Nog nooit zo blij geweest dat er machinisten bestaan!

Een blog vers van de pers.

Het is hoog tijd om weer eens naar mijn zus in Goes te gaan. En dat ga ik doen met het openbaar vervoer, de auto blijft maar eens op stal.
De regiotaxi die mij naar Amsterdam- Sloterdijk gaat brengen staat precies op tijd 9.15 uur voor de deur.  Wat een geweldige voorziening is die Regio taxi toch!

Ik ben aan de vroege kant op het station maar na wat gezoek vind ik het koffiehuis.
En daar staat een heerlijke fauteuil op mij te wachten.
Het is druk op de vroege ochtend. Vanuit mijn comfortabele leunstoel kijk ik genoeglijk al het gedoe om mij heen aan. Weer eens iets anders dan met mezelf koffie drinken.

De trein rijdt keurig op tijd binnen, eigenlijk verloopt alles als een zonnetje.
In de trein loop ik het trapje op naar boven. Er is genoeg ruimte om een goed plekje te zoeken – wat belangrijk is, want de treinreis gaat twee en een half uren duren.
Misschien kan ik wel een uiltje knappen, het slapen was pet vannacht.
Kijk hier, dit is een uitgelezen plekje en ik heb alle ruimte.
Zodra ik zit realiseer ik mij: fout gekozen, Maaike. Achter mij zit een meisje aan haar telefoon en in een stortvloed van woorden vertelt zij haar verhaal aan iemand.
Mijn hoop dat ze zo wel klaar zal zijn gaat na verloop van tijd in rook op.
Maar er zijn ergere dingen dan dit. En soms wordt het zelfs vrolijk als het meisje onbedaarlijk moet lachen.

De trein zet zich na iedere stop traag in beweging maar wat geeft dat, ik heb de tijd.
Het is eigenlijk heel fijn, een treinreis. Ik hoef alleen maar te zitten en terwijl ik mij laat rijden kan ik heerlijk naar buiten kijken.
Mijn tevreden overpeinzing is wat voorbarig, want opeens klinkt de stem van de machinist door de luidspreker: “Dames en heren. Vanwege een ongeval op ons traject zal deze trein niet verder rijden dan Den Haag Hollands Spoor. Het zal wel enige tijd kosten eer alles is hersteld. Voor reizigers naar Rotterdam zal op Hollands Spoor een bus worden ingezet”.
Als ik om mij heen kijk zie ik iedereen onverstoorbaar door appen alsof er niets is gezegd. Zou dit voor hen inmiddels aan de orde van de dag zijn?
Gelukkig heb ik nog even tijd om te overdenken wat ik ga doen, want wil ik dit allemaal wel? Overstappen op een bus naar Rotterdam ? Vandaar een trein zien te vinden die naar Goes gaat. En wie zegt mij wat zich verder nog voor doet eer ik in Goes geboemeld ben? Daarbij is het weer ook niet uitnodigend.

Op het perron in Den Haag kijk ik naar buiten en schrik mij een hoedje.
Het ziet zwart van mensen.
Ineens rijzen de bekende beelden voor mij op van overvolle perrons en wachtende mensen. Zittend op de bank denk ik dan: gelukkig sta ik daar niet in.
Hoe moet ik straks, tussen die krioelende mensen, mijn weg vinden? En waar staat die bus eigenlijk? Bovendien zal die bus overvol zijn. Nee, dat wordt het niet op mijn leeftijd.
Ik kijk verbaasd naar mijn gedachten. Het is niet mijn gewoonte zo te denken.
Maar vandaag dus wel en ik vind het zelfs wijs van mijzelf.

Even later sta ik op het perron tussen andere reizigers. En zoals iedereen heb ik de smartphone uit mijn tas gehaald om te kijken of er nieuws is.
Ik heb het geluk dat ik vorige week een NS app op mijn smartphone heb geïnstalleerd.
Dat komt nu goed van pas. Ik kan nu in ieder geval op de app kijken of er nieuws is.
Het enige wat ik zie is het oude nieuws dat er treinen uitgevallen zijn. Dan maar de borden volgen.
En na enig wachten verschijnt op de borden de verrassende mededeling dat over een  paar minuten de trein naar Amsterdam binnenrolt. Wat een opluchting, wat een geluk!

Blij dat er schot in zit, stap ik in de trein.
Het kost wel enige wachttijd eer de trein vertrek, er moet kennelijk nog iets geregeld worden. Maar wat zou dat, ik zit droog en wel in een trein die mij maar naar huis gaat brengen.

Tot de volgende mededeling door de luidsprekers klinkt: “Dames en heren.
In deze trein is geen machinist aanwezig. Deze trein zal niet vertrekken. U kunt allen uitstappen en wachten op een volgende trein”.
Ik pak mijn koffertje maar weer op en voeg mij andermaal tussen de reizigers op het perron. Ook nu laat iedereen het gelaten over zich heen komen. Of is dit schone schijn? Staan er boze mensen tussen die de NS gaan aanklagen?
In ieder geval vallen er geen boze woorden of verwensingen.

Ik heb het gelukkig niet koud. Ik ben een verschrikkelijke koukleum en ik heb mij daarom vanochtend belachelijk warm aangekleed. En dat komt nu van pas.

Dan gebeurt wat niemand meer durft te hopen. Er komt na verloop van tijd een trein binnen naar richting Amsterdam.
Zo zit ik even later dan in de zoveelste trein.
Mocht ik denken dat het voorbij is en we zonder zorgen naar Amsterdam rijden – dan zit ik ernaast.
Ik kan het ook niet helpen dat mijn verhaal eentonig wordt. Want wat te denken van het volgende bericht: “Dames en heren. Deze trein rijdt tot Leiden, het is onzeker of daar een machinist gevonden wordt voor deze trein”.

En nu word ik moedeloos. Ik zal heus wel een keer thuiskomen. Maar wanneer en hoe? Nee, mijn treinreisje loopt uit op een debacle, want wat staat mij in Leiden nog te wachten?

Wanhoop nooit, want wat gebeurt ?  Er is in Leiden een machinist gevonden! En die zal ons naar Amsterdam brengen.
Ik ben nog nooit zo blij geweest dat er machinisten bestaan. En dat er één gevonden is voelt als een wonder. Even later rijden we zonder oponthoud naar Amsterdam. Weliswaar ben ik nog niet in Amstelveen, maar nu is het zo gepiept.

Als ik in Amsterdam op het perron sta moet ik mij even oriënteren waar de uitgang is.
Een jonge vrouw vraagt vriendelijk waar ik naar toe moet. Als ze hoort dat ik de uitgang zoek wijst zij de richting. Ze loopt meteen weer door. Haar onverwachte, vriendelijke aandacht doet mij goed.
Als ik buiten ben loop ik naar de tramhalte en stap in Amsterdam-Zuid over op de bus.
Eenmaal thuis kijk ik op de klok en constateer dat ik 5 uur onderweg ben geweest voor een retourtje Den Haag Hollands Spoor. Dit is toch een unicum

Uiteindelijk zijn al deze frustraties en ongemakken te plaatsen onder het kopje: klein leed. Het grote lijden vindt, onder andere, plaats in Oekraïne en op de slagvelden waar vele duizenden jonge Oekraïners en Russen in een verschrikkelijke oorlog de dood vinden.

Lieve NS, al deze perikelen zij jullie vergeven! Ongetwijfeld zijn jullie, naast veel andere bedrijven, naarstig op zoek naar personeel. Ik begrijp het.
Hoewel, begrijpen? Ik begrijp er eerlijk gezegd geen snars van van waar al dat personeel van vroeger is gebleven. En waar jullie werknemers kunnen vinden weet ik ook niet. Maar laten we hopen op betere tijden.

Geplaatst in Geen categorie, nu | Getagged , , , , , , , , , , | 8 reacties

Een wandelingetje door de tijd.

Handwerken is weer helemaal in, hoewel het nooit helemaal is weggeweest.
Er zijn altijd liefhebsters gebleven die ieder uurtje benutten om iets moois te creëren.
Er zijn inmiddels allerlei handwerksites ontstaan met welluidende, speelse namen zoals: Averecht, Weldaad, Stitch ’n Bitch. En in hippe buurten worden winkeltjes geopend waar je breiwol en borduurgaren kunt kopen. Oude tijden herleven.

Toen ik een poosje geleden een jong meisje zag breien moest ik even goed kijken en het was heel leuk om te zien hoe zij genoot van haar breikunst.

Ik herinner mij ineens weer dat ik een jaar of elf was en op een handwerkclubje zat.
Vroeg in de avond kwamen we bij elkaar om een paar uurtjes te breien. Alleen al dat het ’s avonds was vond ik leuk. In de winter door het donker ernaartoe fietsen was iets nieuws voor mij.
Jammer genoeg heeft het clubje maar kort bestaan, hoewel het een leuke geste van de oprichtster was.

Daarnaast was er was ook nog de school waar de meisjes handwerkles kregen. Terwijl de jongens aan het knutselen waren moesten de meisjes pannenlappen of poppenjurkjes haken of breien. Het werden vaak broddelwerkjes die door je klamme handen iedere week groezeliger werden. En als je een steek liet vallen kon de juffrouw heel ongeduldig worden. Nee, handwerkles was voor de meeste meisjes geen pretje.
Ik was jaloers op de jongens waar dit allemaal aan voorbij ging, zij mochten tenminste leuke dingen doen.

Dat breiende meisje dat ik zag, voelde vertrouwd en bekend. Bovendien ook leuk om weer eens iets heel anders dan een voorovergebogen hoofd voor je te zien dat op een smartphone tuurt.
Ik vermoed dat er vast meer ouderen zijn die, als ze terugdenken aan de lange winteravonden uit onze jeugd, ook de breipennen weer in hun oren horen tikken.
Het gaf mij als kind een vertrouwd, gezellig gevoel, die tikkende breipennen.
Als het patroon niet te moeilijk was werd er  gewoon gezellig bij gepraat.
Natuurlijk hoor ik dan ook het geluid van een gaskachel die snort.
Of – en nu ga ik nog verder terug – het geluid van de brandende kolenkachel met de rode mica ruitjes. Nostalgie alom!

