ondernomen. Zo wordt in ons land ieder jaar een week uitgeroepen tot week tegen de eenzaamheid. Het is een mooi gebaar en een goed begin.
Maar een week van aandacht zet geen zoden aan de dijk, lijkt mij. Er is meer nodig tegen de plaag van eenzaamheid.
Zo zijn er in Amstelveen, de woonplaats waar ik woon, allerlei buurtrestaurants waar je kunt binnen lopen om te eten tegen een schappelijke prijs.
Mensen worden ook persoonlijk gevraagd iemand mee te brengen. En dan nog lukt het niet altijd dat mensen de stap wagen en komen.

Als bijna de helft van de Belgen zich soms, tot bijna altijd, eenzaam voelt dan is de eenzaamheid heel groot. Het zal in ons land wel ongeveer hetzelfde liggen
Ik hoop dat iedereen de moed vindt en het aandurft om er zonder schaamte over te praten, omdat het een menselijke emotie is.
Vooral ook jongeren. Dat er dan iemand is die naar je luistert en voor je open staat, omdat bijna iedereen het gevoel kent.

Het zijn vaak de kleine dingen naar elkaar die een wereld van verschil maken.

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , | 4 Reacties

De Wind waait waarheen hij wil!


Hoe wordt mijn blog ontvangen? Een angstige vraag die regelmatig boven kwam. Ik had bijvoorbeeld ook nog nooit van een blogniche gehoord.
Inmiddels weet ik dat een blogniche het min of meer vaststaande thema is van je blog. In de regel is het iets waarvoor je een speciale belangstelling hebt. Meestal weerspiegelt dit thema zich in de naam van je blog.
Ik wist dus niets van dit alles en was al lang blij dat ik een naam voor mijn blog wist. En soms is iets niet weten heerlijk gemakkelijk, zoals hier dus.

Geplaatst in nu | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 3 Reacties

Zij leven in ons voort!

Het is al weer een poos geleden dat we als zussen en broers op een verjaardag in een grote kring bij elkaar zaten.
Toen we allemaal gepensioneerd waren spraken we af om onze verjaardagen in de ochtend te gaan vieren. En wat was dat gezellig.
Er werden verhalen, herinneringen opgehaald uit onze jeugd. Vooral de ouderen zaten vol verhalen.

Tot ons groot verdriet werd bij het verstrijken der jaren onze kring kleiner.
En nu, als we elkaar al zien op een verjaardag, is het kringetje heel klein geworden.

Een klein kind heeft het nog niet over vroeger. Leeft nog in het nu.
Toch word je als kind al snel wijzer en ervaar je dat dingen voorbijgaan.
Wat keek je als kind uit naar je verjaardag. Je telde de nachtjes.
En op de avond van je verjaardag kroop er langzaam een naar gevoel in je naar boven. Je wist morgen ben ik niet meer jarig, is het voorbij.
Dan is al die belangstelling voor mij in rook opgegaan.
Als je ouders het begrepen, mocht je de volgende dag nog een beetje jarig zijn. Maar dat voelde toch als surrogaat, als een soort troostprijs.
En zonder dat je het besefte ervoer je dat dingen voorbijgaan, herinneringen worden. Soms reist zo’n herinnering een heel leven met je mee

Blijft over dat je als kind hoopt dat het gauw volgend jaar is om weer  jarig te zijn.

Jammer genoeg zijn niet alle herinneringen mooi. Ook niet van kinderen.
Mia was 14 jaar, en kwam haar kleine zusje ophalen dat met Judith speelde.
Ze wilde wel even blijven en wat drinken.
Ze zag er verdrietig uit, en vertelde over haar vader die een paar weken geleden was overleden. Haar vader was haar grote vriend geweest. En nu was hij er niet meer!
“Maar” zei ze zichzelf troostend: “Hij leeft in mij voort!”
Ik keek haar verwonderd aan. Deze woorden? Ik verwachtte ze  niet van een veertienjarig meisje. Het waren geen loze woorden, ze had er over nagedacht dat zag ik aan haar. Ja, haar vader was dood en dat vond zij vreselijk.
“Maar” zei ze letterlijk, “hij leeft voort in mijn hart!”

Zo denk ik vaak aan die vriendin van vroeger die in mij voortleeft.
We zagen elkaar bijna iedere week wel een keer.
Het is al weer jaren geleden dat zij overleed. En na al die jaren komt zij weer voorbij in mijn leven. Hoor ik weer haar zachte stem. Ben ik weer bij haar op de thee.
Theedrinken bij haar was een gebeurtenis op zichzelf. Een specialisme van haar. Ik had nog nooit thee met rum op. Zij zette thee met rum en die thee was meer dan lekker!
Het hele theegebeuren was bijna een ceremonie. De rust, de toewijding waarmee zij de thee inschonk en serveerde was heel bijzonder.

Ze vertelde graag en veel over vroeger, vooral over haar kinderjaren.
Haar vader was landarbeider en moest schnabbelen om de kost te verdienen voor het gezin.
Soms stond hij kort voor de wagen en kregen de kinderen er van langs. Met de klomp die hij aanhad. Er was geen enkele boosheid bij haar te bespeuren als zij het vertelde. Alleen begrip voor het harde bestaan van haar vader.

Ze vond het geweldig, en een voorrecht dat zij al jongste van het gezin de kans kreeg om naar de MULO te gaan. En dat zij daardoor werk had gevonden dat bij haar paste.
Op oudejaarsavond las haar vader, als de klok twaalf sloeg, Psalm 90 voor.
Hij las voor uit de oude Statenvertaling. Ze vertelde het graag en vaak. Herhaalde dan de gedragen woorden: Heere, Gij zijt ons een toevlucht geweest van geslacht tot geslacht. enz
We hadden elkaar gevonden als het over taal ging. Bezongen samen onze schone moedertaal.

Nadat ik verhuisde zijn we elkaar door onduidelijke afspraken uit het oog  verloren.
Tot op een dag de telefoon overging en ze mij belde. Ze vertelde dat zij ernstig ziek was en niet meer lang zou leven. Voorzichtig zei ze: “je moet niet van mij schrikken hoor!”
Ik was heel blij dat ze belde en ben snel naar haar toegegaan.
Ze was zoals altijd heel vriendelijk. Ze was dankbaar en blij met haar leven, met hoe alles was gegaan. En ze kon het leven, vol vertrouwen op een eeuwig leven, loslaten. We namen afscheid, ik wist dat ik haar niet meer zou terugzien.

