Over herkenning en dat alles er mag zijn!

Vandaag is het een regendag, in tegenstelling tot gisteren, toen het heerlijk weer was.
En dat was fijn, want die dag hadden twee zwagers van de Puttersfamilie een familiediner belegd  in Heerjansdam.

Vroeger toen wij nog jong waren aten we ’s avonds. Nu, bij het klimmen der jaren vindt het festijn rond één uur in de middag plaats.
Het etentje komt mij prima uit want ik kan meteen ook mijn enig overgebleven broer Huib in Barendrecht met een bezoek vereren. De planning is dat ik bij hem overnacht en de volgende dag terugga naar Amstelveen.

Omdat ik de route al heel vaak gereden heb, besluit ik weer eens in mijn autootje te stappen. Door regelmatig tochtjes te blijven maken hoop ik nog een poosje deel te blijven nemen aan het snelverkeer.

Mijn koffertje staal al vroeg klaar in de hal.
Na nog wat geregel en een haastig telefoontje ben ik klaar voor mijn vertrek.
Met koffertje en een zakje afval loop ik naar de lift.
Mijn gemeentepasje, om de container te kunnen openen, zoek ik in de lift vast op. Eenmaal beneden zet ik buiten mijn koffertje even  bij de grote haldeur om straks mee te nemen naar de auto.
Even later valt mijn afval met een doffe plof in de afvalbuis.
Alles is weer goed gegaan. Want ik ken mezelf – het zou zo maar kunnen dat ik in een ogenblik van afwezigheid mijn sleutels ook toevertrouw aan de afvalbuis.
Een poosje geleden viel mijn sleutelbos bij de lift uit mijn handen precies in een open kier van de  liftschacht. En jawel hoor, met luid gerinkel vielen mijn sleutels in de liftschacht naar beneden.
Vol ongeloof tuurde ik in de gleuf om iets te ontwaren, maar ik staarde in een stikdonker niets. Maar ach, ook dat is weer goed gekomen.
En al kost het tijd en vindingrijkheid om de perikelen van mijn dromerigheid op te lossen, ik ben daardoor vaak wel een heel blij mens als het weer ten goede keert.

Maar gelukkig verloopt vandaag alles naar wens tot nu toe, en vol zelfvertrouwen loop ik monter naar mijn auto.
Het zonnetje schijnt en mijn autootje, dat kort geleden een grote beurt heeft gehad, loopt ook nog eens als een zonnetje.

Veel te vroeg kom ik aan bij Het Waaltje in Heerjansdam dat tegen Barendrecht aan ligt. Maar zo heb ik alle tijd om eerst alleen een kop koffie te drinken en alles gade te slaan terwijl ik het zicht heb op de lange tafel die voor ons gezelschap gereed staat.
Weldra druppelen mijn zwagers en schoonzussen binnen en zoek ik daarom  ook mijn plaatsje maar op.

Tijdens gezellige verhalen kijk ik een beetje peinzend naar de vertrouwde gezichten.
Ik trek al ruim zestig jaar met de familie op, ik ken hen van haver tot gort en mijn zwagers en schoonzussen zijn mij heel eigen geworden. Wat is er veel gebeurd, vooral de laatste jaren.
Ik zie kale hoofden en grijze haren, het lopen gaat bij sommigen moeizaam. Bij één  schoonzus gaat het lopen heel slecht en ook met een rollator blijft het toch zeer moeizaam gaan. Maar ze aanvaardt het met een tevredenheid en vrolijkheid die ik zo goed van haar  ken.
Trouwens, die tevredenheid en vrolijkheid is bij de hele familie terug te vinden, en was ook bij mijn Frans aanwezig. Het maakt het samenzijn ontspannen.
Die vrolijkheid viel mij de eerste keer toen Frans mij meenam naar zijn thuis al op.

Toen Frans drie jaar geleden op drieëntachtigjarige leeftijd overleed, was hij de eerste van de elf kinderen. En nu, drie jaar later, zijn vier broers en zussen hem gevolgd.
En evenals in mijn eigen familie is er nu het gemis van dierbaren.
Dit is de tol die, helaas, bij oud worden hoort: verlies en gemis van hen die eens een plaats in je leven hadden!

Mijn zwager naast mij vertelt dat hij met een andere zwager een cruise gaat maken van 79 dagen, naar onder andere Antarctica.
Deze twee broers trekken hun hele leven al met elkaar op en wonen al jaren gezamenlijk in één huis.
Ook al moet ik er niet aan denken om 79 dagen van huis te zijn, Antarctica zou ik heel graag willen zien. Maar ik krijg voor ze vertrekken een reisbeschrijving zodat ik hen 79 dagen kan volgen. Na de reis komen zij altijd langs met reisbeschrijvingen en prachtige beelden die zij hebben vastgelegd, en zo mag ik meegenieten.