Ouderen onder elkaar hebben het veel over vroeger.
Vooral over dingen die er niet meer zijn. En dan komt de lege kolenkit die altijd naast de kachel stond langs, en hoe vader of een broer die gingen vullen in het kolenhok.
Over de kolenboer die de wintervoorraad kolen kwam afleveren. Over de zorgen die dat soms meebracht om de kolen in één keer te betalen.
Wat dat betreft herleven oude tijden. Ook toen waren er zorgen over hoe de kachel in de winter moest blijven branden. Er werd soms het hele jaar door voor gespaard.
Ook de bakker, de melkboer, de schillenboer en nog anderen kwamen aan de deur om hun waren te slijten.

Bij mijn moeder kwam zelfs iedere week een man langs die een muntje kreeg.
Hij kwam steevast op de maandagochtend op zijn fiets het erf oprijden voor zijn muntje. Hij stopte het in zijn zak en stapte op zijn fiets naar de volgende klant. We zullen wel in zijn wijk hebben gezeten. 😉

Ik vond het maar vreemd dat hij een fiets kon betalen en toch geld bedelde.
Nu denk ik wel eens, raar eigenlijk dat ik mijn moeder er niet naar vroeg.
Als kind dacht je er over na maar leverde je er geen commentaar op. De meeste dingen waren een gegeven die nu eenmaal zo waren.

Het altijd maar doorgaan van die vrouwenhand gold eigenlijk altijd.
Ook tijdens verjaardagen of visites werd het handwerk uit de tas opgediept zodat de verjaardagen niet in ledigheid werden doorgebracht. De breisels en haakwerken werden bekeken en bewonderd, terwijl er patronen werden besproken en onder veel plezier werden uitgewisseld.
’s Avonds na de koffie, zo rond acht uur, pakten de dames hun handwerken: haken, breien, borduren – het mocht allemaal, als de handen maar doorgingen.
’s Zomers vond vaak buiten op de bank de huisvlijt plaats,  soms kwamen dan de buren ook even langs met hun handwerken.

Als kind vond ik borduren heel leuk, dat deed dan ook heel graag.
Ik kan gerust stellen dat de huishoudschool die ik twee jaar bezocht niet aan mij was besteed.  Alleen het vak stofversieren sprong eruit en maakte veel goed, omdat ik zelf de kleuren mocht kiezen en steken bedenken.
Ik heb nog altijd een zelfgeborduurd tafellaken in mijn linnenkast liggen dat 65 jaar oud is.

Later, toen mijn oudste zussen een gezin stichtten, ging het breien gewoon door.
Ik ken vooral mijn oudste zus niet anders dan breiend. Ze breide altijd maar door, ook toen zij ziek werd. Tot vlak voor haar overlijden bleef ze aan de gang. De mooiste creaties rolden uit haar pennen. Ze was trots en geweldig blij als ze weer iets af had en kon weggeven.

De daaropvolgende zus, ook al zo’n doener, zocht het hogerop. Zij ging met de moderne tijd mee en kocht een breimachine met heel veel mogelijkheden, dan kwam de aankoop er tenminste uit. En dat was ook zo.
De breimachine opende nieuwe vergezichten. Ze ging aan de slag, ontwierp zelf patronen en breide het ene kunstwerk na het andere.
En dat allemaal tussen de bedrijven door, terwijl ze een schaar van kinderen hadden.

Maar dat deden niet alleen mijn zussen, het was heel gewoon in die tijd. Alle lege uurtjes werden opgevuld met handwerken want een vrouwenhand en een paardentand moesten altijd gaan.
Al begreep ik er geen snars van waarom dat speciaal voor die vrouwenhand gold.
Echter, daar is niet alles over gezegd, want in minder draagkrachtige gezinnen gingen de jongens al vroeg werken. En om hoger op de maatschappelijke ladder te klimmen volgden ze avondstudies. Soms brachten ze het daar verbazend ver mee.

Hoe anders is dat nu allemaal. Tegenwoordig zijn er voor jongens en meisjes allerlei mogelijkheden om te leren en keuzes te maken.

Mijn aandeel in handwerken kwam niet erg van de grond, en naast die bijdehante zussen was mijn aandeel marginaal te noemen. Ik stond erbij en keek ernaar met veel bewondering en ontzag. Veel verder kwam ik niet, want ik had het druk om het gezin draaiende te houden, en met het invallen voor zieke leerkrachten op verschillende scholen. En toen de kinderen ouder waren met een vaste baan als leerkracht.

Dit is een wandelingetje door de tijd. En al wandelend valt te ontdekken dat de tijd onderhevig is aan golfbewegingen waardoor de dingen komen en gaan.

Geplaatst in Geen categorie | 20 reacties

De zomer plan ik voor de gaande en de komende man!

                                            Zicht op Goes

De zomermaanden zijn vol met onverwachte dingen en verrassingen.
Ik geniet van de gaande en de komende man/vrouw die langskomt.
Want het is natuurlijk heel leuk als de telefoon rinkelt en de vraag klinkt: “tante Maaike, wij zijn dan en dan in de buurt, is het goed als we even langskomen?”
En dan moet het gek gaan wil ik nee zeggen. Als ik dan een keer nee moet zeggen omdat het echt niet anders kan, baal ik enorm. Soms komt het toch nog goed door een andere datum te plannen.

Wat ik ook leuk vind van de zomer zijn de onverwachte reisjes, het zomaar onverwacht een paar daagjes op stap gaan. Dit zijn de prettige geneugten van het ouder worden.
En als dan nichtje Francien ook al tot de pensioengerechtigden hoort kan er zomaar onverwachts een vakantietripje geboren worden.

Vanwege een uitgebreide familiekring zijn er altijd wel familieleden waar ik nodig even langs wil gaan. Een hotel ergens vinden voor een paar nachten is meestal een fluitje van een cent. Zo koppelen we het nuttige met het aangename aan elkaar.

Deze keer kozen we voor Zeeland. Een zus van mij is daar rond zestig jaar geleden neergestreken. Haar toekomstige echtgenoot woonde op Walcheren en had daar zijn bedrijf, dus lag daar haar toekomst.
Het vervolg was dat Frans en ik daar veel vakanties doorbrachten. Walcheren is een prachtig eiland. Het heeft alles: zee, bos en duinen en pittoreske plaatsjes, want wie kent Veere niet?

En door dit terugblikje verzeil ik weer helemaal in vroeger dagen.
Later werden in beide gezinnen kinderen geboren, soms kregen we kort na elkaar een baby.
Onze kinderen logeerden over en weer en trokken gezamenlijk op.
Als het gezin in Vrouwenpolder op vakantie ging betrokken wij vaak hun huis en vierden zo onze vakantie in Zeeland
Wat hebben we genoten toen, en wat een heerlijke tijd was het. Frans en ik waren nog jong, het leven lag nog voor ons. En ook voor onze kinderen was het heerlijk in Zeeland. Ze sjeesden op fietsjes door Vrouwenpolder en ze genoten van de duinen en zee!
Later verhuisden mijn zus en het gezin naar Middelburg en dat was wederom genieten. Weer een heerlijke plaats om te bivakkeren, met Veere dichtbij om te bezoeken.

Inmiddels zijn onze kinderen het huis uit, zijn inmiddels niet meer piep maar horen tot de jonge senioren, en zijn al oma en opa.
Mijn zus en zwager wonen nu alweer jaren in Goes aan het Goese Meer.
Maar sinds kort woont mijn zwager zonder mijn zus in het grote huis aan het water.
Helaas en tot ons aller verdriet, kan mijn zus niet meer thuis wonen. In de loop van de jaren raakte zij steeds meer de weg kwijt. En met veel anderen weten we nu wat het betekent – en wat een treurnis het is – om een dierbare zo te zien aftakelen dat thuis wonen niet langer kan.
Mijn zwager heeft vele jaren met de grootste liefde voor mijn zus gezorgd. En ook de  kinderen hebben van alle kanten met veel liefde en inzet meegewerkt zodat mijn zus heel lang thuis kon blijven wonen, totdat het echt niet meer ging.
Een bijkomstig voordeel is  dat er net dit jaar een nieuw verzorgingshuis in Goes werd gebouwd. Het ligt midden in het centrum van Goes. Het behoort tot de verzorgingshuisketen “Martha Flora”.

Ik wilde graag naar Goes om de familie daar te bezoeken en vooral om te zien hoe mijn zus het maakte in huize Martha Flora.
Francien en ik boekten twee overnachtingen in een hotel in Goes. Het was niet erg moeilijk – er was plaats genoeg om ergens te overnachten.
Ik dacht dat veel mensen al vakantie hadden maar het was in het hotel in ieder geval niet te zien.

Op een heerlijke zomerse ochtend stond Francien al vroeg voor de deur om mij op te halen. Ik had best vervoer kunnen regelen naar haar woonplaats Den Haag, maar dat mocht niet. Ze kwam mij “gewoon in Amstelveen” ophalen, wat ik een hele luxe blijf vinden.
Na de koffie vertrokken we met het bekende vakantiegevoel. De reis ging over de Grevelingendam naar De Zeelandbrug. Dat deden we zo omdat we ook van de reis wilde genieten en van het prachtige natuurlandschap. Voorbij zoevende auto’s konden we missen als kiespijn.
Het rijdt wat langzamer maar waarom dat gehaast naar je bestemming?  Op deze manier begint de vakantie meteen als je vertrekt.

In Goes aangekomen verzorgden we eerst maar onze bagage. Onze kamer was nog niet klaar maar dat was geen probleem, de bagage konden we ergens droppen.
Na de lunch gingen we eerst een bezoekje brengen aan mijn zwager om een bezoek te regelen bij mijn zus.
Hij ontving ons heel hartelijk en we keuvelden buiten bij een glaasje over van alles en nog wat, terwijl we uitkeken over het stille water.
Hoe aardig mijn zwager ook was, het huis voelde leeg nu mijn zus er niet was. Het was raar dat ik haar stap niet hoorden toen wij aanbelden, en ik miste haar blijde gezicht bij het binnen komen. Haar rollator was ook weg, alles wat mij aan haar herinnerde was er niet.
Ik verlangde ernaar om te haar te en hoe zij het vond in haar nieuwe home.