Tijdens de afscheidsdienst in de kerk werd op haar uitdrukkelijke verzoek psalm 90 gelezen uit de Oude Statenvertaling. Hoewel er altijd Nieuwe Vertaling werd gelezen.
Ik hoorde tijdens de lezing niet de stem van de dominee, maar haar stem die vertelde over haar vader.

Na haar overlijden drong het pas echt tot mij door hoeveel zij mij in haar leven gaf. Haar eenvoud, haar gevoel voor schoonheid, haar milde kijk op de dingen draag ik als parels met mij mee. Zo leeft zij in mij voort.

Als kind verloor ik twee broers.
De herinneringen aan hen zijn mij al die jaren bijgebleven. Nog altijd zie ik beelden van hen hoe zij waren. Ze hebben mijn leven vergezeld en zijn onuitwisbaar in mij aanwezig.
Blogs: onafwendbaar/en pinksterdagen-die-ik-nooit-vergeet/

Vroeg of laat ervaren we het diepe verdriet dat onze ouders sterven. Maar naast heimwee en gemis, leven onze dierbare doden in ons voort.
Zo vertelde mijn moeder, toen zij bijna negentig jaar was, nog verhalen over haar vader en moeder.

En nu ik oud ben zijn zo veel meer dierbaren mij voorgegaan.
Zij hebben hun plaats in mijn hart!

Lieve lezers er komt een kleine verandering in de werkwijze van mijn blog.
Tot nu toe beantwoordde ik alle reacties die binnenkwamen. Jullie reacties maakten mij altijd weer blij! De laatste tijd merk ik dat het mij te zwaar gaat vallen om ze te beantwoorden. Ik hoop en vertrouw erop dat jullie ook blijven reageren zonder antwoord van mij.
Ik zal ze met evenveel aandacht en interesse lezen. Jullie reacties zijn een aanvulling op mijn blog!

 

Geplaatst in nu, vroeger | Getagged , , , , , , , , , , , , , | 9 Reacties

Mijn ‘eigenwijze’ computer

Met mijn smartphone in mijn hand weet ik ineens waar dit blogje over zal gaan: over eigenwijsheid.Volgens het woordenboek ben je eigenwijs als je altijd denkt het beter te weten.

Eigenwijze mensen? Ik kom ze nogal eens tegen.  
Je hoort vaak zeggen: “O, die is zó eigenwijs”.
Je hoort zelden of nooit iemand zeggen: “ik ben zó eigenwijs. Terwijl je misschien deze ‘vervelende’ eigenschap wel bezit. Trouwens, ik vrees er zelf ook niet van verschoond te zijn.

Maar dat mijn smartphone er last van zou hebben had ik niet verwacht.
Toen ik hem kocht was er geen vuiltje aan de lucht.
Natuurlijk had ik de nodige bedenkingen bij de aanschaf, zo van waar je begin je nu weer aan? Moet je nog meer tobben om alles onder de knie te krijgen? Maar eigenwijs als ik ben, kwam de smartphone er gewoon.

Zo-even wilde ik een appje versturen met een ‘eigennaam’. Dat had ik gedacht.
Mijn smartphone had een heel andere kijk op de naam die ik intikte.
De naam was nieuw voor hem en dan geldt voor hem: onbekend maakt onbemind. Met andere woorden, ik vind die naam niet juist.
Hij maakte de wonderlijkste combinaties van de naam die ik intikte.
Soms heel hilarisch wat hij er van maakte.
In het begin, toen ik nog niet op de hoogte was van zijn capriolen, verstuurde 
ik soms die vreemde woordconstructies de wijde wereld in. Dom natuurlijk want overlezen is een basisvoorwaarde voor je iets verstuurt. Dan kom je de fouten vanzelf tegen.
Na drie, vier keer opnieuw intypen verscheen tot mijn voldoening de naam met de goede spelling op mijn scherm.
Zou hij mijn irritatie over zijn gedrag misschien begrepen hebben door de hardere tikken die ik op het toetsenbord gaf? 

Nu is, bij nader inzien, omgaan met een ‘eigenwijze’ smartphone best te doen. Ik heb nog nooit echt ruzie met hem gehad, en dat krijg ik ook niet. 
En de nieuwe naam van vandaag heeft hij nu keurig opgenomen in zijn geheugen.
Zo is hij ook!
Als hij begrijpt wat ik persé wil, past hij zich aan. Dit weet ik uit ondervinding.
Daarom is mijn smartphone ook niet echt eigenwijs te noemen.
Uiteindelijk blijkt, dat mijn smartphone een digitaal ‘ding’ is. En dat ik, na wat gesputter van zijn kant, hem toch mijn wil kan opleggen en naar mijn hand kan zetten.

Deze week ging ik even bij mijn kleindochter Laura langs. Altijd weer leuk, en ik zie gelijk mijn achterkleinzoon.

Het was tijd voor Kilian om te eten. Dat hij keurig opat wat zijn moeder hem wilde voeren dat hadden we gedroomd.
Zijn hoofd ging van links naar rechts met een stelligheid waar niet aan te tornen viel. En je moet van goede huize komen om dat willetje te breken.
Natuurlijk, als ouder ben je de sterkste en kun je zijn wil onder luid protest naar je hand zetten.
Mijn moeder zei altijd: “bij ons zit de baas in de kinderstoel”.
En zij kon het weten, was ervaringsdeskundige met 11 kinderen.
En ook vandaag zat hier de baas in de kinderstoel. Met zijn willetje.
Maar het kwam goed, het geschil werd in der minne beslecht.
Zonder harde woorden. Wat vroeger vaak tegen kinderen werd gezegd: je wil zit op je bil, was niet aan de orde.

Kilian wil groot zijn en zelf eten. Hij mocht zijn stukjes brood zelf oppakken van de kinderstoel. En zó leuk om te zien hoe handig dat hem afging met die kleine, dunne vingertjes!

Ik wil zelf eten!

Kilian wil wil zelf ervaren en leren. Wil zelf ontdekken hoe de wereld in elkaar steekt.
Als hij straks drie jaar is en in de koppigheidsfase belandt, zal zijn hoofd nog stelliger heen en weer gaan. Laura kan haar borst nog natmaken. Ik wens haar nu al sterkte.