Het was jaren geleden dat ik in Het Waaltje was geweest. Vage beelden dat het er vroeger heel anders uitzag bleken te kloppen. Het was verbouwd tot een modern onderkomen.
We konden ieder voor zich bestellen, wat altijd gemakkelijk is. Op de kaart was weinig rekening gehouden met mijn vegetarische voorkeur.
Als je in Amsterdam een vegetarisch tentje zoekt staat internet er vol mee. Maar tenslotte heb ik, door wat water bij de wijn te doen, lekker gegeten.

Als ik nog nagenietend naar mijn auto loop denk ik ineens: waar is mijn koffer?
Heb ik hem vanochtend wel meegenomen? Hoe ik mijn hoofd er ook over breek, ik vind geen herinnering dat ik hem in de auto heb gezet. Het zal toch niet waar zijn dat hij nog  buiten bij de deur staat?  Zo stom kan ik toch niet geweest zijn?

Bij de auto gluur ik vol bange vermoedens door het achterraampje of mijn koffer op de achterbank staat, terwijl een lichte wanhoop in mij omhoog rijst. Ik zie niks staan.
Als ik de achterdeur open maak is er geen koffer te bekennen. Niet op de grond tussen de stoelen, en niet op de achterbank.
Wat ben ik toch een zeldzame oen, wie vergeet nou een koffer? Hoe ga ik mijn logeerpartij nu oplossen?
Ik denk aan mijn broer die zo blij was dat ik zou komen. Hoe vertel ik het hem en hoe reageert hij?

In ieder geval ga ik naar hem toe, dat is het minste wat ik kan doen.
Als Huib mij binnen laat voel ik mij opgelucht dat hij er goed uitziet. Ik neem plaats op mijn vaste plekje tegenover hem en wacht niet te lang met mijn biecht.
Als ik klaar ben zegt hij: “ik begrijp het, ik vergeet zoveel”. Vreemd dat hij het begrijpt, want iets vergeten kwam vroeger in zijn woordenboek niet voor. We lijken gelukkig (voor hem) niet allemaal op elkaar.
Een poosje later neem ik het besluit om naar huis te gaan, hoe naar het voor Huib ook is.
Ik wil weten waar mijn koffer is. Heeft iemand zich erover ontfermd? Ik hoop het.
Als ik met Huib heb gegeten en de afwas in de vaatwasser staat ga ik nog even zitten.
Niet lang, want Huib is niet sterk meer en met de klok van zeven rond hij de dag af, en gaat zoals altijd naar bed.

Als Huib verzorgd en tevreden op bed ligt groet ik hem. De lift brengt mij naar beneden, waar mijn auto staat.
In het donker tuf ik naar huis over slecht verlichte wegen. Het is rond de honderd kilometer rijden naar Amstelveen. Ik ben heel blij en dankbaar als mijn appartement uit het donker opdoemt.

Ik ben benieuwd waar mijn koffer is. Ik zie in het donker iets voor de deur van het gebouw liggen. Het zal toch niet waar zijn dat het mijn koffer is, dat zou toch te gek voor woorden zijn?
Zo hard als mijn benen kunnen loop ik naar de deur. En wat ligt daar? Mijn koffer, op de plaats waar ik hem vanochtend heb neergezet, alleen nu in liggende stand.  Ik ben verbaasd en kan niet blijer zijn met deze afloop.
Maar zeer vreemd dat niemand mijn koffertje binnen heeft gezet.  Dat het hier heel de dag bij de deur bleef liggen. Wat een geluk dat ik naar huis ben gegaan!

Al ik mijn koffer achter mij meetrek klinkt het geluid van de wieltjes als prachtige muziek in mijn oren. Wat ben ik blij.

Als mijn kinderen mijn verhaal horen zijn zij totaal niet verbaasd, want hetzelfde kan hen zomaar morgen gebeuren. Wat heerlijk die herkenning van je familie waardoor het niet vreemd of laakbaar is wie je bent en hoe je iets doet, maar dat alles er gewoon kan zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in nu met de tags , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

8 reacties op Over herkenning en dat alles er mag zijn!

  1. Cis schreef:

    Wat mooi om te lezen, Maaike, het familie gebeuren en een leuke foto er bij.
    Ik begrijp dat het de familie van Frans is?
    Ja, een koffertje vergeten zal niet zeldzaam zijn. En je sleutels in een container laten vallen ook niet. Daarom heb ik altijd een reserve sleutel bij me.. ik ben bang dat ik met het papier ook de sleutels kwijt ben.
    Je zal ongetwijfeld fijne herinneringen aan die dag hebben. En wie weet, komt er nog een verslag van?
    Lieve groet,
    Cis.