Direct daarna gingen we op weg naar mijn zus.
Toen wij aankwamen lopen zag zij ons en liep naar de poort om ons binnen te laten. Maar dat ging niet zomaar – er kwam een verzorgster aansnellen om haar te helpen de poort te openen. Het was goed om te zien hoe blij ze was met ons bezoek.
Toen wij achter haar aan naar binnen liepen vroeg mijn zus, alsof zij daar de leiding had, vriendelijk aan een verzorgster: “wil je koffie zetten voor mijn bezoek?” En ja, natuurlijk kon dat!

Ik verbaasde mij over de gang van zaken en het deed mij goed hoe voorkomend en vriendelijk de verzorgsters naar mijn zus waren.
Ze voelde zich er al duidelijk thuis en genoot van de liefde en natuurlijke aandacht.
Haar vroegere humor kwam af en toe naar boven en dan konden we weer even, zoals vroeger, om en met haar lachen.
Het luchtte mij enorm op haar zo te zien. Al begreep ik van mijn zwager dat hij het moeilijk vindt haar daar achter te laten. En soms ineens heeft zij ontzettende heimwee naar haar eigen huis en wil zij niets anders dan terugkeren naar het huis waar zij eens woonde.
Ditzelfde verhaal klinkt overal, de droevige tol dat we ouder worden dan vroeger, en dat deze ziektes dan op de loer liggen.

Ik ben heel blij dat ik mijn zus heb gezien in betrekkelijk goede omstandigheden.
En toen wij vertrokken verzekerde zij mij dat ik haar kleine zusje was, en dat dit ook altijd zo zou blijven, omdat zij ouder was.
Opgelucht dat zij ergens toch mijn bekende zusje was gebleven nam ik afscheid van haar. Francien en ik gingen terug naar ons verblijf. Het was fijn dat ons verblijf maar een paar minuten van Huize Martha Flora was. En hopelijk kan ik haar zo regelmatig opzoeken.

We gebruikten een heel lichte maaltijd want onze magen hadden de voedzame lunch nog niet helemaal verwerkt. Grote maaltijden zijn niet aan ons besteed.

De volgende ochtend ontbeten we buiten. De nacht had voor afkoeling gezorgd. Even aarzelde ik of het niet te koud was. Maar toen ik ging zitten voelde ik meteen de verwarming boven ons. Wat een luxe. Ik weet niet hoelang dit nog kan met alle energieperikelen van nu.
Er werd koffie of thee geserveerd en ons ontbijt werd kant en klaar vriendelijk voor ons klaar gemaakt. Wat een luie mensen en wat een overdadig ontbijt dat hoeft niet van mij.

We maakten een ochtendwandeling door Goes.
Om half twaalf haalde mijn zwager mijn zus op om samen met haar te lunchen in ons hotel.
We genoten van het bij elkaar zijn terwijl het zonnetje ons vriendelijk bescheen.
Later brachten wij haar terug naar het zorgcomplex en bleven we nog wat gezellig hangen daar.
Bij ons vertrek liep mijn zus mee naar de poort en zwaaide ons uit. De verzorgster vergrendelde de poort en dat gaf mij een veilig, verdrietig gevoel.

Er wachtte ons die avond nog iets heel leuks.
Mijn zwager had voor deze “speciale” gelegenheid alle kinderen opgetrommeld om met ons uit eten te gaan.
Een nichtje belde mij waar het festijn zou plaatsvinden en dat bleek bijna naast de deur te zijn van ons hotel.
Wat een leuk weerzien! Mijn neven en nichtjes waren allemaal gekomen voor het etentje. En ze staken het niet onder stoelen en banken dat zij ook genoten van het weerzien.

Naast het lekkere eten werd er veel gekletst en deelden we herinneringen.
Smartphones met foto’s werden bekeken, en alle familietrekken kwamen wel weer ergens terug, zoals dat gaat bij foto’s bekijken. Soms klonk ergens mijn naam, maar ik ging er  niet achteraan want ik trek die herkenbare familietrekjes nogal eens in twijfel.
Maar al met al was het genieten en hebben we weer heerlijk met elkaar uitgewisseld en bijgepraat. Mijn zwager genoot ook zichtbaar van alles en dat is hem van harte gegund.
Voor Francien was het een beleving om haar familie weer eens te ontmoeten want het was lang geleden dat ze elkaar zagen.

De volgende ochtend ontbeten we evenals de vorige dag weer buiten. Na nog een korte wandeling door Goes zochten we de auto op en nam ik plaats naast de chauffeuse. Er was genoeg te kletsen en we namen alles nog eens onder de loep. De autorit was op die manier heel gezellig.
Een paar uren later arriveerden wij weer in Amstelveen. Ik werd weer keurig thuis gebracht. Waarvoor mijn oprechte dank Francien!

Dit is voor de tweede keer een verslag van een uitje!
Maar voor nu is dit einde verslag.

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , | 16 reacties

Ik heb mijn pen de vrije loop gelatenn

Wat hebben we de laatste tijd veel mooi weer. Ik weet dat het niet klopt, maar als ik aan vroeger denk waren de zomers ieder jaar zo. In mijn kinderjaren was bv. de zomer van 1947 snikheet. Ik denk dat door die zomer, die nog in mijn geheugen staat gegrift, dit beeld is ontstaan.

Ik begroet het warme weer en de zon met groot enthousiasme.
Het is heerlijk om hele dagen buiten te kunnen zitten, al wordt het nu toch bij tijd en wijle te heet, zodat ik naar binnen vlucht. De hittegolf van nu is wel erg veel van het goede.
Naast enthousiasme voel ik mij ook bezorgd want dat mooie weer komt niet onverwacht en zomaar uit de lucht rollen. Het heeft alles te maken met het broeikaseffect waar de wetenschappers ons al veel eerder op attendeerden.
En als de hitte zonder een spatje regen lang aanhoudt, denk ik aan de natuur die gaat zuchten onder de droogte.
Jammer dat het zo werkt, dat iets waar ik zo van geniet ook een schaduwzijde kent.
Ik ben beslist geen doemdenkster die iets vervelends naar voren wil halen. Het is niet zo maar een gedachte van mij, was dat maar waar!
Als we erbij stil willen staan weten we het allemaal. Wetenschappers blijven het ons voorhouden dat het klimaat verandert door de opwarming van de aarde en dat de ijskappen in een razend tempo smelten. Dit weten verontrust mij en baart mij grote zorgen. En ik denk en weet dat bijna iedereen hier weleens over denkt en bezorgd is.

Als ik denk, nee zie, wat er allemaal aan de hand is in onze wereld dan kan het mij benauwen. Want de problemen stijgen torenhoog.
En af en toe wil ik mijn bezorgdheid delen met lezers die dezelfde zorgen hebben. Die  niet vluchten voor de feiten, en begaan zijn met het lot van  hun kinderen en kleinkinderen. Die daardoor bewust nadenken hoe wij ons leven kunnen inrichten en zo mede zorg dragen voor onze prachtige planeet aarde waarop wij mogen wonen. Want ons gedrag van nu doet er toe voor de mensheid na ons.

En nu iets heel anders. De bloeddrukpillen waar ik onlangs over schreef hadden dus nogal wat bijwerkingen. Eén bijwerking waar ik helemaal niet op had gerekend en van schrok was dat ik  voelde dat mijn levenslust verdween

Het was beangstigend want het riep herkenning op uit vroeger jaren. Het werkt bevreemdend om je ineens heel anders te voelen. Ik vond het eng want ik wist hoe vreselijk een depressie is. Hoe machteloos het voelt als de levenslust uit je wegebt en angst, moedeloosheid en neerslachtigheid ervoor in de plaats komen. Gelukkig duurde de inzinking maar een weekje, en ben ik weer levenslustig en, ondanks alles, dankbaar voor en blij met het leven. Maar dit intermezzootje  bracht mij wel aan het denken hoe snel je leven kan veranderen. En ik realiseerde mij ineens dat er mensen zijn die zich constant depressief en ongelukkig voelen. Die strijd moeten leveren om op de been te blijven. Mensen die ook verlangen naar levenslust en blijdschap maar  ervan verstoken blijven.

Toen jaren geleden de huisarts mij doorstuurde voor een consult bij een psychiater, schaamte ik mij diep. Er zat in die tijd nog een groot taboe op om naar een psychiater te gaan. Wie weet dachten mensen, als zij ervan hoorden, dat ik “gek” was of dat er een steekje aan mij los was, flitste het door mij heen. Dus was zwijgen de enige optie, de veiligste weg, en dat verergerde de diepe eenzaamheid die een depressie oproept.

Er was te veel gebeurd in mijn leven, ik wist niet meer hoe verder te leven. Het was daarom geen vraag of ik hulp zou zoeken. Als een drenkeling pakte ik de verwijzing met beide handen aan.

Er is in onze gejaagde tijd waarin iedereen het druk heeft veel eenzaamheid. In deze tijd, waar zoveel aan de hand, is lopen veel mensen vast en dat is niet ongewoon. Voor  ouderen maar ook voor jongeren kan het moeilijk zijn om de waarde van het leven te blijven zien.
Wat is het mooi om door voortschrijdend inzicht te weten dat het tegenwoordig niet vreemd is om het spoor even bijster te zijn. Het is veel meer gemeengoed geworden dat het leven op bepaalde momenten te zwaar kan zijn. Dat er hulp nodig is en een luisterend oor.

Echter, dat bespreekbaar maken gaat niet vanzelf. Het is moeilijk om over iets te praten dat niet zichtbaar is. Een gebroken been hoef je niet aan te wijzen, een verkoudheid is hoorbaar en soms zichtbaar, maar depressieve gevoelens zitten van binnen, soms diep verborgen. Die moet je zelf naar buiten brengen, en dat kan heel veel moed en vertrouwen kosten.

Het is tegenwoordig bekend dat, als de depressieve gevoelens minder ernstig zijn, het evengoed kan helpen om je hart uit te storten bij een echte vriend of vriendin of een betrokken familielid.
Praten erover helpt en hoe mooi als al pratend blijkt dat de ander dezelfde gevoelens kent. Hoe jammer eigenlijk dat we ons vaak zo weinig uitspreken en onszelf zo verbergen.
Het leven is niet alleen mooi en goed. Misschien zou het eenzaamheid zelfs wat opheffen als we ons meer uitspreken, en meer van onszelf laten zien. We hebben elkaar nodig om te kunnen bestaan, we hebben heel veel gemeen met elkaar.