Tja, eigenwijze kinderen? Ze zijn er altijd geweest. We hebben zo onze verwachtingen en denkbeelden over onze kinderen. We hopen dat het eerzame burgers worden en dat zij een goede plek vinden in de maatschappij.
En omdat we het zo goed met ze menen, denken we vaak te weten naar welke scholen ze moeten. En soms ook nog wat voor beroep zij moeten kiezen. Veel ouders hebben wat dit betreft leergeld moeten betalen.

In mijn boekenkast staat een boek: De code van de ziel. Het is geschreven door een Amerikaanse hoogleraar psychologie .
Hij stelt dat ieder kind een blauwdruk in zich meedraagt wat aanleg en intelligentie betreft, van wat het worden zal. Hij heeft het in zijn boek over kinderen die een goed verstand hebben, soms zelfs heel intelligent zijn, en er op school niets van bakken. 

Ze gedragen zich recalcitrant. Ze maken hun scholen niet af. Lopen weg van school tot frustratie en verdriet van hun ouders. Vaak ook tot verdriet van de kinderen zelf.
Deze kinderen worden vaak ‘eigenwijs’ genoemd. Waarom doen ze niet beter hun best? Waarom draaien ze niet gewoon mee?
Omdat ons onderwijs in de meeste gevallen een eenheidsworst is. Een confectiemodel waarin niet ieder kind vanzelfsprekend past. Waarin ‘anders zijn, anders voelen’ niet past.
Na allerlei omwegen, frustratie en verdriet komen ze vaak terecht op de school of plaats waar ze zich thuis voelen.
Pas als ze ‘eigenwijs’ genoeg zijn om zichzelf te durven zijn, hun aanleg durven/kunnen volgen worden ze zoals ze zijn bedoeld. Ze belanden vaak in creatieve beroepen. 

Hetzelfde geldt trouwens voor minder begaafde kinderen. Ook zij dreigen uit de boot te vallen. Ook dan is het oppassen geblazen om uit te zoeken waar je kind naar toe kan om zich optimaal te ontwikkelen. Waar worden ze gelukkig van? Hoewel daar tegenwoordig hopelijk wel over wordt nagedacht. Al hoor ik ook soms nog van misstanden.

Mijn smartphone ligt braaf naast mij op tafel. Onwetend dat zijn gedrag mij tot dit schrijven bracht.
Ik ben vandaag tevreden over hem, hij heeft zijn best gedaan. En, hopelijk heeft hij de nieuwe naam in zijn programma opgenomen.

Mijn vragen zijn: Wanneer ben ik eigenlijk eigenwijs? Is eigenwijsheid wel een nare eigenschap?
Als ik weet, inzicht heb in, en voel welke weg ik moet gaan is dat eigenwijs?
Of heeft het meer te maken met handelen naar ‘eigen wijsheid’?

Allemaal aan de smartphone!

Geplaatst in nu | Getagged , , , , , , , , , , , , , , | 6 Reacties

Als senior heb ik alle tijd

Als ik een blog post heb ik dikwijls het item voor een nieuw verhaal al in mijn hoofd. Dit keer niet. Misschien heeft het met het jaargetijde, de herfst te maken. Ben ik daardoor een beetje dromerig en naar binnen gekeerd.

De jaargetijden hebben, nu ik er op let, meer invloed op mij dan ik mij bewust was. Het is vooral de herfst die iets in mij oproept en wakker maakt.

In het parkje waar ik op kijk staan de bomen nog in hun bladertooi. Maar de tekenen van verval zijn al een poosje zichtbaar. De bladeren zijn aan het verkleuren.
Het is vandaag een bijna windstille dag, de takken van de bomen bewegen traag. De reeds verkleurde bladeren deinen zacht mee op het windje. Nog een paar weken en de laan naast mijn huis ligt vol met bladeren die de bomen los hebben gelaten. In een bonte kleurenmengeling kleuren ze dan het wegdek.

Dit jaar hoop ik weer op een  stille dag een boswandeling te gaan maken.
Heerlijk  wandelen over het bospad en genieten van de verstilling van de herfst.

Ik vind het fijn om in een land te wonen waar de jaargetijden voelbaar en zichtbaar zijn. En op dit moment in mijn leven geniet ik meer dan ooit van de natuur om mij heen. Ik hoef er geen verre, vermoeiende vliegreizen voor te maken. Het ligt allemaal voor niets binnen handbereik.
Wat een zegen dat ik als senior tijd heb om te genieten van al het mooie om mij heen. Dat is het echt mooie van ouder worden voor mij!

Soms zie ik over het singeltje waar ik  woon een senior wandelen die zichtbaar gelukkig achter een rollator loopt, eigenlijk kuiert.

Ik denk nu aan Gijs die zo blij en dankbaar was met zijn rollator,
“Wat fijn” zei hij dan: “mijn rollator heeft een stoeltje, ik kan gaan zitten waar ik wil.”
Ik zag hem vaak vanaf ons terras innig tevreden op zijn rollator onder een boom zitten.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat die rollator eerst een groot obstakel voor hem was. Maar toen Gijs hem echt nodig had, het niet meer anders kon, vermande hij zich en werd de rollator onmisbaar voor hem. Maakte hij er dankbaar gebruik van. Zijn wandelingen werden korter maar het genieten van alles wat om hem heen leefde en bloeide, bleef.

Gijs toen hij nog wandelde zonder rollator

 

Vorige week, op een regenachtige dag, zijn we naar het kerkhof gegaan waar Gijs begraven ligt. 
Eerst bezochten we een tuincentrum waar we planten uitzochten om op zijn graf te plaatsen. Vooral de planten waar Gijs van hield namen we mee. We waren met zijn drieën Judith, Arend, en ik.
Toen we bij het graf aankwamen viel de regen met grote druppels uit de hemel.
Het was goed om, ondanks de regen, zo met elkaar bezig te zijn. Om het graf van Gijs met liefde en toewijding winterklaar te maken. Ik keek toe en overlegde mee waar de plantjes moesten komen. Waar kwamen zij het beste tot hun recht?
Toen we weer naar huis gingen, druipnat van de regen, zagen we met voldoening hoe anders het er nu uitzag. De veelkleurige heide samen met de kruipplanten vormden een prachtig geheel.
Het zal nog even duren eer alles goed geworteld is, hopelijk doet de natuur dat voor ons.