    • Mee op de wind schreef:

      Ha Cis,

      Ja het was zeker een heel leuke dag
      Lekker bijgekletst en allemaal weer gezien
      Ik wist echt niet wat ik zag hoor dat mijn koffertje daar nog lang
      Enfin het is allemaal in orde gekomen en nu maar hopen dat ik niet meer zo vergeetachtig ben. Leuk Cis om weer iets van je te horen
      Groetjes he
      Van Maaike

  2. Elly schreef:

    Leuk verhaal van gemaakt, Maaike. Je kan het aanstekelijk vertellen. ( Vindt de familie het wel goed dat ze gefotografeerd worden en zo zichtbaar en herkenbaar op je blog zijn? ) Nou ja, dat zal je wel afgestemd hebben.
    Jammer voor je broer dat je wat eerder naar huis moest, maar gelukkig je koffertje ongeschonden terug. Welterusten.

    • Mee op de wind schreef:

      Ha Elly, ja hoor dat bespreek ik altijd als ik iets plaats of een foto op internet zet van iemand. Zou heel onbehoorlijk zijn om het niet te doen. Ik ben daar zeer zorgvuldig in. Gelukkig was mijn koffertje terecht en ja wel heel vervelend dat het zo liep voor mijn broer. Hopelijk volgende keer beter. Dankje Elly, dat je reageerde. En groetjes van mij,
      Maaike

  3. Lucie schreef:

    Wat weer een mooi verslag van die dag zeg Dat vergeten komt zo vaak voor, ik loop bijv. geregeld naar de schuur en weet niet meer waarom, na diep nadenken weet ik het weer. Of ik zet bijna de suiker in de koelkast, zulke dingen. Jij was blij dat je de koffer weer had en toch ook een leuke dag achter de rug! hartelijke groet, Lucie

    • Mee op de wind schreef:

      Dag Lucie,

      Ja maar gelukkig komt het niet alleen bij ouderen voor, ook bij jongere mensen hoor ik dezelfde verhalen.
      Mijn kleinzoon moest ook zo lachen om het verhaal omdat het zo herkenbaar voor hem was.
      Het is vaak ook dromerigheid en in gedachten zijn waardoor je niet aanwezig bent in het moment.
      Maar ik was inderdaad blij dat ik de koffer terug vond en de dag was leuk en fijn om iedereen weer te zien.

      Leuk dat je reageert en een hartelijke groet, Lucie.
      Van Maaike

  4. Tineke schreef:

    O Maaike, dat van het pasje voor de container dat herken ik wel. Ik doe het pasje eerst in mijn jaszak voor ik de klep open. Ik zou ook zo het pasje er in gooien en het afval mee naar huisnemen. En dan die koffer. Wat zul je “ongerust” geweest zijn en dat je naar huis ging en dan de “verrassing” en opluchting dat hij gewoon nog op de plaats stond/lag. Zo was ik onlangs mijn ov-kaart kwijt. En deze week de huissleutels. Ik zou al op de fiets weer terug naar waar ik overal geweest was(ziekenhuis en winkels) Omdat het regende stelde ik dat nog uit. Even later toch maar weer eens in mijn tas gedoken want het zou toch te zot zijn dat die sleutels weg zijn. Ik heb ze helemaal niet meer in de handen gehad. En warempel, ik voel de sleutel maar waar? Bleken ze in een tussenvoering van de tas terecht gekomen te zijn toen ik vanuit huis bij manlief in de auto was gestapt. Het regende zo en hij wilde me wel weg brengen en ik zou dan lopend naar huis terug komen. Zo nu en dan begin ik dan aan mezelf te twijfelen. En begrijp ik dat ik beter op moet letten. Groet, Tineke.

    • Mee op de wind schreef:

      Ha Tineke, ja en zo spreken we elkaar moed in door de herkenning.
      Hoewel, mijn kleinzoon heel erg moest lachen om dit verhaal omdat het hem ook zomaar gebeuren kan. Bij sommige mensen is het aangeboren en is het in hun hoofd vaak een chaos.
      En dit is ook wel het geval bij mij en bij het ouder worden wordt het er niet minder op.

      Ik moest lachen om je verhaal Tineke, ik proefde de wanhoop dat het weer zo is. Maar je pasje is gelukkig nog niet meegegaan in de container, en je sleutels kwamen ook weer mooi tevoorschijn. Het leuke ervan blijft dat we vaak blij verrast zijn!

      Met dank en Groet,
      Maaike

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.