Soms is professionele hulp echt nodig. Ik zou er zonder een psychiater niet zijn uitgekomen, daar was het te ernstig voor. Bovendien had ik medicatie nodig.
Ik denk wel dat het minder eenzaam zou zijn geweest als ik er over had kunnen/durven praten met vrienden en familie.
Tegenwoordig zijn er bij artsenmaatschappen bijna altijd hulpverleners aangesloten die samenwerken met de huisarts, zij kunnen helpen en vooral luisteren naar je verhaal.

Ik heb mijn pen de vrije loop gegeven. En zomaar ineens rolt het bovenstaande uit mijn pen. Mijn plan was iets heel anders te gaan schrijven – ik had de aantekeningen ervoor al klaar liggen.
Mede omdat het schrijven zo spontaan is ontstaan verander ik het niet. Wellicht is het niet voor niets uit mijn pen zijn gestroomd.

.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , , , , , , , , | 8 reacties

Geveltjes die de tijd trotseerden

Wij ouderen mopperen heel wat aan over alle veranderingen die over ons worden uitgestort, want zo voelt het toch?
Er wordt niet aan ons gevraagd of onze oude hoofden, onze hersenen, al die nieuwe dingen, die nieuwe informatie nog wel kunnen oppakken en verwerken.
Want nieuwe dingen leren, kennis verwerven, is juist ontzettend goed voor ouder wordende hersenen. Wellicht voorkomt het zelfs dementie, aldus zij die er verstand van hebben. Dus, lieve ouderen: zet u maar gewoon schrap!

Ten tijde van corona kreeg ik op mijn verjaardag een lief oppeppertje van dochter Mariska. Ze stelde voor om na de corona samen een vakantietripje te maken.
En nu, tussen de coronagolven door, was het vorige week zover en gingen we samen naar Deventer.
Omdat ik de plaats moest/mocht bepalen koos ik voor het Hanzestadje Deventer.
In het verleden waren Frans en ik daar ook al een keer samen geweest.
We dwaalden toen door het prachtige stadje en genoten van de oude gevarieerde geveltjes.
Wat ik toen ook zo leuk vond waren de vele antiekwinkeltjes. Die zijn er wellicht nog, maar wij kwamen ze nu niet tegen. Nu is de antiekrage op dit moment nogal tanend, misschien was dit de reden?
Aan de andere kant was mijn wandelbereik nogal beperkt dus hebben we ook niet heel Deventer verkend. Ik kon niet zo veel ondernemen als ik had gewild, want vanwege een veel te hoge bloeddruk had ik vlak voor ons vertrek nieuwe bloeddrukmiddelen gekregen, en die hakten er in met veel bijwerkingen. En zo wandelde ik dus door Deventer met benen die als lood wogen, en een conditie van lik mijn vestje.
Terwijl Mariska lief opmerkte dat zij het juist heel fijn vond zo’n rustige vakantie!
Maar als je langzaam loopt zie je meer, waarmee ik wil zeggen: ieder nadeel heeft zijn voordeel, want zo had ik wederom alle tijd om de pittoreske geveltjes in ogenschouw te nemen. Geveltjes die er al eeuwen staan en de tijd trotseerden.

Ondanks de “pillen” was het heerlijk in Deventer. Honderduit kletsen over niks, en over van alles met je dochter die niet hoeft te werken maar alle tijd heeft, op zich was dit al bijzonder.
We zaten in een echt wel luxe hotel in de binnenstad, vlak bij de IJssel. Het weer deed zijn best en de IJssel lag voor ons in al haar glorie.
Ik kan er niets aan doen maar ik breng even een lofzang aan ons  mooie land.
Want is er iets mooiers dan onze Nederlandse rivieren met haar oeverlandschappen?
De begroeide oevers met populieren en met riet dat wuift op de wind. De weilanden en polders waar watervogels nestelen en broeden, en zich heerlijk kunnen uitleven?
Ik raak er nooit op uitgekeken terwijl oude nostalgische gevoelens in mij strijden om voorrang te krijgen. En oude schoolliedjes komen vanzelf in mij boven met het prachtige gedicht van H. Marsman waarvan de eerste regels luiden:

                                                     Herinnering aan Holland

Denkend aan Holland
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hoge pluimen
aan den einder staan

Aan de overkant van de IJssel kijk je op de uiterwaarde waar het plaatsje Gorssel ligt.
In het grasland ontdekten wij een heel eenvoudige ambiance die perfect in het landschap paste en ons een bezoekje zeker waard leek.
We staken daarom met het overzetpontje  de IJssel over. Echt Hollands, een overzetpontje dat gemoedelijk heen en weer vaart en uitsluitend wandelaars en fietsers meeneemt. Mensen, bepakt en bezakt, voeren over om te gaan picknicken, of voor een wandeling.
Het pontje bracht ons in een heerlijk vakantiegevoel.

Na de oversteek maakten we eerst een wandeling want het was vroeg in de ochtend al warm, en op zo’n dag kun je een wandeling het beste maar gehad hebben.
De wandeling was evenredig aan mijn loden benen, dus niet al te lang.

Het was heel stil waar wij liepen. Geen laagvliegende vliegtuigen boven ons hoofd die loeiend overvlogen. Maar ook niet het geluid van hoog vliegende vliegtuigen wat, indien mogelijk, nog erger is. Er was alleen maar stilte waarin we onze voetstappen hoorden, het kwetteren van vogels, en ver weg andere natuurgeluiden.
En het kind dat ik eens was en door de polders liep, werd weer in mij wakker,
Ik zag en voelde de wereld weer van toen: het warme zonnetje scheen op mijn huid.  De zon verwarmde het groene gras en liet de grassprietjes schitteren, terwijl zij vrolijk dansten op het zachte windje. Er was niets anders dan stilte, zon, lucht, en wij samen wandelend in die weidsheid.

Ook al waren er geen korenvelden te bekennen, ineens meldde zich een oogstliedje dat wij zongen op de lagere school. Arme Mariska, want al wandelend moest zij luisteren naar het liedje dat ik ongevraagd voor haar opzei:

                                                              Oogstlied

Sikkels klinken, sikkels blinken
Ruisend valt het graan
Zie de bindsters garen
Zie in lange scharen
Garf bij garven staan
Garf bij garven staan

‘t Heter branden op de landen
Meldt de middagtijd
‘t Windje moe, van ‘t zweven
Heeft zich schuil begeven
En nog zwoegt de vlijt
En nog zwoegt de vlijt

– A.C.W Staring

De andere coupletten slikte ik in want het was zo weer eens mooi genoeg.

Er hingen vroeger veel schilderijtjes over het landleven in de huizen. Schilders leefden zich uit op golvende korenvelden. En  je zag maaiers die met vaardige handen het koren met een glinsterende zeis neervelden. Vrouwen die, in gebukte houding, het koren in de brandende zon zwoegend bijeen bonden.
De voor ouderen zo vertrouwde beelden zijn er al lang niet meer, en hoe romantisch en nostalgisch ook, hebben landbouwmachines dit zware werk gelukkig lang geleden overgenomen.

“Zullen we terugwandelen en lekker even gaan zitten?” stelde Mariska voor.
Dat was tegen geen dovemansoren gezegd. Het was trouwens nog een aardig eindje terug lopen naar onze bestemming. En we herhaalden het nog maar eens een keer: wat een rust hier, zonder vliegtuigen die aan het dalen zijn.

Het onderkomen in het gras waar we naar uitzagen was geheel  naar wens, precies zoals wij dachten. We streken heerlijk neer in een ligstoel en wachtte lui tot er iemand langs kwam om de bestelling op te nemen. Om te beginnen waren we echt toe aan koffie.

Voor vegetariërs en veganisten was er weinig keus om te lunchen. Maar ach, er is altijd wel iets bij elkaar te sprokkelen. We bestelden veganistische soep – en die was werkelijk uitmuntend – met een lekker broodje. En zo kwam alles dus nog helemaal goed.

Mariska had twee retourtjes voor de terugtocht  met het pontje.
We verlangden naar onze hotelkamer om eerst maar eens even bij te komen op het terras bij onze kamer.
Eenmaal thuis strekten we onze benen en genoten van het heerlijke vakantiegevoel dat na deze dag alleen maar was toegenomen.

Rond half zes stapten we weer naar buiten om op verkenning te gaan naar een geschikt eettentje. En we vonden er heel snel een die uitermate geschikt bleek voor ons. Er werd buiten een tafeltje voor ons klaargemaakt, de zon scheen nog volop en er was geen parasol uitgezet. Maar zo deden onze zomerhoeden ook nog hun dienst.

Na een heerlijke maaltijd gingen wij opnieuw naar onze kamer . Omdat we morgen al weer naar huis gingen pakte ik alvast mijn koffer, het kan maar gebeurd zijn.

De volgende dag ondernamen we de thuisreis.
En wat ik altijd weer zo bijzonder vind is dat na twee dagen vakantie het lijkt alsof je een week bent weggeweest.

Geplaatst in Geen categorie | 20 reacties

Die troost was ik ontgroeid

Hoeveel nachtjes nog?
Verjaardagen zijn hoogtepunten in een kinderleven, de meeste mensen hebben er dan ook mooie herinneringen aan. En zullen net als ik weet hebben van het blijde, afwachtende gevoel, het tellen van de nachtjes vóór de verjaardag.
Ik denk er met een bepaald verlangen en met een gevoel van heimwee aan terug, want dat kinderlijke, verwachtingsvolle, spannende gevoel uit mijn kinderjaren – ach, dat ben ik  verloren, kwijtgeraakt.
Het wakker worden met dat speciale gevoel: vandaag ben ik jarig en straks word ik door iedereen gefeliciteerd en wat zal ik krijgen? Dat is er niet meer en komt nooit meer terug.