Misschien valt het mij ook hierdoor meer dan anders op dat de bladeren al weer aan het verkleuren en versterven zijn.
Nog even en dan staan de bomen, ontdaan van hun bladeren, in winterse kaalheid. Maar ook dat jaargetijde is mij lief. Want wat is mooier dan het naakte silhouet van een boom in wintertijd?

Ik was nog een kind, en zat op de lagere school toen ik in aanraking kwam met een herfstgedicht. Ik vond het prachtig, het sprak tot mijn verbeelding.
En in de herfst komt dit gedicht vaak boven.
Het is van Jaqueline van der Waals: De Najaarslaan.

Het is een oud gedicht, in oude taal geschreven. En dat is niet vreemd want de dichteres leefde van 1868 -1922.

Even een korte toelichting: De vader van Jaqueline was Nobelprijswinnaar in de natuurkunde.
Na de HBS, studeerde zij thuis voor de akte MO geschiedenis waarna zij lerares geschiedenis werd.
Zij had een grote liefde voor taal. Schreef poëzie en proza. Haar gedichten spraken mensen aan omdat zij eenvoudig en vooral zo persoonlijk waren.
Ze blijft in haar verzen dicht bij haar gevoel.

De Najaarslaan

Ik keek in de gouden heerlijkheid
Van een najaarslaan,
Het was of ik de goudene deuren wijd
Zag openstaan,
Het werd mij, toen ik binnen ging,
Of ik door gouden gewelven liep:
Ik aarzelde even, ik ademde diep,
Diep van verwondering.
Ik voelde mij eerst als een kindje, dat stout
Doet wat verboden is;
Ik sprak: "Zijn voor mij die gewelven gebouwd?
Ben ik zoo rijk, dat van louter goud
De gang mijner woning is?"
Toen sprak ik: "Deze gouden grot
Is immers geen menschenpaleis."
Ik sprak: "Het is een betooverd slot,
Dat lang op sprookjeswijs
Geslapen heeft en stil gewacht,
Op één, die de poorten ontdekken zou,
De doode gewelven wekken zou
Van 't huis, dat ieder menschenhuis
Te boven gaat in pracht."
Ik sprak: "Hoe ben ik zoo rijk, zoo rijk!
Hoe ben ik zoo rijk, mijn God!
Welke aardsche woning is gelijk
Aan dit, mijn sprookjesslot?"
Trotsche, of ik een prinsesje waar,
Ging ik door 't goud;
Aan beiden zijden stonden daar,
Schragend de gangen, hoog en zwaar,
De zuilen opgebouwd.
Waar gouden de portalen zijn,
Hoe zullen daar de zalen zijn!
Ik zag aan 't einde van mijn pad
Een kleine ronde poort,
Als blauw saffier in goud gevat,
En haastig, vol verlangen trad
Ik door de gangen voort.
Ik sprak: "Als bij mijn aankomst wijd
Die poorten openstaan,
In welk een groote heerlijkheid
Zal ik dàn binnengaan,
Indien van goud de gangen zijn,
Hoe groot moet mijn verlangen zijn,
De zalen in te gaan
 

 

Geplaatst in nu | Getagged , , , , , , , | 18 Reacties

Amandelen knippen Anno 1940

We hebben vaak onze bedenkingen over de gezondheidszorg van nu. 
Vandaag een verhaal over de gezondheidszorg in vroeger jaren. Mijn moeder heeft het vaak verteld. Het verhaal speelt zich af rond 1940. Ik was toen één jaar.

Broer Arjan was zeven jaar. Hij was heel vaak verkouden en had veel last van zijn luchtwegen. De huisarts vond het nodig dat zijn amandelen geknipt zouden worden.
Arjan moest naar het ziekenhuis er zat niet anders op. Maar hoe moest hij in het ziekenhuis komen? Er was niemand voorhanden die hem daar naar toe kon brengen.
Mijn moeder moest het zelf maar zien te regelen. Een auto hadden wij niet en dat was niet vreemd. Bijna niemand had er een in die tijd. En vader was er niet meer. Hij was het jaar ervoor overleden

Op de bewuste dag liep Arjan achter moeder aan naar haar fiets. Hij sprong achterop de bagagedrager en zo reden ze samen naar het Zuider-Ziekenhuis in Rotterdam. Het was ongeveer een half uurtje fietsen van Barendrecht.
Het fietsen ging moeder goed af. Omdat we ver van het dorp woonden was de fiets hét vervoermiddel. Maar naar Rotterdam fietsen, dat gebeurde zeker niet iedere dag.

Toen moeder en Arjan bij het ziekenhuis aankwamen, konden zij zo doorlopen. Alles stond al klaar voor de operatie. Arjan mocht met de dokter meelopen naar de operatiestoel. 
Op de stoel werden zijn armen en benen met riemen vastgebonden. Zijn mond werd vastgezet met een klem. En zo, zonder verdoving, werden Arjans amandelen geknipt.

Ik weet niet of mijn moeder er bij mocht zijn tijdens de ingreep. Ik denk het niet want zij wist alleen te vertellen dat het zonder verdoving was gebeurd.
In de verhalen die ik erover las op internet stond dat het een pijnlijke, traumatische ervaring was voor een kind. En dat begreep ik natuurlijk al zonder dat ik het op internet las. Je kunt het je nu niet meer voorstellen.
En ook las ik dat een kind als troost een ijsje kreeg. Al is dit wel een heel schrale troost! Of Arjan een ijsje kreeg weet ik niet. Dat heeft mijn moeder niet verteld 

Maar in die tijd was het blijkbaar ‘gewoon’ dat het zo ging. Bij andere kinderen gebeurde hetzelfde. Mijn moeder wist ook niet anders.
Hoe en wat er precies zou gaan plaatsvinden, werd meestal niet vooraf besproken. 

In die tijd werd er niet veel gecommuniceerd door artsen. De kinderen, en waarschijnlijk ook de ouders, wisten weinig of niets. 
En daardoor was het vooral voor een kind een traumatische ervaring.
Maar ook voor mijn moeder was het een  traumatisch gebeuren. Waarom een kind geen kort roesje kreeg? Ik begrijp het niet.
Wat haar het meest bijstond was dat zij Arjan, als een zielig hoopje mens, direct na de operatie weer mee naar huis moest nemen. Dat vond zij verschrikkelijk. Zij vertelde met afgrijzen hoe doodziek Arjan was toen zij hem op de fiets mee terug nam naar huis.

