Weet u wel wie ik ben?

Kleinzoon Arend van drie is uitgelaten blij. Hij volgt op de voet hoe ver Opa is. Het gaat hem veel te traag. “Wanneer gaan we Opa”? “Ja, ja we gaan zo, even geduld. Ik ben bijna zo ver.” Opa Gijs laat zich niet van de wijs brengen en gaat verder volgens plan. Arend is helemaal opgelucht als Opa zijn jas aantrekt.

Op pad
Hij  gaat vandaag, met opa Gijs naar Dierentuin Blijdorp. Ik breng ze even naar de trein. Bij het station is het haasten want de trein komt er al aan. Arend holt met zijn kleine beentjes zo hard als hij kan met opa mee. Hij houdt opa wel goed vast. Met zijn andere handje zwaait hij naar mij. Als ik terug loop, hoor ik hen in de verte nog kletsen: kleinzoon en een trotse opa!
Kleinzoon is nog nooit in Blijdorp geweest. En ze treffen het bijzonder. Het is een voortreffelijke dag. Alles ziet er vrolijk uit in het voorjaarszonnetje. Het is alom feest voor Arend. Eerst samen met Opa in de trein, met nog een tramritje er achteraan. Het kan niet op vandaag!

Rond kwart voor tien staan ze bij de dierentuin. Een hele dag ligt nog voor hen. “Hoor eens opa” roept Arend: “Ik hoor de dieren al. “O, die zijn natuurlijk zo blij omdat jij er aankomt, zegt Opa. “Ze roepen je!” Daarop krijgt Arend nog meer haast. Na betaling aan de kassa is alles geregeld voor een lange wandeling door de dierentuin.

 flamingo’s.
Het eerst komen ze flamingo’s tegen. De kleurenpracht van de flamingo’s imponeert Arend. Zijn ogen rollen bijna uit zijn hoofd van verwondering. Hij probeert even of hij ook op één been kan staan zoals de flamingo’s.

Maar de drang toch maar weer verder te gaan wint het. Hij wil alles wel gezien hebben vanmiddag. Hij trekt Opa mee vooruit. Waar zijn de andere dieren? Soms holt hij even vooruit komt terug en gaat weer “geduldig’ naast opa lopen. Wat knap is, want opa loopt veel te langzaam!

Apen en beren
Maar even later staan ze dan toch bij de apen kooi.  Arend zoekt handig een plaatsje tussen de andere kinderen. Hij wurmt zich tussen de kinderen door om zo dicht mogelijk vooraan te staan.  Hij treft het. De apen zijn vandaag echt in vorm. Ze lijken er zelf ook van te genieten.

Bekijken hun publiek en laten dan vallend en springend hun “kunsten” zien. De kinderen joelen en klappen. Arendje klapt dapper mee. Zoetjes aan wordt het stiller bij de apenkooi. En ook opa en Arend gaan verder. Op naar de ijsberen.

Die doen hun naam vandaag weer eer aan. Hun koppen gaan heen en weer terwijl ze traag hun rondjes maken. Tenslotte springen ze in hun bassin en zwemmen rustig rond.

Het meisje en Arend
Opa neemt er de tijd voor. Ze hoeven vandaag niet alles te zien. Hopelijk komen er nog meer dagen. Als ze ’s middags gegeten hebben heeft Arend het trouwens al een eind gehad. “Zullen we naar huis gaan?” vraagt opa dan ook maar. “We gaan later nog wel een keer met zijn allen. Dan gaan oma en Laura ook mee”. Het voorstel wordt goedgekeurd. Even later kuieren ze terug naar de uitgang. Bij de uitgang komt er opeens een meisje van een jaar of vijf aanrennen. Ze komt naast Arend lopen en begint uit het niets een verhaal:   “hé joh, heb jij ook de apen gezien? En de ijsberen? Leuk waren de apen, hé? Ze kletst honderd uit en blijft maar doorgaan. Arend luistert geduldig en laat het meisje haar verhaal vertellen. Tenslotte stopt ze even. Arend is er als de kippen bij, en zegt: “ik ben geen joh. Ik ben Arend!” Dat gezegd hebbend draait hij zich om en loopt verder. Het meisje blijft staan en kijkt hem na: wat is dat voor een raar ventje? Arend loopt weer verder mee met opa. Praat verder nergens over. Hij kijkt eens naar opa. Die noemt hem tenminste bij zijn naam! Papa, mama, oma, en Laura zijn zusje, ook. Iedereen noemt hem toch Arend! Dat meisje weet niet eens zijn naam! Wie is joh dan? Joh is niet iemand.