De verjaardagen werden eenvoudig gevierd. De cadeautjes die we kregen waren meestal praktisch. Maar dat deed de pret niet kreuken. Wat was ik trots op mijn nieuwe outfit die ik straks ook nog eens naar school aan mocht. Vandaag hoefde ik geen kleren van mijn oudere zus aan, maar mocht ik mijn  spiksplinternieuwe kleren aan, speciaal voor mij gemaakt of gekocht!

Trakteren op school
En dan straks op school het rondgaan in de klassen, en let wel, allemaal  in mijn nieuwe outfit!
Hoewel, met dat rondgaan, wie vroeg ik dan mee? Want alle vriendinnetjes wilden wel mee. Tja, soms was het leven, zelfs op je verjaardag, ingewikkeld.

Uit school liepen de vriendinnetjes mee naar huis om mijn verjaardag te vieren.
Om te beginnen speelden we  gezellige spelletjes aan tafel terwijl er lekkernijen werden neergezet, en later speelden we tikkertje en wegkruipertje op het erf.
Na het spelen kwam dan als specialiteit het terugkerende pannenkoekenfeest!
Echter, die pannenkoeken luidden ook de slotfase in van het feestgedruis, want daarna was het tijd om naar huis te gaan.
Maar gelukkig was het feest nog niet voorbij, want als iedereen naar huis was dan mocht ik nog een poosje opblijven, de dag kon niet stuk.
Maar arme, want tijdens het opblijven ontstond ook het trieste inzicht, het droevige gevoel dat het nu bijna voorbij was en morgen alles weer gewoon was. Dat ik morgen nog een beetje jarig was, die troost was ik ontgroeid.

Later, toen we ouder werden, verplaatsten de verjaardagen zich meer naar de avonden, wat ook iets speciaals had. Dan speelden we spelletjes zoals: Negen heit de klok.
Mijn moeder was ruimhartig in het aantal kinderen dat we mochten vragen. Het was niet snel te veel.

Zolang je leeft ben je ieder jaar jarig.
Als ik erop terugkijk veranderde er veel in de loop van de jaren. We trouwden, kregen gezinnen, maar verjaardagen bleven belangrijk. Iedereen deed altijd zijn/haar best om te komen – ook al was toen het leven ook al druk. Maar voor een een verjaardag was er altijd tijd!

Toen Frans en ik trouwden waren we ineens met twee hele grote families. Dat was een drukke boel. En al vonden we het heel gezellig, het kostte ook hoofdbrekens, want wat gingen we in huis halen?
Een verjaardag vieren was best prijzig met zo’n grote familie, terwijl we allemaal ook jonge gezinnen hadden. De lonen waren niet te vergelijken met nu. Bovendien kochten wij al heel vroeg al een flatje. Al ging het kopen van sas en bloed, we deden het. Een verjaardag was dan ook echt een aanslag op onze portemonnee.
Dat was niet alleen bij ons zo. Soms begreep je dat er ook bij anderen gerekend moest worden als je een half gebakje bij de koffie kreeg. Hoewel de meesten mensen zelf bakten.
De dag vóór mijn verjaardag stond ik met een rood hoofd in de keuken, want ik had het hartstikke druk met bakken. Ovenplaten vol met appelcakes stonden klaar voor morgen.  En er werd heerlijk van gesmuld. Er zullen altijd nog wel vrouwen zijn die aan het bakken slaan voor een verjaardag. En, laten we de mannen niet vergeten want die kunnen het ook als de besten.

Wat op iedere verjaardag vooral klaar moest staan waren de glazen gevuld met sigaren en sigaretten. In die tijd werd er nog volop gerookt. Als de verjaardag ten einde liep hing in de kamer een waar rookgordijn. En bij vertrek waren je kleren doordrongen van de rooklucht. Wie wist toen van longkanker of  COPD? In ieder geval werd er niet over gerept.

Als later op de avond het glaasje werd geserveerd (weliswaar met beperkte keus) kwam ook steevast de schaal met nootjes op tafel. De nootjes werden geserveerd in een speciale schaal met vakjes en bijgevuld als de bodem zichtbaar was.

Gescheiden kamers
De meeste huizen hadden één kamer.
Het kwam weinig voor, maar ik heb als kind nog meegemaakt dat mannen en vrouwen op verjaardagen in gescheiden kamers zaten. Hoewel wij ook twee woonkamers hadden kende ik dat bij mij thuis niet en ik vond het maar raar. Al kropen ook bij ons de mannen en vrouwen graag bij elkaar
Wel popelde ik om een kijkje te nemen in die mannenkamer. Wat werd daar besproken?  Was dat misschien heel belangrijk? Want waarom zaten mannen en vrouwen apart? Gingen de gesprekken over “mannenonderwerpen” waar vrouwen toch geen verstand van hadden, zoals politiek en zaken doen?
Helaas blijft het bij gissen. Ik zal zal het nooit weten want ik durfde niet naar de kamer van het mannengezelschap te gaan om poolshoogte nemen.
Misschien was het gegeven een overblijfsel uit vroeger tijden, tenslotte zaten in mijn jeugd de mannen en de vrouwen in de kerk ook gescheiden. Maar er kwamen andere tijden waar veel over te schrijven valt.

De tijd ging verder en de welvaart nam voor veel mensen met grote sprongen toe. Verjaardagen waren al lang niet meer een aanslag op je portemonnee.
Maar helaas gold dat toen lang niet voor iedereen, en helaas is dat ook nu nog zo.
Het is een teken aan de wand, en treurig dat er in onze tijd ouders zijn die te weinig verdienen om  hun kinderen een fijne verjaardag te geven. En het kopen van een cadeautje problemen geeft.
Het erge is dat deze pijnlijke constatering niets ten goede verandert, en dat frustreert mij niet weinig!

Toen wij allemaal zo’n beetje waren gepensioneerd werden verjaardagen echte familiedagen. Om 10 uur in de ochtend kwam de hele familie binnendruppelen, we waren blij en vrolijk om elkaar weer te zien. De ochtenden werden gevuld met het ophalen van verhalen en anekdotes uit vroeger jaren. Het waren lange ochtenden waarbij vaak soep werd geserveerd. Tenslotte was het toch echt voorbij en stapte iedereen voldaan en tevreden in zijn/haar auto om naar huis te gaan,

’s Avonds kwamen de kinderen en werd het feest nog eens dunnetjes voortgezet, en genoten we alweer met volle teugen.

De jaren verstreken en langzaamaan ontstonden er grote veranderingen. De familie werd kleiner omdat dierbaren heengingen. Dat is de trieste keerzijde van een grote familie, en zeker als je de jongste bent zoals ik.

Nu ben ik oud, al voelt dat lang niet altijd zo!
Als ik om mij heen kijk zie ik bij alle ouderen dezelfde tendens. De verjaardagen worden stiller en in steeds kleinere kring gevierd. Ouderen zien op tegen de drukte. Ze zijn tevreden als hun kinderen er zijn samen met de mensen die hen het meest na staan.
En eigenlijk is het een prachtig gegeven, en een wijsheid van het leven, dat alles zich voegt naar de omstandigheden.

In algemene zin worden bij veel jonge mensen verjaardagen uitbundig en groots gevierd.
Vooral het verschil met de kinderverjaardagen van vroeger is verbazingwekkend.
De cadeaus rijzen soms de pan uit en kinderverjaardagen lijken soms op happenings.

Maar aan de andere kant zijn er ook jongeren die hun verjaardag juist in kleine kring en summier vieren. En ook hiervoor geldt: er is voor elck wat wils!

Gratis lid worden van mijn blog? Dat kan.
Als je rechts boven je naam invult rolt ieder nieuw blogbericht in je postvak.

Geplaatst in nu, vroeger | Getagged , , , , , , , , | 14 reacties

Over dolfijnen en een apothekersweitje

Vorige week zag ik beelden van dolfijnen die, naar wordt aangenomen, aan zelfmedicatie doen.
Er waren verschillende Dolfijnen die om de beurt op de bodem van het zwemwater met een lichaamsdeel langs een struik schuurden. Het was goed te zien dat ze bewust zo zwommen dat het aangedane lichaamsdeel werd geraakt door de struik. Wetenschappers denken dat ze dit gedrag vertonen als ze last hebben van hun huid, en dat de struik geneeskrachtige stoffen afgeeft voor genezing.
Ik keek en luisterde stomverbaasd naar wat hier gebeurde. De verslaggever benadrukte verder dat dit verschijnsel meer voorkomt bij dieren, denk maar aan een hond die gras eet als hij last heeft van zijn maag. Dat was oud nieuws, maar nu verbaasde ik mij en werd mij nog meer bewust  hoe wonderschoon de schepping is, dat de natuur zelf middelen verschaft voor genezing, en dat dieren dit weten.

Lodewijk, mijn schoonzoon die van Texel komt, vertelde over een schapenhouder op Texel: als zijn kudde last heeft van wormen verweidt hij zijn schapen naar het “apothekersweitje”. Een weitje dat bestaat uit kruidige gewassen en klavers die een antiworm-effect hebben op de schapen.
Zijn schapen krijgen geen antibiotica maar blijven gezond op een natuurlijke manier.
Hieronder een link van het bedrijf omdat ik het zo boeiend en prachtig vind om te lezen hoe deze schapenhouder leeft en met zijn schapen omgaat.

Liever geen pillen, maar kruiden

Mijn moeder was vroeger ook van de zelfmedicatie, en ik ben met zelfdokteren opgegroeid. Later kwam ik er achter dat andere mensen daar helemaal niet aan doen en er niets mee hebben. Hoe je naar iets kijkt in het leven heeft nu eenmaal vaak te maken met je roots.
Naar de dokter gingen we als het echt nodig was, het kostte geld en alles wat je zelf behandelde was mooi meegenomen en bespaarde de dokter drukte. Bovendien was de dokter niet naast de deur.

Maar er waren meer mensen die bekend waren met huismiddeltjes en ze werden  veelvuldig toegepast. Zo was het gebruik van Vicks algemeen bekend en ik heb het nog altijd op voorraad staan.
Als ik een aanval van bronchitis had werd de, altijd voorhanden zijnde, Vicks voor de dag gehaald. Mijn rug en borst werden dik en stevig ingesmeerd met het bekende goedje, als het erg was werden er warme flanellen doeken op gelegd. Ik weet nog hoe heerlijk weldadig dit aanvoelde, en meestal hielp het zodat ik niet steeds naar de dokter hoefde.
Niks geen antibiotica – dat was er trouwens amper en werd nog niet op grote schaal voorgeschreven. Maar dat was niet alles, want soms kreeg ik ook nog een lepel stroop met boter voor de benauwdheid. Was dat lekker? Nou, nee.