Op internet heb ik gezocht of er een reden was waarom het zo werd gedaan. Maar ben er niets wijzer van geworden. De artsen van toen zullen ongetwijfeld met liefde hun werk hebben uitgeoefend. Het was, neem ik aan, ‘gewoon’ de algemene tendens van die tijd.

Maar door voortschrijdend inzicht zijn er gelukkig veel dingen ten goede veranderd. Zoals ook dit. 

De gezondheidszorg van toen is niet te vergelijken met die van nu.
Wij hadden een eigen bedrijf en waren daarom particulier verzekerd.
Of helemaal niet verzekerd ik weet niet meer goed hoe dat zat. In ieder geval moest mijn moeder de huisarts zelf betalen. Met een gezin van 11 elf kinderen was ziek zijn dan ook een zorgelijke aangelegenheid.
De meeste mensen waren een fiets rijk, maar dat was het dan. Gelukkig had de dokter wel vervoer, en daarom werd hij, als het echt nodig was, gevraagd langs te komen. De dokter aan huis laten komen was voor de begrippen van toen duur. Hij werd daarom niet zo snel ingeschakeld.
Als ik het mij goed herinner kostte rond 1948 een doktersbezoek, als hij aan huis kwam fl 2,50. Daarom ging mijn moeder met ons zoveel mogelijk naar de dokter. Dat was fl 0,50 goedkoper.

Toen mijn kinderen klein waren, zo’n vijftig jaar geleden, was amandelen knippen aan de orde van de dag. Hier is blijkbaar ook weer een heel ander inzicht over ontstaan. Tegenwoordig hoor je er veel minder over.
Dat knippen ging wel iets anders. Wij reden met een taxi naar het ziekenhuis, en om vier uur kon ik ze weer ophalen met de taxi .
Maar al ging het heel anders dan bij broer Arjan, ook voor hen was het een heel nare ingreep, die zij zich nog goed herinneren. Ik had vreselijk met hen te doen. Hoe moet mijn moeder zich toen gevoeld hebben?

De gezondheidszorg verandert voortdurend. Op dit moment wordt er geknabbeld aan de ouderenzorg terwijl we steeds ouder worden. Ik vraag mij af, en ik niet alleen, of dit wijs is.
De problemen in de zorg zijn huizenhoog. Ouderen moeten nu zo lang mogelijk op zichzelf blijven wonen. De bejaardenhuizen verdwenen.
Dat blijkt nare gevolgen te hebben. Ongelukken in huis zijn niet van de lucht. De vereenzaming onder ouderen neemt toe. Niet iedereen heeft kinderen of een netwerk om zich heen.
Hopelijk vindt de politiek een oplossing om verdere afkalving te voorkomen. Al blijkt het een moeilijke kwestie door de snelle vergrijzing.   

En toch is het bij ons zo slecht noch niet vergeleken met de meeste landen om ons heen. Ons land gooit gooit hoge ogen met de gezondheidszorg. Het Nederlandse zorg- en ziektekostenstelsel is het beste van heel Europa. 

Het lijkt mij goed om ook hieraan te denken als wij mopperen en onze bedenkingen hebben.

Ik ben benieuwd of er nu nog mensen zijn die vroeger ook zonder verdoving amandelen zijn geknipt.

 
 
Geplaatst in nu, vroeger | Getagged , , , , , , , , , , , | 16 Reacties

Ik zit ermee

Ik zit ermee hoe wij omgaan met de aarde. Het onderstaande verhaal is ontstaan uit mijn zorg over onze prachtige planeet.

 

Ziezo, dit klusje zit er bijna op. Benzine tanken? Ik zie er altijd als een berg tegen op. Voorheen was dat karweitje, volgens taakverdeling, voorbehouden aan Gijs. Het gerommel met de tankdop. Het trekken en sleuren aan de slang om de benzine in de tank te krijgen. Al dat gewurm was Gijs’ portie. Mijn aandeel in de autorit was de besturing van het vehikel.

Als ik naar de kassa loop voel ik iets onder mijn schoen, een oneffenheid.
Even kijken. Ja hoor, het is weer zover. Er zit een dikke klodder kauwgom vast aan mijn schoenzool. Het heeft zich ‘heerlijk’ ingenesteld in het reliëf van mijn zool. Wat voor gedrag is dit? Terwijl je bijna struikelt over een vuilnisbak heeft iemand, zomaar achteloos, zijn/haar kauwgom op dit terrein uitgespuwd.

Ik loop, meer verend dan anders, terug naar de auto. Hopelijk plakt de kauwgom niet aan de automat. Al mopperend in mezelf rij ik naar huis. Wat zijn dit voor praktijken?
Ik wil geen prekerige, verzuurde oude ‘oma’ zijn, maar ik vraag mij al lang af: waarom? Natuurlijk raak je uitgekauwd op kauwgom. Waarom het niet even in een papiertje rollen en in de eerstkomende vuilnisbak gooien?

Waarom moet ik thuis, met allerlei kunstgrepen, het kauwgom van een ander onder mijn schoenzool vandaan peuteren?
Door ervaring wijs geworden doe ik op de deurmat mijn schoen uit. Zo voorkom ik in ieder geval dat ik straks ook nog op mijn knietjes de vlekken op de vloer moet wegpoetsen.

Als ik later over het trottoir naar het Stadshart loop zie ik tegels, bezaaid met vlekken. Restvlekken van kauwgom, nonchalant uitgespuwd op straat. Als het je meezit is de kauwgom zelf al meegereisd onder schoenzolen van wandelaars. In sommige steden kampen ze zelfs met een kauwgomplaag, las ik.

Naast geïrriteerd ben ik veel meer bezorgd. Het lijkt alsof wij ervan uitgaan dat we een reserve-aarde hebben. Dat we onze planeet mogen bevuilen en uitwonen.
Waar is de overtuiging, uit vroeger jaren, dat wij mensen rentmeesters zijn van de aarde? Dat hoe wij omgaan met ‘moeder aarde’ onze zorg is?


Ik ben niet de enige die zich ongerust afvraagt waar het naartoe gaat. 
Dat de soepberg van plastic in de oceaan heel veel mensen benauwt, is mij bekend.
Als ik in de supermarkt een komkommer zie liggen omwikkeld met plastic, vraag ik mij af: waarom? Wie vraagt om die onzin? Inmiddels weet iedereen dat plastic ons milieu verziekt. We weten het allemaal en alles blijft gewoon doorgaan.