Als ze eenmaal in de trein zitten valt hij tegen opa aan in slaap. Hij is moe maar heeft enorm genoten van de olifanten, tijgers, herten en wat al niet meer.                                                                                                                                         

Een andere herinnering
“Weet u wel wie ik ben?” Eh, nee dat weet ik niet! De dame tegenover mij kijkt mij verontwaardigt aan. Ik hoor naast teleurstelling, heel veel boosheid in haar stem.
“Ik ben mevrouw van Stoetwegeren”  gaat ze verder.  Ze knijpt haar lippen op elkaar en kijkt mij aan. Haar blik vertelt mij: hier laat ik het bij. Dit moet genoeg zijn! En dat is het ook. Want haar echtgenoot, mijnheer van Stoetwegeren, ken ik wel! Hij is één van bekendste inwoner van ons dorp. Iedereen kent hem. O, en is dit nu mevrouw van Slotwegeren? Ik heb haar nog nooit gezien.

Een flater
Sinds een poosje ben ik bestuurslid van een plaatselijke zangvereniging. Er is vanavond een speciale zangavond belegd, waaraan veel bekendheid is gegeven.

Het bestuur heeft mij voor deze avond aangesteld als “gastvrouw” .Mijn taak is toe te zien dat mensen een zitplaats vinden en zich op hun gemak voelen. Mijn eerste “flater” heb ik dus al gemaakt. Hoewel? Wat is er helemaal aan de hand? Ik ben een mevrouw met te weinig egards tegemoet getreden. En heb haar simpelweg een plaats gegeven tussen de andere mensen. Dat is alles!

De fout hersteld
De ‘fout’ is snel hersteld. Ik wend mij naar mevrouw van Stoetwegeren en vraag: “mag ik u even voorgaan naar uw zitplaats.” Tevreden gaat zij, op de voor haar gereserveerde stoel, op de eerste rei zitten. Ze knikt afgemeten naar mij dat het zo voor haar in orde is.
Ik ben zelf een jonge vrouw, op zoek naar mijn plaats in het leven. Ik vraag mij in ernst af: wie ben ik? Waar sta ik? Wat kom ik hier doen?  En die zoektocht gaat tot nu toe voort! En, ik vraag mij nu ook af: wie is Mevrouw van Stoetwegeren? Wie is zij?  Zonder de belangrijkheid van haar man?  Wie is zij zelf als mens?

Tot ik bedenk: dat hoef ik verder niet uit te zoeken of mij af te vragen. Ik heb  mijn eigen vragen.

Ik ben Arend
Veel later weet onze kleinzoon van drie, dat hij Arend is: “Ik ben Arend!” zegt hij. Hij wil zijn naam genoemd hebben. Aangesproken worden met zijn naam. Met die naam zoekt hij zijn identiteit. Hij is blij met zijn naam, en gelukkig met zijn naam. Met die naam legt hij, als Arend contact. Die naam verwijdert hem niet, maar brengt hem dichter bij andere kinderen. Die naam kreeg hij bij zijn doop!

In het onderstaande gedicht geeft Maria Neeltje Min prachtig weer wat het betekent een naam te dragen. In je naam wordt je eigenheid uitgedrukt. Door je naam besta je! Kennen de mensen je.

Voor wie ik liefheb
Mijn moeder is mijn naam vergeten,
Mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,
Laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
O, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

Neeltje Maria Min

 

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie, nu, vroeger met de tags , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

4 reacties op Weet u wel wie ik ben?

  1. wilma schreef:

    Mooi weer geschreven! J mag uitkomen voor je naam toch?
    Die rangen en standen zullen er niet meer zijn denk ik. Hier niet zo erg als in Holland denk ik.

    Groet, Wilma

    • Mee op de wind schreef:

      Dag Wilma, je bent al weer present! Rangen en standen worden niet meer zo belangrijk gevonden als vroeger, gelukkig. Want wat is stand? En wat is een rang? Wie ben ik als mens? Wie ben ik voor mijn naasten? Daar gaat het toch mijns inziens om. wat is meer en wat is minder? Fijn Wilma, dat je reageert en de verhalen zo trouw volgt! Hartelijk dank daarvoor. En groetjes VAN mAAIEK

  2. Gerlien schreef:

    Wat een heerlijk verhaal van “Blijdorp”, zijn vorig jaar met nichtje en neefje (6 +4) ook naar een dierentuin geweest: één groot feest. Het voederen uit “speciale zakjes” was helemaal troef!
    En mijn visie: “aanzien” verwerf je door handelen en gedrag en zeker niet door je naam. Als dan positieve bekendheid verbonden wordt met je naam, is een groot goed.
    Nog een heel fijn weekend en bedankt voor de wijze woorden.

    Liefs van Gerlien

    • Mee op de wind schreef:

      Precies, wat je zegt Gerlien wie ben ik als mens? En niet hoe is mijn naam, of hoe is de naam van mijn man, want dat is allemaal bijzaak! Fijn om te horen dat je zo over denkt. Alles duurt maar even, want met de kleinkinderen naar de dierentuin gaan is al weer verleden tijd. Maar we hebben er mooie en dankbare herinneringen aan. En die leven voort in ons. Kinderen vinden dierentuinen heel erg leuk en groten genieten mee, dat lees ik uit wat je schrijft. Wat leuk om een nichtje en neefje zo blij te maken! Ja en dit is het dan weer voor nu. Maar niet, zonder je eerst nog te danken voor je reactie.
      Met een groet van Maaike

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.