Een rauw geklutst ei met brandewijn en suiker, toen alom bekend, maakte mijn moeder ook veel klaar. Als één van de ouderen, of mijn moeder, zich slap voelde werd de fles met brandewijn uit de kast gehaald, en het klutsen nam een aanvang. Het drankje innemen gaf weinig problemen zag ik, het ging er zogezegd in als koek! 
Het was het probate middel tegen slapte en vermoeidheid!
Ik zag het als kind aan en wat was ik blij dat dit drankje mijn neus voorbij ging. Ik moest er niet aan denken om een rauw ei rauw op te drinken.
Voor kraamvrouwen was er ook een eierlikeurdrankje: kandeel genoemd.
Een romig geel drankje van ei en brandewijn met wat kaneel. Het diende warm gedronken te worden en door de kraamheer te worden geserveerd.
Overigens rijkelijk voorzien van alcohol, kun je wel zeggen, met een percentage van zo’n 15 tot 21,5 procent!
Het is mij niet ten deel gevallen in de kraamtijd, en ik treur er in het geheel niet om.
Misschien zijn er moeders onder ons die het wel kregen? Of was het toen al uit de mode?

Wat mij overigens wel ten deel viel was: tien dagen kraamzorg. Denk je dat nu eens in, tien dagen verwend worden door een kraamhulp die je vertroetelde met lekkere dingen en lieve zorg. En ik liet het mij heerlijk aanleunen, daar zeg ik niets te veel mee. Wat een schril contrast met de moeders van tegenwoordig, die bijna gelijk weer in de benen moeten. Wat had ik dit mijn dochter Mariska en kleindochter Imme graag gegund, maar helaas, dat was er niet bij. Nee, als ik hier naar kijk vind ik dat de tijd er niet op vooruitgaat, en kunnen wij als ouderen met recht spreken over die “Goeie Ouwe Tijd”.

Catrien, onze huishoudelijke hulp, had ook haar gedachten over zelfmedicatie. Zij zette bij iedere warme maaltijd een geel busje bij haar bord waar “Sanatogen” op stond. Het was een zenuwsterkend middel, stond er bij. Ik snapte er niks van, want Catrien was de rust zelve, maar wist ik veel als kind? Misschien was haar rust schone schijn? Of dacht ze voorkomen is beter dan genezen?
In het busje zat een wit poeder dat ze, meen ik, in de yoghurt of melk strooide. Gek toch, dat zulke beelden op je netvlies blijven staan?
Sanatogen bestaat ook nog altijd maar nu in tabletvorm.

Maar laat ik vooral de alom bekende en veel geroemde Oprechte Haarlemmerolie niet vergeten. Het middel stamt uit de zeventiende eeuw. En het wordt tot op de huidige dag nog ingenomen, maar nu verwerkt in capsules, want lekker was die Haarlemse olie niet.
Een flesje Haarlemmerolie stond in bijna ieder gezin in de voorraadkast.
Het hoorde er gewoon bij. Het was een waar wondermiddel en werd voor bijna alles ingezet. Bij griep, nierstenen, urinewegontsteking, brandwonden, kneuzingen en wat al niet meer.  Een paar druppels Haarlemmer olie en al je kwalen verdwenen als sneeuw voor de zon. Tenminste, zo werd gedacht. Volgens mij werd Haarlemse olie ook wonderolie genoemd.

In onze tijd passen we misschien minder huismiddeltjes toe voor zelfbehandeling.
Toch is het zelfdokteren niet minder geworden maar het heeft juist een hoge vlucht genomen.
Als ik bij Holland & Barret naar binnen loop zie ik overvolle schappen met een keur aan zelfmedicatieproducten. Wie neemt er tegenwoordig geen Vitamine C in? Of nog beter, een mix van vitaminen – dan hebben we alles meteen maar gehad, want vitamines houden je gezond.
Soms duikt er ineens een middel op dat, naar zeggen, je toch echt in moet gaan nemen – want het is goed voor bijna alles. Ik denk aan curcumine, een echte hype op dit moment. Het lijkt op de inname van de vroegere levertraan, of van Haarlemmerolie. Wat dat betreft is er dus niks nieuws onder zon. Hele volksstammen nemen curcumine in. Waaronder ik, want het zou veel ernstige kwalen kunnen voorkomen en klachten verhelpen.
Het lastige is dat je moeilijk vast kunt stellen wat het doet. Maar soms lijkt het echt te helpen. En misschien denken veel mensen: baat het niet? Het schaadt ook niet – wat nog waar is ook. Hoewel je altijd wel alert moet blijven op wat je slikt. Al met al rinkelen de kassa’s bij de verkooppunten want we willen allemaal graag gezond blijven.

Soms bevelen artsen zelf ook kruiden aan. Mijn huisarts raadde mij aan iedere dag cranberrycapsules in te nemen tegen blaasontstekingen.

En als je het echt bij kruiden wilt houden, wat ik overigens zoveel mogelijk doe, is er een ruime keuze aan artsen die de voorkeur geven aan Ayurvedische en orthomoleculaire  geneeswijzen. Het is wel jammer dat deze geneeswijzen en kruiden niet in de ziektekostenverzekeringen zijn opgenomen. Helaas is dat een brug te ver. Het grote voordeel van kruidentherapie is dat het minder bijverschijnselen geeft en daarom gezonder voor het lichaam is, en milder werkt.

Toch kunnen ook deze artsen niet zonder de moderne artsenij want voor foto’s, scans,  operaties en sterke pijnstillers vallen ook zij terug terug op de gangbare, moderne  geneeskunde.

 

 

Geplaatst in dieren | Getagged , | 16 reacties

Waar is die Voorjaarsschoonmaak toch gebleven?

Van de week dacht ik opeens: De Voorjaarsschoonmaak? Daar hoor je niemand meer over.
Of zijn er nog mensen die aan “De schoonmaak” doen?
Als ik om mij heen kijk en luister krijg ik de indruk dat het hele schoonmaakritueel is opgeheven en dat de mattenkloppers aan de wilgen hangen – en kunnen we het schoonmaakgebeuren scharen onder de cultuurveranderingen van de laatste decennia.

Toen ik jong was werd menig meisje geleerd dat “een goede huisvrouw zijn” een vak was, een eerzaam beroep. En dat was in die tijd niet raar gezegd. De gezinnen waren over het algemeen heel groot. De moeder des huizes moest van alle markten thuis zijn, en van wanten weten om  haar grote gezin zo te bestieren dat man en kinderen een veilige thuishaven hadden. Naast liefhebbend echtgenote was ze: econome, zorgzame moeder, opvoedster, vredestichtster en nog veel meer.
Ik kijk dan ook met met bewondering en respect naar mijn eigen moeder en mijn beide oma’s. Die vrouwen verdienen, wat mij betreft, een lauwerkrans met de vele anderen die hetzelfde deden.

Langzaam en sluipend – bijna ongemerkt – ontstonden er  veranderingen. Kennis verwerven werd steeds belangrijker. Het waren eerst alleen jongens die mochten doorleren en studeren, voor meisjes gold dit echter niet.
Maar langzaam keerde het tij en mochten ook meisjes, weliswaar mondjesmaat, gaan doorleren, zoals dat werd genoemd.
En wat bleek? Steeds meer meisjes wilde leren, ze waren leergierig, en pakten hun kansen. Zo stroomden ze door naar het Hoger Onderwijs, tot de Universiteit aan toe.
Over die ontwikkeling, en wat voor voeten het in de aarde had eer dat meisjes werkelijk mochten gaan studeren, is veel meer te vertellen. Wie weet!

Inmiddels werden de gezinnen, over het het algemeen, kleiner.
En de meisjes, nu met diploma’s op zak, combineerden steeds meer het “moeder zijn” met buitenshuis werken. Dat was nieuw en lang niet altijd gemakkelijk.
Het waren vooral de jonge moeders die het in de aanlooptijd zwaar hadden, want er was  nog weinig taakverdeling.
Alle begin is moeilijk. Veel jonge mannen waren niet opgegroeid met een vader die meewerkte in de  huishouding. Maar alles is te leren. En wat een mooie ontwikkeling is het dat nu inmiddels veel meer samen wordt gedaan.

Voorjaarsschoonmaak?
De werkende ouders van nu zijn blij als het huis opgeruimd en gezellig is, en de kinderen aandacht krijgen. Het alledaagse leven draaiend houden is al een crime op zich. Hoe zouden ze nog tijd hebben voor  een voorjaarsschoonmaak?
Nee, dat is voor hen een ver van hun bed show geworden.
Of  zijn er duizendpoten die het nog wel doen?

In mijn kindertijd lag dat heel anders, toen werd er wel schoongemaakt!
Eerzame huisvrouwen dachten, als de winter op zijn laatste benen liep, aan de Voorjaarsschoonmaak die aan de deur stond te trappelen. En jawel, zodra het weer wat beter werd was het moment daar.

Ik weet nog goed goed hoe bar ongezellig ik die schoonmaak vond.
En het hele gebeuren was ook niet zomaar voorbij. Eer het hele huis een beurt had gehad, tot de kelder aan toe, waren we mooi een paar weken verder.
Er werd van boven naar beneden gewerkt. De karpetten werden naar buiten gesleept en op het kledenrek uitgehangen en geklopt.
Gordijnen werden afgehaald, gewassen of naar de stomerij gebracht. Ramen en deuren gingen wijd open. Vervolgens werden de bedden naar beneden gesjouwd, en dat waren er heel wat. De dekens werden uitgehangen en gelucht. Soms ook werd een wollen deken gewassen. En dat was echt een precisie gebeuren – om een wollen deken zo te wassen dat hij niet kromp.
De bedden werden buiten grondig met de mattenklopper bewerkt. Er werd niet alleen bij ons gesjouwd en geklopt, overal vandaan klonk het kloppen. En dat was dan weer een schrale troost.
De bedden gingen terug naar de zolder, opgemaakt met schoon linnengoed – en hoe fris rook dat! En zo kreeg vertrek na vertrek een beurt.