Een poosje geleden liep ik in de parkeergarage naar mijn auto. Een jonge vrouw opende van binnenuit haar auto en gooide, zonder blikken of blozen alsof het zo hoorde, een zakje met afval in de parkeergarage. 
Wat later zag ik een andere mevrouw. Ze droeg een tasje bij zich. Ze raapte al het zwerfvuil op: blikjes, papier, weggegooide flesjes, en wat al niet meer, stopte ze in haar tasje. Ze ruimde het vuil, door anderen weggegooid en achtergelaten, uit eigen beweging op.

Terwijl ik dit schrijf wordt er boven mijn hoofd druk gevlogen. Schiphol is dichtbij. Soms, als ik langs Schiphol rij, komt de kerosinelucht mij tegemoet.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is lozen piloten, als het noodzakelijk is, overtollig kerosine boven woongebieden.
Maar Schiphol moet uitbreiden. Uit economisch belang, zegt de politiek. Is dit de echte reden? Ik vraag het mij af. Of moeten wij als klein landje vooral meetellen?
Ik ben benieuwd wat de politiek gaat doen met het rapport dat de minister, bij haar bezoek aan Amstelveen, meekreeg. Het blijkt dat de gezondheid van Amstelveners gevaar loopt door de luchtverontreiniging van het vliegverkeer.
Ook andere gemeenteraden rond Schiphol zijn in de pen geklommen en schreven protestbrieven naar de minister.

Ik ben niet de eerste die over deze misstanden schrijf. 
Misschien gloort er een sprankje hoop. Heel langzaam ontstaat er meer bewustwording dat het de hoogste tijd is dat we gaan nadenken wat er aan de hand is.
Ik hoop vurig dat er dan snel een eind komt aan die vreselijke stalbranden. In één nacht sterven, verbranden er duizenden en duizenden varkens en kippen door toedoen van ons menselijk vernuft.

Als ik kijk naar mijn achterkleinzoon, als hij zo lief naar mij lacht, voel ik mij verantwoordelijk en soms ook verdrietig.
  
Ik wil niet moedeloos denken dat mijn bijdrage zo klein is dat het geen hout snijdt. Niet denken dat de politiek het moet oplossen. Al is het zeker waar dat het tijd wordt dat de regering inziet dat zij sneller iets moet gaan doen aan de grote problemen van ons milieu.
Wij kunnen, ieder voor zich, een klein steentje bijdragen. Misschien kan ik wat minder snel in de auto stappen? Meer gaan lopen of fietsen? Misschien kunnen we minder vaak een vliegreis boeken? Minder vlees eten? Wat meer aan tuinbeplanting doen?
Als we klein beginnen kan het, wie weet, uitgroeien tot iets groots.

Vooral kunnen we onze zorg met elkaar delen. Omdat we ermee zitten!

 

 

 

Geplaatst in nu | Getagged , , , , , , , , , , , , | 20 Reacties

En zo kwam alles toch nog goed.

Het is een fijn logeeruitje geweest.
Nicht Rietje heeft mij schandalig verwend en nu is de tijd gekomen om naar huis te gaan. Ik verlang weer naar mijn kinderen en huis.
In de hal staat mijn bagage klaar. Mijn computer wacht nog even in de huiskamer. Je weet maar nooit of er op het laatste moment nog een goed idee voor mijn blog langs komt.
Ik roep naar Rietje: “Rietje, mijn computer staat nog in de huiskamer hoor. Pak ik straks pas in!” 
Ze mompelt wat terug, vindt het best. Hoe kan zij weten dat ik eigenlijk vraag: wil je meedenken dat ik hem niet vergeet?

Na het ontbijt laadt Rietje de auto in. Ik mag/moet gaan zitten.
We hebben de afgelopen dagen leuke tochtjes gemaakt naar andere familieleden.
Die bezoekjes, ze waren als ‘warme baden’. Ontspannen zittend naast de chauffeuse laat ik mij alles welgevallen. Blijkbaar is het verwentijd voor mij.

We rijden in matige vaart over de snelweg. Tot mij iets te binnen schiet. Bijna kreunend, zeg ik: “o, mijn laptop! Ik ben mijn laptop vergeten. Wat ben ik toch een sukkel. Ik had het kunnen weten.”
Het mopperen op mezelf wil van binnen nog doorgaan, maar ik roep het een halt toe.
“Geeft niet joh. Ik breng hem één dezer dagen wel. Ik vind het leuk een ritje.”
Heel lief van Rietje, natuurlijk. Langer praten erover lost niets op. Maar het blijft heel vervelend, moet Rietje weer een extra reis voor mij maken. En ik zit zonder computer wat ook niet geheel mijn bedoeling is.

Zo’n anderhalf uur later onderneemt Rietje de terugtocht naar huis. Ze stapt gelukkig weer monter in de auto.

Een uur of wat later gaat de telefoon. Rietjes stem roept: “ik kom er zo aan hoor. Ik breng je laptop even terug.”
Opgelucht haal ik adem, blij dat ik straks mijn vertrouwde computer weer heb.
Rietje is nog maar nauwelijks binnen als zij timide, bijna hopeloos zegt: “Ik ben je laptop vergeten.” Verbouwereerd kijk ik haar aan.
“Ja, hij stond klaar in de hal en nog vergeet ik hem.”
Arme Rietje, ik weet te goed hoe zij zich voelt.
“Ik was al bijna bij de Schipholtunnel, te ver om nog terug te gaan” zegt zij.
“Ik ga een lekker bakkie koffie zetten” zeg ik, en we ‘vergeten’ even de laptop.
Als we aan de koffie zitten denk ik, hoe hilarisch is dit? Rietje die mijn vergeten computer, vergeet!

Uiteindelijk arriveert die middag alsnog de computer.
Een zoon des huizes is zo vriendelijk hem langs te brengen. Waarvoor nogmaals, lieve neef, mijn hartelijke dank.
En zo kwam alles toch nog goed met de computer.

Ik vraag mij af hoe je leven eruit ziet ziet als je niet vergeetachtig, verstrooid en chaotisch bent. Als je nooit je fietssleuteltje kwijt bent. Of ergens iets laat  liggen waar je achteraan moet. Heb je dan tijd over?
Je hoeft niet je hele huis te doorzoeken. Je hoeft je
 niet te verontschuldigen dat je weer iets kwijt bent. Je hoeft niet te zeggen: ik begrijp er niets van. Ik weet heel zeker dat ik het hier heb neergelegd, en nu is het verdwenen!
Maar, je kent ook niet dat geluksgevoel van iets terug vinden. Je roept nooit uitbundig: eureka, gevonden!

