Over ijsbloemen en een gek op het dak

Nee  dit  is  geen  Sinterklaas verhaal. Maar een verhaal over  bevroren  ramen  en  winterkou. Sinterklaas kwam trouwens helemaal niet langs. Allemaal onzin, vond mijn moeder.

Wat zou ik graag dat huis, waarin ik als kind woonde, nog eens bekijken. Helaas is het afgebroken en staat er nu op dezelfde plaats een modern, niet aansprekend nieuwbouwhuis. Dat vind ik wellicht zo door mijn nostalgisch verlangen naar dat oude huis van vroeger. Als ik uit school naar huis liep verlangde ik naar de vertrouwdheid van de groene luiken. En naar Tippie het hondje dat daar heerlijk vrij over het erf rond sprong, en ons op het brugje dat over de sloot lag, opwachtte. Toch is het niet alleen omgeven met romantiek, dat vroegere huis.  Het was ook een bijzonder koud huis. ’s Winters stonden, als je ’s morgens wakker werd, de ijsbloemen op de ramen. De washandjes hingen bevroren aan de haakjes. En als het erg koud werd zette mijn moeder zelfs vrijdags de bad-teil in de huiskamer voor de wekelijkse badbeurt. Tja, dat waren nog eens tijden!

Soms zou ik nog wel eens die prachtige ijsbloemen op de ramen willen zien. Maar niet op onze ramen want daar hoort ook die ijzige vrieskou bij en daar verlang ik echt niet naar terug. Als de wind uit de verkeerde hoek kwam ging de rook niet door de schoorsteen naar buiten, maar de helft kwam terug in de kamer. Soms weken wij uit naar de voorkamer en het kon gebeuren dat het daar beter ging. Maar als ook daar de rook niet werd afgevoerd was mijn moeder ten einde raad. En ik had het koud, heel koud! Er moest iets gebeuren. Dit was geen doen, hoorde ik mijn moeder zeggen.Er werd iemand bijgeroepen, een kenner die het wist en het kon oplossen. En dat leek ook te gaan gebeuren. Een gek op het dak plaatsen dat zou zeker helpen. Ik snapte er niets van, een gek? Wat was dat : een gek? Het kon geen mens zijn dat snapte ik nog wel. Hoewel? Hoewel? Wat was een gek op de schoorsteen dan wel? Terwijl die gek een raadsel voor mij bleef , liet ik de vraag in de lucht hangen.

De gek kwam er. Na veel gestommel met ladders en gerommel op het dak stond hij er. En nu maar afwachten hoe het zou gaan. Van geen kant dus! Die hele gek veranderde niets aan de rookvorming in huis. Het bleef koud in huis! ‘s Morgens uit bed komen was voor mij een heldendaad. Nooit was mijn bed in de winter zo lekker als toen. Ik talmde en kroop dieper onder de dekens totdat ik er niet meer aan ontkwam.

Een betere oplossing kwam er aan. De gaskachel. Toen die eenmaal op de markt kwamen werden die aangeschaft!  En ziedaar voor het eerst werd het heerlijk, gezellig warm in huis. Ze werden geplaatst in de voorkamer en de achterkamer. Geen verkleumde kerst meer. Wat een weelde! De gek bleef intussen gewoon op de schoorsteen staan.

Later keek ik in het woordenboek wat een gek nu eigenlijk is. Het woordenboek verklaart : een gek is een beweegbare, meedraaiende kap, die men op een schoorsteen plaatst om het invallen van de wind te beletten.

En zo valt het kwartje dan toch nog!

S
Dit bericht is geplaatst in vroeger met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.