Bij iedere schoonmaak kreeg natuurlijk ook de de voorkamer een beurt. In de voorkamer was van alles te vinden wat mijn interesse had. Als die kamer een beurt  kreeg was ik er als de kippen bij. Dat feestje liet ik mij niet ontglippen.
Ook daar werden de houten kasten uitgesopt en de planken voorzien van nieuw kastpapier. En als alles dan op tafel stond uitgestald zag ik een heleboel  dingen die in de kast verborgen bleven.
In één kast stond het luxe glaswerk, en ook dat kreeg een grondige afwasbeurt.
Maar er werden in die kast ook herinneringen bewaard.
Daar stonden ook de zilveren lepeltjes, die mijn vader in zijn jeugd met een schaatswedstrijd had gewonnen. Dat zijn van die details die ik nooit vergeet. De lepeltjes werden gepoetst en gingen terug in de kast. Ze staan nu als een dierbaar aandenken in mijn vitrinekast

In de lade van de linnenkast werd in een kussensloop foto’s bewaard, en kaarten die mijn vader aan mijn moeder stuurde.
Als de lade op de grond werd gezet zat ik er op mijn knieën bij. Als bijzonderheid mocht ik het kussensloop met foto’s en bewaarde kaarten bekijken.
Ik keek voor de zoveelste keer naar de foto van een onbekende oom die jaren geleden naar Miami was geëmigreerd.  Het bleef mij boeien omdat mijn oom, in groot ornaat en helemaal in het wit, tussen de palmbomen stond afgebeeld.
Ook de beschreven kaarten van mijn vader bekeek ik opnieuw met grote aandacht.
Het lijkt niets bijzonders, maar voor mij was het hele gebeuren buitengewoon, en ik  herinner het mij nog als de dag van gisteren.
Als de lade uitgesopt was, weer ingeruimd was en onder de kast werd geschoven, was het voorbij. Op naar het volgende jaar.

De Uithaal
In het najaar werd de schoonmaak, (uithaal genoemd) dunnetjes overgedaan. Gelukkig was die niet zo ingrijpend. Er werd veel minder overhoop gehaald en het duurde ook korter, het huisraad ging niet naar buiten. Het huis kreeg een zeer goede schoonmaakbeurt. Ik herinner mij weinig van “De Uithaal”, maar deze kwam zeker aan de orde bij mijn propere moeder.

Er waren nog meer veranderingen waardoor de “Grote Schoonmaak” ter ziele ging.
Wikipedia zegt erover: De oorspronkelijke noodzaak ontstond door de kolenkachels van toen, en door de beperkte stofzuigmogelijkheden, en ook waren er meer mensen in een huis.
Dit alles maakte een voorjaarsschoonmaak noodzakelijk. Schoonmaakacties in de lente kunnen uit gewoonte nog de voorjaarsschoonmaak genoemd worden.

Aan de echte Voorjaarsschoonmaak heb ik nooit zo meegedaan. Ik geloof dat hij toen al minder in zwang raakte. Bovendien vond ik het niet nodig om mijn huis, waar regelmatig werd gewerkt, ook nog eens met bezemen te keren.

Eilaas, en toch komen er bij mij in het voorjaar schoonmaakkriebels om de hoek kijken.
Zo loop ik mijn kasten na wat er weg moet, en in huis ga ik extra opruimen. Ook laat ik klusjes uitvoeren die volgens mij nodig zijn. Misschien toch een overblijfsel uit de lange schoonmaaktraditie die mij met de paplepel werd ingegoten?

Misschien zijn er wel mensen die het niet met mij eens zijn, en het nodig vinden wel ieder jaar de Voorjaarsschoonmaak uit te voeren. Zou best kunnen.

 

Gratis lid worden van mijn blog? Dat kan.
Als je rechts boven je naam invult rolt ieder nieuw blogbericht in je postvak

 

Geplaatst in nu, vroeger | Getagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 12 reacties

Van krib naar babykamer

Een aardige bijkomstigheid van oud worden is dat je, terugkijkend op je leven, naar je geschiedenis kijkt en verwonderd constateert dat de veranderingen groot en verbazingwekkend zijn.

Slapen in een krib

Het huis waarin ik als kind woonde was ouderwets en stond op het erf van onze tuinderij.
Ik vraag mij af of er nog huizen bestaan waarin je een bedstede vindt, buiten de musea om dan.
Zelfs in mijn kinderjaren waren bedsteden al op één hand te tellen. Maar wij hadden ze, en wel drie in getal. Eén in de achterkamer en twee in de voorkamer.
De twee kamers lagen achter elkaar. De achterkamer was voor dagelijks gebruik en de voorkamer  werd vooral op zon- en feestdagen gebruikt. Het was de mooie kamer, groter  dan de achterkamer en deze kamer keek uit op de dijk. Als we daar ’s zondags met zijn allen zaten voelde je echt dat het zondag was. En met Kerst of hoogtijdagen aten we daar ook en dat was heel feestelijk.

De bedsteden in de voorkamer werden gebruikt als kasten. Daar werden bijvoorbeeld ook de gedroogde appeltjes bewaard.
Mijn moeder schilde de zogeheten sterappeltjes, sneed ze in vier schijfjes waarna ze de schijfjes als een ketting aan een lang touw reeg. Dat was dat, maar nu moesten de appeltjes nog worden gedroogd. Mijn moeder had overal contacten en wist er wel raad mee.
Als de bakker langs kwam om het brood te bezorgen nam hij de lange appelkettingen mee om in de bakkerij te drogen. Na het drogen bracht hij ze mee terug, en zo was ook dat weer opgelost.
Die appeltjes waren best lekker, we aten ze de hele winter door. Groenten en fruit waren in die tijd nog aangepast aan de seizoenen, in de winter was er veel minder fruit.

In de bedstee van de achterkamer sliepen mijn ouders, en jarenlang lag er een ook een baby in de kribbe, ieder jaar een nieuwe boreling.
Direct na de geboorte werden we in de krib gelegd. Het kribje hing in de breedte van het bed aan de wand, boven het voeteneind. Het was eigenlijk een heel klein houten ledikantje.

De bedstee op de foto is iets anders dan bij ons, maar lijkt er wel op. En de nachtspiegel stond er niet omdat de bedstede beneden was. Onder het bed hadden wij schuifdeurtjes.

Ik denk dat het voor een baby veilig voelde om de eerste maanden zo dicht bij je ouders te zijn, en de vertrouwde stem van je moeder te horen.
Direct na je geboorte in een eigen slaapkamer liggen en abrupt alleen zijn, voelt dat wel veilig vraag, ik mij wel eens af.
De draagzakken van tegenwoordig lijken mij een mooi alternatief.
En sinds een jaar of tien bestaat er ook  de zogenoemde: baby-krib. Het is een klein zacht babybedje dat om de baby heen past, en je overal neer kunt zetten. Lijkt mij zo heerlijk voor een baby.
Ik weet niet hoe lang ik in de krib heb gelegen, het zal vast langer zijn geweest dan de anderen, want ik ben de laatste van het elftal.

Verhuizen naar boven

Na de kribperiode verhuisden we naar boven. Maar van een weelderig ingerichte, eigen  slaapkamer was nog steeds geen sprake.
We hadden naast de bedstede beneden, boven één grote slaapkamer waar de meisjes sliepen. Voor de jongens stonden ledikanten op de  grote zolderkamer.
Later sliepen mijn zusje en ik, door ruimtegebrek, ook op de zolderkamer. Door een lang gordijn om ons bed heen werd een slaapkamer gecreëerd
De echte slaapkamer was bestemd voor Catrien, de hulp in de huishouding.
Catrien was aangenomen voor dag en nacht, met kost en inwoning gratis, zoals dat werd genoemd. Dit is nu onvoorstelbaar maar vroeger kwam dat veel meer voor.

Veel later verhuisden we naar een modernere woning met meerdere slaapkamers.
En toen mijn broers en zussen allemaal getrouwd waren en ik alleen nog thuis woonde kreeg ik ineens een slaapkamer voor mezelf, en wat voelde dat riant!

Wat jaren later (1961) maakte ik kennis met Frans, het was meteen bingo!
Toen we een jaar later wilde trouwen maakten we kennis met de woningnood. Want ook toen was het voor een trouwlustig stel bar en boos om een huis te vinden. Die woningnood kwam niet uit de lucht rollen, maar was er eigenlijk al jaren.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden veel huizen verwoest waardoor veel mensen opeens hun huis kwijt raakten.
Na de oorlog werd er begonnen aan de wederopbouw van Nederland. Maar allereerst werd er gewerkt aan de infrastructuur, zodat de havens, bruggen, en wegen weer gebruikt konden worden.
Daarna kreeg de woningnood alle aandacht. Er werd overlegd en gebouwd. Maar het ging jaren duren om de woningnood op te heffen, zodat twintig jaar later er nog altijd grote woningnood bestaat.
Maar gelukkig, na lang zoeken vonden we ons optrekje. Op de helft van een vliering was een minuscuul huisje gecreëerd. We gingen uit ons dak van vreugde, al was het hele gebeuren maar rond de 25 meter. We hadden een eigen plekje.
Anderhalf jaar later werd Mariska geboren. De slaapkamer was zo klein dat haar wieg tegen ons bed aan stond. Maar het voelde heel knus dat de baby zo dicht bij ons sliep.

Het is 2022 en de woningnood lijkt nu groter dan ooit.
Toen onze kinderen jong waren konden ze, weliswaar met wat moeite, vaak een huis kopen. Maar op dit moment kunnen de meeste jongeren geen huis kopen. Zelfs als ze samen werken is het lang niet altijd mogelijk. De peperdure huizen rijzen de pan uit, en   zo zijn we zijn weer terug bij af.