Verstrooid en vergeetachtig zijn ik kan er over meepraten.
Mijn hoofd kan vol zijn van gedachten, overwegingen, verhalen en liedjes.
En door het zien en horen van alles wat er om mij heen gebeurt kan ik verstrooid en afwezig raken. Dit is altijd zo geweest, toen ik kind was al.
Ik ben er mee geboren, geloof ik.

En daarom is boosheid, of mij ervoor schamen niet eerlijk naar mezelf, omdat het een aanleg is.

Trouwens, ik denk dat iedereen wel dingen heeft die lastig zijn om mee om te gaan. Dit klinkt misschien dramatisch, maar is het niet. Je kunt er wellicht mee leren omgaan. Om te beginnen kun je liefdevol accepteren dat het is zoals het is. Dat het een gegeven is dat je zo bent.
En nu ik er eens goed naar kijk zie ik dat mijn verstrooid zijn, het chaotische mij ook iets heeft gebracht.
Ik heb ontdekt dat de chaos in mijn hoofd oplost als mijn kasten opgeruimd zijn. Mijn hoofd wordt rustiger als er in huis niet van alles rondslingert. Als alles een vaste plaats heeft. Ik heb ontdekt dat ik geen slachtoffer van mijn aanleg hoef te zijn.
Dat het mij niet overkomt, ik kan er iets aan doen. Ik probeer te begrijpen wat voor mij de oplossingen zijn om er mee om te gaan.

Maar er is meer, lieve verstrooide mede-chaoten. Om jullie en mijzelf een hart onder de riem te steken, nog het volgende: Ik las op internet dat chaotische, verstrooide mensen vaak creatief en kunstzinnig zijn. En het kan niet op, ook vaak nog intelligent.
Al die eigenschappen, ik dicht ze mezelf niet toe. Ik geef alleen maar door wat er op internet staat. 

Als ik desondanks, en al mijn woorden ten spijt, toch iets kwijt ben?
Of mijn laptop in de chaos van het moment vergeet? 
Is dit dan echt erg? Rietje zie ik diezelfde dag nog een keer .
En als Rietje op haar beurt de computer vergeet? Dan brengt haar zoon alsnog de computer. En het blijkt dat dit weerzien tot wederzijdse vreugde is!

En zo kwam alles toch nog goed.

 

 

 

Geplaatst in nu | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 22 Reacties

Ik rij weer van A naar B!

Lang gewacht, stil gezwegen,
Nooit verwacht toch gekregen.

Ja, ik heb bericht gekregen van busmaatschappij Connexion. Een dag of tien geleden. Ze hebben mij zowaar gebeld.

De medewerker begreep, zonder dat ik er over begon, dat zijn reactie wel wat laat kwam. Hij bood daarvoor zijn excuses aan dat dan wel weer netjes is.

Hij had, zei hij, de tijd genomen om mijn blog te lezen. Met als tussenzin, dat ik zo goed schreef waarmee hij mij complimenteerde. Ik heb zijn woorden in dank aanvaard, een compliment is altijd welkom!
Maar ik was vooral nieuwsgierig hoe zij dit varkentje zouden gaan wassen.
zie :een-ongeval-in-de-bus?
Nou dat viel eerlijk gezegd tegen. Ik stond echt een beetje perplex.
Er werd wel heel luchtigjes met mijn klacht omgegaan, vind ik.
Op mijn vraag of er misschien iets aan de stoeltjes kan worden veranderd, zodat je op die plaatsen ook veilig kunt zitten, antwoordde hij laconiek dat dit onmogelijk is.
En, als schrale troost zei hij ook nog  dat zulke ‘ongelukjes’ wel meer plaatsvinden.
Het was nu eenmaal niet te voorkomen dat er soms ineens een situatie ontstond waarin de chauffeur abrupt moest remmen. En dan werd je, als passagier inderdaad gelanceerd, zei hij.
Mijn haren rezen ten berge bij dit, vreemde, onbevredigende antwoord. Of zie ik het verkeerd? En is dit een normale reactie?

De kwestie zou verder intern worden behandeld. Er zou met de betreffende chauffeur worden gesproken en ook in het algemeen met de medewerkers.
Verder kon ik de gemaakte onkosten declareren bij de verzekering. Daarvoor moet ik allerlei papieren invullen met de overbekende rompslomp van tegenwoordig. Rekeningen, die ik niet eens heb, opsturen, et cetera.  Alles volgens de regels.
Ik vind het allemaal best. De taxikosten zijn direct betaald daar voel ik niets meer van. En verder laat ik voor wat het is. Ik ben helemaal klaar met Connexion.

Het gesprek werd afgesloten met de mededeling dat dit het was. En dat met dit telefoontje de zaak als afgehandeld werd beschouwd. Of ik tevreden was over de  gang van zaken was niet belangrijk. Werd mij, wellicht om een reactie te voorkomen, niet gevraagd.
Tja, zo gaat het dus. 

 Meer Nieuws

En dan is er nog altijd het gedoe met mijn rijbewijs. Maar er is nieuws :  ik mag weer autorijden!
Nee nee, niet omdat mijn rijbewijs klaar is. Tenslotte ben ik nog nog maar een half jaar bezig met de verlenging.  En dat is helemaal niet lang werd mij verteld, want soms duurt het wel bijna een jaar.

De keuringsarts heeft mij op 14 juni gezond verklaard. Maar Het CBR berichtte mij zonder blikken of blozen dat het eind september wordt eer ik iets van hen hoor.
Let wel, er zijn dan veertien weken verstreken eer het CBR zijn goedkeuring over de goedkeuring geeft.
Op zich vind ik de hele gang van zaken al van de gekken. Goedgekeurd is toch goedgekeurd?  Waar keuren de artsen anders voor? Wat is de zin van dit alles?

Maar zoals gezegd: ik mag weer rijden.
Nee, niet de politiek bracht de oplossing. Al zou je verwachten dat de minister en de politiek zich schamen over deze janboel.

De oplossing kwam vanuit een heel andere hoek. De grote verzekeringen besloten iets te gaan doen aan de onvrede in de samenleving.
Zij besloten een coulanceregeling te treffen met mensen die, zoals ik, zijn goedgekeurd door een keuringsarts.
Zij blijven, in afwachting van het CBR, oogluikend verzekerd. Dit alles was te lezen in de krant!