De tijd gaat verder

Maar de tijd ging verder, het zolderkamertje veranderde in een eigen huis. We hadden het druk met werken en voor de kinderen zorgen. Ondertussen veranderde de tijd, terwijl we er niet bij stilstonden hoe snel het ging.
Maar we beseften wel hoe rijk we het hadden en hoeveel weelde er was vergeleken met onze jeugd. We wisten nog de verhalen van onze ouders, hoe de meeste mensen toen moesten ploeteren voor een karig leven, maar ook hoe tevreden de mensen waren.
Mijn schoonouders waren, naar de maatstaven van nu, arm met hun elf kinderen.
Maar wat is arm? Mijn schoonmoeder zei altijd: “Wat leven we gelukkig, en dat zo lang, waar hebben we het aan verdiend!” Ik noem dat levenskunst.

Maar hoezeer de tijd veranderde besefte ik jaren geleden toen ik met dochter Mariska aan het winkelen was. We waren in een grote meubelhal in Amsterdam en kwamen uit bij de afdeling babyslaapkamers. En ik wist werkelijk niet wat ik zag.
Op dat moment dacht ik aan de kribbe uit mijn jeugd, aan het leven van toen.
En hoe trots wij als ouders waren dat onze kinderen sliepen in een rieten ledikantje dat we speciaal hadden laten maken.
Maar wat ik hier zag. Er waren ongeveer 15 babyslaapkamers opgesteld, de één nog mooier dan de ander met prachtig bijpassende commodes. De luxe kon niet op.
Het is fijn en heerlijk om je kindje in een prachtige babykamer welkom te heten. Maar zonder al die al die luxe waren onze ouders, en later wij, ook zielsgelukkig met onze kinderen.

En natuurlijk ben ik met een heleboel dingen gewoon meegegaan met de tijd. De benenwagen heb ik ook ingewisseld voor een auto. Ik geniet van de gemakken van deze tijd. Maar wel altijd met de gedachte dat het heel bijzonder is wat we nu hebben.

Al besef ik ook maar al te goed dat niet iedereen meegeniet van de welvaart.
Dat de afstand tussen rijk en arm veel te groot is, en dat die kloof in onze tijd alleen maar groter wordt verdient niet de schoonheidsprijs.

Geplaatst in nu, vroeger | Getagged , , , , , , , , , , , , , | 14 reacties

Wat een oorlog allemaal teweeg brengt

Wie ik ook spreek en waar ik ook ben, overal komt de oorlog in Oekraïne ter sprake. We leven mee met het lot van het Oekraïense volk en we houden allemaal ons hart vast waar dit op uit kan lopen.

Ik hoorde van een journaliste dat zij veel ouderen spreekt die de Tweede Wereldoorlog nog hebben meegemaakt.
En ze vertellen dat door deze oorlog oude wonden open opengaan, trauma’s herleven. En dat is ook bij mij het geval.

Toen op 10 mei 1940 de oorlog uitbrak was ik veertien maanden oud. Op mijn zesde jaar kwam de vrede.
Gedeeltelijk vertel ik uit overlevering, maar van later in de oorlog heb ik wel herinneringen. Hoe klein ik ook was, de oorlog is niet langs mij heengegaan.
Vroeger ging men ervan uit dat spanningen en geweld langs een kind heengaan en hen niet veel doen. Uit studies blijkt echter iets heel anders: baby’s voelen zelfs in de baarmoeder al spanningen aan en kunnen ook al gestrest raken.

Nadat mijn vader in 1939 overleed nam mijn oudste broer Piet de tuinderij van vader over. Het was een groot stuk land waarvan het achterste gedeelte nog braak lag en ontgonnen moest worden. Er stonden bomen op die gerooid moesten worden en de grond moest worden voorbewerkt om straks gezonde gewassen te oogsten.
Piet ging er keihard tegenaan en met jonge voortvarendheid te werk. Hij wilde het bedrijf van onze vader in stand houden en zo mogelijk groter maken.
Helaas, het liep anders. Piet voelde zich al een poosje niet fit. Hij had pijn in zijn rug en de pijn werd steeds maar erger. Tot hij inzag dat het zo niet langer kon en naar de dokter moest. Na onderzoeken kwam er een verpletterende uitslag: Piet had TBC in zijn lendenwervels. Heel plotseling was het gedaan met het harde werken.
Er werd een gipsbed aangemeten voor zijn rug en hij moest gaan kuren, zoals dat toen werd genoemd. De artsen hoopten dat zijn rug er door zou genezen. Het gipsbed was zo gemeten dat hij plat op zijn rug moest liggen, hij kon zich niet omdraaien.

’s Zomers lag hij in een kuurtentje op ons erf, maar ’s winters stond het hoge ziekenhuisbed in de voorkamer, dicht bij het raam.

Intussen was het ook oorlog. We woonden onder de rook van Rotterdam. In het begin van de oorlog werd de binnenstad van Rotterdam platgebombardeerd en totaal verwoest om de stad tot overgave te dringen.
Ook in Barendrecht werd hevig gevochten. Op 13 mei 1940 vond de slag om de Barendrechtse Brug plaats.
De hele oorlog vlogen ’s nachts bommenwerpers beladen met bommen over ons huis. Ik was bang, heel bang, als ik in de verte het monotone gezoem van de vliegtuigen hoorde. Angstig vroeg ik mij af of ze weer over ons huis  zouden vliegen.

Eén keer kwam een bom zo dicht bij ons huis terecht dat de ramen van de voorkamer het niet hielden. De luchtdruk was zo hoog dat de glasscherven door de kamer vlogen. Piet lag op het hoge ziekenhuisbed en de scherven kwamen ook op zijn bed terecht.
Ik schrok vreselijk, Piet lag daar weerloos en vastgeklonken aan zijn gipsbed, waar moest hij heen?
En boven alles uit klonk het angstaanjagende geluid van loeiende en gillende sirenes die hun klanken uitgoten over de polders.

Piet heeft bijna heel de oorlog in zijn gipsbed gelegen en gekuurd. In december 1944 overleed hij. Hij was 18 jaar toen hij ziek werd, en 22 toen hij stierf. (Onafwendbaar)

De oorlog in Oekraïne kwam niet onverwachts – tenminste, niet voor mij. Het voelde al langer heel onheilspellend. Vlak voor de oorlog uitbrak had ik een nachtmerrie.

In mijn oren klinkt een afschuwelijk geluid. Ik hoor het dreunen van bommen die worden afgegooid op woonhuizen. Een oude, diepe angst laait in mij omhoog en knijpt mijn keel dicht: het is oorlog. Amsterdam wordt gebombardeerd. Daar wonen mijn kinderen!
Paniek golft door mij heen, wanhopig vraag ik mij af : wat gaat er allemaal gebeuren?
Ik luister, het wordt stiller. Het geluid ebt weg, ik hoor niets meer. Dan dringt het traag tot mij door: ik droom dat het oorlog is. Amsterdam wordt niet gebombardeerd!
Ik voel opluchting, maar tegelijk voel ik de drukkende last en de angst van een naderende oorlog.

De Tweede Wereldoorlog heeft een wissel op mijn leven getrokken.
In 1967 was Israël in conflict met zijn buurlanden: bekend als de zesdaagse oorlog.
Die oorlog duurde dus slechts 6 dagen, maar was lang genoeg voor mij om  onverwerkte, hevige angsten in mij op te roepen. Radeloosheid overspoelde mij.
Ik  was in verwachting van onze zoon en de angst voor een Derde Wereldoorlog was onverdraaglijk en zoog mij mee in een allesoverheersende depressie. Alle levenslust stroomde uit mij weg. Er was alleen maar angst.
Er was veel voor nodig en het heeft lang geduurd eer ik weer helemaal “de oude” was. (De zesdaagse oorlog)

Het verbaast mij dat het gewone leven ook tijdens een oorlog gewoon doorgaat.
Als ik de beelden uit Oekraïne zie valt het mij ook nu weer op dat mensen doorgaan alsof het vanzelfsprekend is. De drang in mensen om te overleven is groot en wonderlijk. Het stelt hen in staat te doen wat nodig is om te overleven.
Maar het is niet gewoon dat mensen in volle schuilkelders moeten eten en overnachten.
Het is niet gewoon dat kinderen doodsbang zijn om te gaan slapen, zich vastklampen aan hun ouders en niet alleen durven zijn.
Hoe vreselijk, ook daar ontstaat weer een nieuwe generatie kinderen die levenslange trauma’s en angsten met zich mee zullen dragen. Dit is wat een oorlog allemaal teweeg brengt.

Ik ben diep onder de indruk van het Oekraïense volk en van hun leider Zelensky.

Ik denk ook vaak aan de bevolking van Rusland – hoe vergaat het hen, hoe voelt het om onder het regiem van een dictator te leven? Er komt sporadisch iets naar buiten over hoe de mensen daar zuchten en lijden onder het regiem en onder de zware sancties die het Westen hen oplegt. Door een totale afsluiting van buitenlands nieuws horen zij alleen leugens over de glorieuze opmars van Poetins leger en als contrast de grote verliezen van het Oekraïense leger.

Ook bij ons ging het leven tijdens de oorlogsjaren gewoon door. Het land werd bewerkt, er werd geoogst. We gingen naar school als het enigszins kon.
En Adrie, mijn oudste zus, trouwde. Er werden kinderen geboren, er was een bepaalde regelmaat in het leven. Echter, het weten dat het oorlog was voelde beklemmend en zeer angstig en lag als een zwarte deken over alles heen.

Er zijn steeds minder mensen in ons land die de oorlog hebben meegemaakt. Dat betekent dat een oorlog ver achter ons ligt. Wat heerlijk dat onze kinderen in rust en vrede konden opgroeien, en dat dit een grote zegen is beseffen we nu meer dan ooit.
Laten we hopen en bidden dat er ook vrede komt voor het Oekraïense volk en voor onze wereld.

Geef vrede, Heer, geef vrede
de wereld wil slechts strijd,
Al wordt het recht beleden

De sterkste wint het pleit

Het onrecht heerst op aarde
de leugen triomfeert
Ontluistert elke waarde
o red ons, sterke Heer

Geef vrede, Heer, geef vrede
bekeer ons felle hart
Deel ons uw liefde mede
die onze boosheid tart

die onze mond leert spreken
En onze handen leidt
Maak ons een levend teken:

 

Uw vrede wint de strijd.

Geplaatst in nu, vroeger | Getagged , , , , , , , , , , , , , , | 10 reacties