Dit impliceert niet dat je na goedkeuring van een arts zomaar de weg op mag zonder geldig rijbewijs.  Je verzekering moet wel toestemming verlenen. Die dien je eerst te bellen om te vragen of je aan de voorwaarden voldoet.

Mijn oude benen maakten een ‘luchtsprongetje’.  Even een telefoontje naar mijn verzekering en ik kon weer rijden!
Dat had ik gedroomd! Het  telefoontje legde een andere werkelijkheid op mijn tafel: ik had het helemaal verkeerd begrepen.
En wat ik had gelezen over een coulanceregeling? Daarmee werd bedoeld dat mijn auto zonder verzekering voor de deur mocht staan. En rijden? In geen geval!
Beschaamd over mijn domheid deed ik er het zwijgen toe.

Toen Judith later op de dag vroeg hoe het gesprek met de verzekering was verlopen reageerde zij onthutst.
“Ik ga Laurens bellen”, zei ze. ” De krant moet er  maar achteraan.”

Schoonzoon Laurens is journalist bij dagblad Trouw en weet van wanten.
Laurens nam telefonisch contact op met de verzekering. Hij zag de krantenkop al voor zich (‘Grote verzekeringsmaatschappij onttrekt zich aan coulanceregeling’) en vroeg aan een collega er achter aan te bellen.
Het balletje ging rollen. 
Rollen naar de goede kant. De medewerkster die mij te woord had gestaan, was blijkbaar niet goed op de hoogte.  En onwetend van het feit dat haar  maatschappij wél  meewerkte aan de regeling. Terwijl het op haar computerscherm moet hebben gestaan.
Ze bleek totaal niet op de hoogte en toverde ter plekke een onzinnig antwoord uit haar hoge hoed. 

Het grote  concern begreep dat ze iets moesten doen om verdere blamage te voorkomen.
De persvoorlichter werd er bij gehaald: of ik misschien zelf ook even wilde bellen.
Daarna werd er nog wat druk  heen en weer gebeld met Laurens.
Kortom de hele zaak werd na goed bevinden op groen licht gezet.
En ik mocht weer autorijden. Bij een onverhoopte aanrijding wordt de schade gedekt door de verzekering.

Vandaag is mijn autootje goedgekeurd.  Morgen hoop ik naar Amsterdam te tuffen.
Het zal even wennen zijn om weer achter het stuur te kruipen.

Het lijkt mij helemaal niet goed dat de auto van ouderen maanden aan de kant staat. Het is  ronduit gevaarlijk om er zo lang uit te zijn!

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in nu | Getagged , , , , , , , , , , , , , , | 8 Reacties

Eerst even bijpraten

Het is 26 augustus drie maanden geleden dat Gijs is overleden.

Aan de ene kant is de tijd snel gegaan. Allereerst komen de kinderen vaak langs. Ook de vele familieleden en vrienden vergeten mij niet en dat is heel fijn!
Aan de andere kant blijft er nog veel tijd over waarin ik alleen ben, uren waarin ik Gijs mis.

Het is zo heel anders wakker worden dan voorheen. De dag begint nu in stilte.
We namen altijd ruim de tijd om te ontbijten. Daarna namen wij, als moderne mensen, op onze smartphone het nieuws van de ochtend door. Nu blijft de stoel van Gijs leeg, zijn smartphone ligt eenzaam op het tafeltje.
Gisteravond keek ik even op de kalender en zag de ingevulde verjaardagsdatum van kleindochter Laura.

Begin januari vulde Gijs voor het hele jaar de verjaardagskalender in. Ik keek naar zijn handschrift, mij zo bekend en vertrouwd. Dochter Judith die naast mij stond keek mee, en we voelden dezelfde ontroering.

Ik ga een klein beetje wennen aan het feit dat ik de avonden alleen doorbreng. Het heeft een heel tijdje geduurd eer ik zonder Gijs naast mij naar het nieuws kon/wilde kijken. We waren ’s avonds bijna altijd samen.
Nu herinner mij ook weer, lang geleden, het sterven van mijn oudste broer. Hoe het orgel de eerste drie maanden niet bespeeld werd omdat mijn moeder het niet kon verdragen.

Als ik mijn blog schrijf, mis ik vooral de support van Gijs. Hij vond het zo fijn dat ik een blog had.
Vooral toen ik pas begon en heel onzeker was of ik mijn verhaal kon publiceren, was hij het die mij moed insprak.
Het plaatsen van foto’s vond ik griezelig, was een hele gebeurtenis voor mij.
Als Gijs mij niet had geholpen, zou er nooit een foto op mijn blog verschenen zijn. Het internet vond ik ook zo griezelig.

Als het niet ging, stond Gijs mij met raad en daad terzijde. Zorgde dat alles weer op zijn pootjes terecht kwam.
Om iets over mezelf te durven schrijven dat de wijde wereld in zou gaan, moest ik grote stappen nemen. Gijs vond alles heel gewoon.
Vooral door het toedoen van Gijs bleef ik schrijven en werd ik langzaam vrijer.
En nu Gijs er niet meer is, geeft mijn blog meerwaarde en zin aan mijn leven.

Het weten dat Gijs het zou toejuichen, het fijn zou vinden dat ik doorga met schrijven, geeft mijn schrijven een extra dimensie.

Ieder mens rouwt op haar/zijn eigen manier. Je rouwt zoals je bent, niet volgens een boekje.
Als de kinderen en kleinkinderen komen zit hun vader en opa niet meer op zijn vertrouwde plaats. Dat voelt leeg en verdrietig voor hen. Ze missen hun vader en opa.
Ik mis mijn echtgenoot. We begrijpen elkaar, steunen elkaar, maar hebben ieder onze eigen pijn in het gemis.

De mensen in mijn omgeving leven mee, maar hun leven gaat gewoon door. Ook ons leven gaat ogenschijnlijk “gewoon” door. Echter, het zal nooit meer hetzelfde zijn!

Zoveel soorten van verdriet,
ik noem ze niet
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo’n pijn,
maar het afgesneden zijn.

Nog is het mooi, ’t geraamte van een blad,
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
niets meer om u mee te verblijden:
mazen van uw afwezigheid,
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.

Arm en beschaamd zo arm te zijn

M.Vasalis

 

Geplaatst in nu | Getagged , , , , , , , , , | 13 Reacties